Halfweg

Halfweg (3)Afbeelding 1: De suikerfabriek van Halfweg, gezien vanaf het stoomgemaal. Van links naar rechts: de suikersilo’s, kalkoven, koeltorens, fabrieksgebouwen, carbonatatievaten en het voormalige gemeenlandshuis Swanenburg.

Het dorp Halfweg heeft haar naam danken aan het feit dat het halverwege ligt tussen Amsterdam en Haarlem, die in de middeleeuwen over land enkel met elkaar verbonden waren door de Spaarndammerdijk. Deze dijk, die in de dertiende eeuw werd aangelegd tussen het Spaarne (Haarlem) en de Amstel (Amsterdam) vormde de scheiding tussen het Haarlemmermeer in het zuiden en ’t IJ in het noorden en werd ter hoogte van Halfweg onderbroken door afwateringssluizen. Deze waren een obstakel in de Haarlemmertrekvaart die in 1632 gereed kwam tussen beide steden, waardoor de reizigers er moesten overstappen om hun weg te kunnen vervolgen. Dat bood wel de gelegenheid om ter plaatse wat te nuttigen of te overnachten en Halfweg telde dan ook de nodige taveernes en herbergen. Ruim twee eeuwen later, in 1839, werd de spoorlijn tussen Amsterdam en Haarlem, de eerste van Nederland, in gebruik genomen die tevens een station kreeg in Halfweg. In 1904 volgde een tramlijn en later de rijksstraatweg over het voormalige jaagpad van de Haarlemmertrekvaart. Terwijl zo in oost/westelijke-richting de verkeersinfrastructuur zich ontwikkelde, zo deed de waterbouwkundige structuur dit in noord/zuidelijke-richting. Na drooglegging van het Haarlemmermeer in 1852 zag het Hoogheemraadschap Rijnland, waarvan de Spaarndammerdijk de noordelijke begrenzing vormde, zich voor het probleem gesteld dat er onvoldoende boezemcapaciteit overbleef om haar polders droog te houden en besloot tot aanleg van een drietal gemalen, waarvan er één in Halfweg werd gebouwd. En wel op een boogscheut afstand van haar gemeenlandshuis Swanenburg dat in 1645 was ontworpen door architect Pieter Post in de Hollands Classicistische stijl. Het Hoogheemraadschap beschouwde dit stoomgemaal al spoedig als haar meest noordelijke buitenpost, trok zich terug op haar hoofdzetel in Leiden en verkocht in 1863 het gemeenlandshuis in Halfweg aan de suikeronderneming Bartholomeus Lans & Co.Halfweg (2)Afbeelding 2: De fabriek kreeg haar suikerbieten tot lang na de oorlog aangevoerd over de Haarlemmerringvaart.

Zoals voor veel ondernemingen in deze beginjaren van de beetwortelsuikerindustrie is ook de aanloop in Halfweg problematisch door gebrek aan voldoende kapitaal. Om investeerders aan te trekken gaat het bedrijf daarom al een jaar later over in een naamloze vennootschap onder de naam ‘Op den Huize Zwanenburg’ en vanaf 1881 als de NV Suikerfabriek ‘Holland’. De voorname uitstraling van het pand weerhoudt de fabrikanten er niet van om het interieur te slopen er vacuümpannen te plaatsen. Een situatie die nog tot kort na de oorlog zou blijven voortbestaan. De eerste grote uitbreiding volgt in 1893, wanneer er een nieuw kristallisatiegebouw verrijst. In 1919 gaat het bedrijf samen met zestien andere particuliere suikerfabrieken op in de Centrale Suiker Maatschappij (CSM) om sterker te staan in de competitie met hun coöperatieve concurrenten, die zich pas veel later zouden verenigen in de Suikerunie. In de daaropvolgende decennia breidt het complex zich uit in zuidwaartse richting tot aan de ringvaart van de Haarlemmermeerpolder, waar het zijn maximale omvang bereikt. Naast de hoge schoorstenen gaan vanaf de jaren zestig ook twee karakteristieke suikersilo’s het aanzicht bepalen. Met dat beeld maakt heel Nederland kennis als er in 1981 opnames worden gedraaid voor de televisieserie ‘De Fabriek’ die handelt over de verwikkelingen rondom een suikerfabriek in moeilijke tijden. Die breken tien jaar later in werkelijkheid aan wanneer de CSM besluit om haar productiecapaciteit nog verder te concentreren en dat het dit keer de beurt is aan Halfweg om de poorten te sluiten, wat effectief in 1992 gebeurt. Verkoop aan een projectontwikkelaar volgt in 2000, waarna er nog eens tien jaar overheen gaat vooraleer de herbestemming een aanvang neemt. In die tussenliggende jaren groeide de bewustwording voor de waarde van het complex als industrieel erfgoed, hetgeen in 2007 resulteerde in de opname in de European Route of Industrial Heritage (ERIH). Die heeft het vooral te danken aan de verschillende bouwfasen die behouden zijn gebleven en waarvan de oudste dateert uit de zeventiende eeuw. Laatgenoemd onderdeel van het complex, het voormalige gemeenlandshuis, heeft als voormalige zetel van het hoogheemraadschap weliswaar een andere functionele oorsprong, maar de aanwezigheid van een monumentaal stoomgemaal in de onmiddellijke nabijheid verschaft het geheel in dat opzicht een hoge ensemblewaarde. Dat juist deze suikerfabriek nagenoeg in haar geheel kon worden behouden is te danken aan haar ligging tussen grootstedelijke centra, waar een nieuwe bestemming eenvoudiger te realiseren is dan in de meer rurale gebieden, waar andere exemplaren vaak geheel of gedeeltelijk onder de slopershamer kwamen. Onder de naam Sugar City is de fabriek een evenementenlocatie geworden, waarvoor twee gebouwen geschikt gemaakt zijn om groot publiek te ontvangen: de middenfabriek en de pulppersloods. Op eerstgenoemde locatie bevinden zich nog een aantal van de oorspronkelijke installaties, waardoor het een uitgesproken industriële uitstraling heeft. In de openlucht zijn het de kalkoven, koeltorens en carbonatievaten die nog aan het suikerfabricageproces herinneren. Gemeenlandhuis, pakhuis en poortgebouw, alle drie gelegen aan de zijde van de rijksstraatweg, zullen als kantoorpanden ontwikkeld gaan worden. Dat is inmiddels gebeurd met de suikersilo’s, die voor dat doel geheel zijn omgebouwd en een karakteristiek ruitvormig vensterpatroon hebben gekregen. Aan de ringvaartzijde zijn het bietengor en kalkputten gesaneerd om plaats te maken voor een factory outlet, supermarkt en hotel. Deze invulling bevindt zich nog altijd in de planfase omdat de ontwikkelingen rond Sugar City minder voorspoedig verlopen dan aanvankelijk voorzien was. Dat hebben ook de Nederlandse Spoorwegen moeten constateren. Zij zagen in het project aanleiding om in 2012 ter plaatse opnieuw een station te openen – vijfentachtig jaar na sluiting van zijn voorganger – waar per uur acht treinen stoppen en vertrekken. Grote bezoekersstromen zijn vooralsnog echter uitgebleven en de forenzen onder het kantoorpersoneel hebben door het uitblijven van nieuwbouw nog rijkelijk veel parkeerruimte op het terrein. De voetgangersbrug over de sporen en rijksstraatweg biedt niettemin een goed uitzichtpunt op de monumentale fabrieksgebouwen (oostzijde) en opzichters- en arbeidershuizen die tot op de dag van vandaag bewoond worden (westzijde). Een hoge fabrieksschoorsteen had dat beeld compleet kunnen maken, maar is helaas niet behouden gebleven. Althans, niet die van de suikerfabriek, want het nabijgelegen stoomgemaal uit 1852 heeft er nog wel één, die bovendien nog dienst doet als rookkanaal op de dagen dat het in werking wordt gesteld. Nadat het in 1977 buiten dienst raakte is het stoomgemaal namelijk het domein geworden van een stichting die de ketels en machines onderhoudt om op gezette tijden de schepraderen te laten draaien. Deze maken het stoomgemaal uiterst uniek, aangezien een opvoerschroef (of vijzelpomp) veel gebruikelijker is voor deze toepassing. In 1983 is het stoomgemaal op de rijksmonumentenlijst geplaatst.Halfweg (1)Afbeelding 3: Het fabriekscomplex, gezien vanaf het huidige treinstation Halfweg-Zwanenburg. De productie ging in 1863 van start in het voormalige gemeenlandshuis Swanenburg uit 1645, dat naast zijn classicistische gevel ook zijn poort behouden heeft. Rechts daarvan een tweetal pakhuizen die omstreeks 1870 gebouwd werden.