Mechelen

Mechelen (1)Afbeelding 1: Het huidige Lamot, gezien vanaf de brug over de Dijle. Via het Dijlepad, dat op de voorgrond zichtbaar is, kan men tegenwoordig over vele honderden meters langs deze rivier door de Mechelse binnenstad lopen.

In de Mechelse binnenstad kon een deel van de industriële brouwerij van Lamot behouden blijven dankzij herbestemming tot Congres- en Erfgoedcentrum. De hiervoor benodigde restauratie startte tien jaar na stillegging van het bedrijf in 1994 en maakte onderdeel uit van een revitalisatieprogramma voor de oevers van de Dijle, de rivier die een belangrijke rol gespeeld heeft in de economische ontwikkeling van de stad. De brouwers hadden daar een prominente aandeel in en waar zich nu Lamot bevindt stond al in 1627 een brouwerij genaamd ‘De Kroon’. De oorsprong van het Lamot-bier ligt echter niet in Mechelen, maar zo’n tien kilometer noordelijker in het stadje Boom aan de Rupel, waar Petrus Jacobus Lamot in 1796 door erfenis in bezit komt van herberg ‘De Rolaf’ en daar in 1802 zijn eigen bier gaat brouwen. In 1855 kopen zijn beide kleinzonen Richard en Charles Lamot ‘De Kroon’ om er bieren van hoge gisting te gaan brouwen en breiden hun bedrijf in 1858 uit met de eveneens in Mechelen gelegen brouwerij ‘De Plein’. Hun achterneef Edouard Guilelmus Lamot laat in 1870 de vestiging in Boom ombouwen tot een stoombrouwerij en hoewel een eeuw later alle gebouwen gesloopt zijn, herinnert de directeurswoning aan de Groene Hofstraat in Boom nog altijd aan dit bedrijf. Een derde productielocatie in Mechelen ontstaat als Richard Lamot in 1874 in de Drabstraat een brouwerij begint in pakhuis ‘De Mol’ en hier de naam ‘De Dijle’ aan geeft.Mechelen (3)Afbeelding 2: De enige brouwketel die nog resteert bevindt zich nu in het restaurant van Lamot.

De mogelijkheid om op één plaats een groot, modern complex te bouwen doet zich in 1911 voor als de naast ‘De Kroon’ gelegen brouwerij ‘Het Zwaantje’ tot de grond toe afbrandt. Men is op dat moment echter druk in de weer met een nieuwe mouterij in Boom en eer het zover is om nieuwe bouwplannen in Mechelen te ontwikkelen maakt het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog hier voorlopig een einde aan. Confiscatie van voorraden, materialen en installaties door de bezetter leiden tot een dieptepunt in de productie en het duurt tot 1922 vooraleer de nieuwbouwplannen gerealiseerd kunnen worden. Deze behelzen de bouw van een brouwzaal in gewapend beton met kelders voor bieren van lage gisting, waarmee de totale jaarproductie wordt opgevoerd van dertigduizend naar zeventigduizend hectoliter. César Lamot, zoon van Charles, staat dan aan het roer van de onderneming in Mechelen, terwijl Louis Lamot in Boom ‘De Rolaf’ bestiert. In 1924 besluiten ze om hun activiteiten samen te voegen in één enkele onderneming, Lamot Limited, en de leiding hiervan in handen te geven van Louis’ zoon Julien. Zo ontstaat een bedrijf dat voldoende omvang heeft om in de concentratiegolf, die na de oorlog weer in alle hevigheid is losgebarsten,  succesvol te zijn. Dat blijkt wel uit het feit dat in de decennia die daarop volgen maar liefst dertien brouwerijen in België door Lamot Ltd. worden overgenomen. Het hoofdkantoor van het bedrijf is vanaf 1931 ondergebracht in een statig herenhuis aan de Mechelse Guldenstraat. De gebouwen aan de Dijle worden ondertussen alsmaar verder uitgebreid en beslaan uiteindelijk vrijwel het volledige oppervlak tussen de rivier, Guldenstraat, Hertshoornstraat en Adegemstraat. Zo verrijst er een waterfiltergebouw aan de Haverwerf, laboratorium op de hoek Adegemstraat/Zwaanstraat en een bottelarij tussen de Adegemstraat en de Van Beethovenstraat. Laatstgenoemde straat herinnert aan de grootvader van de beroemde componist die hier in de achttiende eeuw woonachtig was in het huis ‘De Pekton’. Dit pand moest in 1952 wijken voor de brouwerij, maar werd opnieuw opgebouwd op het adres nummer 4 in deze straat. Een herdenkingsplaat in de muur van de brouwerij verwijst nog altijd naar de originele ligging. Net als veel andere brouwers maakt Julien Lamot na de oorlog een reis door de Verenigde Staten om zich daar op de hoogte te stellen van de meest recente vernieuwingen in het vakgebied. Dit resulteert uiteindelijk in een voorsprong op de concurrentie, want het is Lamot dat in België als eerste met gepasteuriseerd bier op de markt komt. Groei en innovatie kunnen echter niet voorkomen dat Lamot in 1970 zelf ten prooi valt aan overname, en wel door het Britse Bass Charrington. Deze sluit weliswaar ‘De Rolaf’ in Boom, maar investeert fors in een nieuwe bottelarij aan de stadsrand van Mechelen en introduceert het Lamot Pilsor bier op de Engelse markt. De overname door Piedboeuf-groep uit Jupille in 1980 pakt minder gelukkig uit, want als deze met Stella Artois uit Leuven opgaat in Interbrew volgt een reeks van brouwerijsluitingen die in 1994 uiteindelijk ook Lamot in Mechelen treft.

Mechelen (2)Afbeelding 3: De glazen aanbouw vormt thans de entree van het complex.

Na een periode van leegstand begint in 2001 de sloop van het brouwerijcomplex om plaats te maken voor een hotel van de ‘Novotel’-keten, een supermarkt met ondergrondse parkeergarage en enkele tientallen appartementen en stadswoningen. Alleen het brouwhuis uit 1922 blijft behouden en wordt in 2004/2005 op een hedendaagse wijze verbouwd, onder andere met een grote glazen aanbouw aan de zijde van de Haverwerf waarover de meningen uiteen lopen. Sindsdien gonst het er weer van activiteit. Een commerciële organisatie verzorgt er bedrijfscongressen, evenementen en feesten. Bovendien is het nieuwe Lamot een ankerplaats voor erfgoed in Mechelen en de regio. De stedelijke afdeling erfgoedontwikkeling, de dienst musea, de erfgoedcel en ETWIE (Vlaams Expertisecentrum voor Technisch, Industrieel en Wetenschappelijk Erfgoed) hebben er hun vaste basis gekregen. Ook de diensten Archeologie en Stadsarchief Mechelen worden tegenwoordig vanuit Lamot aangestuurd.