Roermond

Roermond (1)Afbeelding 1: Deel van het ECI-complex dat  voortkwam uit een dubbele watermolen over het Klein Hellegat. Hierin waren tijdens de negentiende eeuw achtereenvolgens een papierfabriek en meelfabriek gevestigd.

Gezien de afwezigheid van grote hoogteverschillen in het Nederlandse landschap is de opwekking van elektriciteit met waterkracht tot enkele (zeer) kleine centrales beperkt gebleven. Het vroegste voorbeeld bevindt zich in Roermond, waar reeds in 1918 het water van de Roer werd benut om kort voor uitstroming in de Maas elektriciteit te leveren ten behoeve van de industrie. In 1926 werd de Electro Chemische Industrie, kortweg ECI, hiervan de belangrijkste afnemer toen deze zich vestigde in een fabriekscomplex dat al een eeuw oud was. Het gebruik van waterkracht om molens aan te drijven voor nijverheidsdoeleinden vond op deze locatie echter al in de middeleeuwen plaats. Na sluiting van de ECI in 1974 brak een periode van verval aan, maar met het opnieuw in gebruik stellen van de centrale in 2000 en openen van de ECI Cultuurfabriek in 2012 is de activiteit op het Steeleiland weer teruggekeerd. Alle reden om op deze plaats niet alleen de geschiedenis van de energiecentrale, maar ook die van het naastgelegen fabriekscomplex te belichten.Foto Technische Dienst LuchtvaartafdeelingAfbeelding 2: Luchtfoto van het ECI-complex in de jaren twintig met de rivier de Roer (1), Groot Hellegat (2), Klein Hellegat (3), Maas (4), Steeleiland (5), ECI-fabriek (6), watermolens (7) en waterkrachtcentrale (8). 

De oudste vermelding van bedrijvigheid aan de monding van de Roer dateert van 1224. In dat jaar schonk de graaf van Gelre de Hammolen aan de plaatselijke Cisterciënzer Munsterabdij. In dezelfde eeuw groef men een nieuwe benedenloop voor de rivier die bestond uit twee takken, het Kleine- en Grote Hellegat en waardoor twee eilanden ontstonden, het Bovenste- en Benedenste Steeleiland. De oorspronkelijke loop van de Roer bestaat overigens nog steeds en heet nu de Hambeek.  In de daaropvolgende eeuwen verrees er op beide eilanden een watermolen over het Klein Hellegat, die bestonden uit een molenhuis met waterrad op beide oevers. Zo had Roermond de beschikking over een volmolen, looimolen, oliepersmolen en graanmolen. De molen van het Benedenste Steeleiland verdween vorige eeuw bij dempingswerkzaamheden, die van het Bovenste Steeleiland (tegenwoordig ‘Het Steeleiland’) ging in de negentiende eeuw op in een fabriekscomplex. De basis daarvoor werd gelegd toen de uit Jülich afkomstige ondernemer J. Burghoff het molenhuis op het (Bovenste) Steeleiland ombouwde tot een papiermolen. Uitbreiding tot een fabriek onder de naam Berghoff, Magnée & Cie. volgde in 1832 en een gevelsteen met de aanduiding BM&C herinnert daar vandaag de dag nog aan. Dat het hier om een echte fabriek ging blijkt in 1834, wanneer er een door water aangedreven machine wordt geplaatst: de eerste papiermachine van Nederland. In 1883 maakte een faillissement een einde aan deze onderneming, vermoedelijk omdat men niet was overgeschakeld van lompen op het goedkopere houtstof, terwijl dit voor krantenpapier destijds al wel gebruikelijk was. Daarmee ging de papierfabricage niet verloren voor Roermond, zo zou in 1937 blijken. Toen vestigde zich de NV Limburgse Papierfabriek Nestelroy op een industrieterrein aan de noordzijde van de stad om er gebruikt papier te gaan recyclen tot grijspapier en karton. Onder de naam Smurfitt Kappa gebeurt dat nu nog steeds. De molen op het Steeleiland schakelde over op het malen van graan en gedurende de daar op volgende decennia evolueerde het complex tot een volwaardige meelfabriek die door turbines in plaats van waterraderen werd aangedreven. Ook hieraan kwam weer een einde, maar dit keer als gevolg van de sterk gedaalde graanimport tijdens de Eerste Wereldoorlog. De zaken werden weer opgepakt in 1918 door een nieuw bedrijf, NV ‘Het Steel’, dat er een fabriek voor aardappel- en peulvruchtproducten in vestigde. In datzelfde jaar begon in opdracht van deze onderneming de bouw van een waterkrachtcentrale die in 1920 werd opgeleverd en was uitgerust met twee zogenaamde Francisturbines. Dit turbinetype, dat de Brit James B. Francis speciaal ontwikkelde voor hydraulische toepassing, heeft een hoge efficiency omdat het zowel gebruikt maakt van de radiale- als axiale stroming. Daartoe wordt het water door middel van een spiraalvormige behuizing om het turbinewiel gestuwd (radiaal) en door de turbineschoepen weer naar buiten geleid (axiaal).roermond-3Afbeelding 3: Turbine (links) en generator (rechts) van de waterkrachtcentrale.

Nadat ook aan NV ‘Het Steel’ ten gevolge van een faillissement een einde aan was gekomen, nam in 1926 de NV Noury & Van der Lande uit Deventer het grootste deel van het complex over (naast J.C. Esser die er datzelfde jaar een houtzagerij in begon). Dit bedrijf bezat meel-, olie- en veevoederfabrieken en was geïnteresseerd in de waterkrachtcentrale vanwege de recente ontdekking dat de kwaliteit van bakmeel te verbeteren was door bijmenging van zure bloem. De peroxideverbindingen die nodig waren om deze zure bloem te maken konden alleen via een chemisch, meer in het bijzonder een elektrochemisch proces verkregen worden, hetgeen een hoog elektriciteitsverbruik met zich meebracht. De 1,5 à 2 miljoen kilowattuur die gemiddeld per jaar opgewekt konden worden uit het Roerwater kwamen daarbij goed van pas. Door een stroom via elektroden door een waterige oplossing van ammoniumsulfaat en zwavelzuur te leiden verkreeg men de meelverbeteraar ammoniumpersulfaat. Ook andere meelverbeteraars zoals kaliumpersulfaat, kaliumbromaat en benzoylperoxide konden in een gelijkaardig proces gevormd worden, dat tevens de naam gaf aan de nieuwe fabriek: Electro Chemische Industrie, ofwel ECI. Voor Noury & Van der Lande betekende het een belangrijke stap in de geleidelijke overgang van de voedingsmiddelen- naar de chemische industrie. Wetenschappelijk onderzoek in een eigen bedrijfslaboratorium in Deventer en contacten met universiteiten leidden tot nieuwe patenten op het gebied van pigmenten voor verven en lakken, alsmede grondstoffen voor drukinkten en zelfwerkende wasmiddelen. Voor laatstgenoemde productencategorie produceerde de ECI grote hoeveelheden natriumperboraat dat als bleekmiddel toepassing vond in zeeppoeders als OMO en Persil. Het ontleent zijn blekende eigenschap aan het vrijkomen van waterstofperoxide in warm waswater. In de Tweede Wereldoorlog kwam de productie van de ECI stil te liggen, die van de waterkrachtcentrale evenwel niet. Toen in oktober 1944 door het geallieerde offensief de elektriciteitstoevoer vanuit de provinciale centrale ophield, was het de ECI-centrale die de stad Roermond van stroom voorzag. Hieraan kwam een einde toen de Duitse bezetter zich in februari 1945 terugtrok en daarbij de waterkrachtcentrale opblies. Na de bevrijding volgde herstel, waarbij enkele tientallen meters stroomafwaarts van de fabriek een nieuwe centrale over het Klein Hellegat werd gebouwd met daarin nog maar één turbine. Ook Noury & Van der Lande pakte de zaken in de ECI-fabriek weer op. Daar was alle reden voor, want de naoorlogse opkomst van de plastics betekende een nieuwe toepassing voor de peroxides en persulfaten. Als zogenaamde initiatoren vervulden ze namelijk een onmisbare rol in diverse polymerisatieprocessen, de chemische reacties die aan de basis staan van de plasticsproductie. Daarnaast was het bedrijf zich ook gaan toeleggen op geneesmiddelen, die het onder de naam ‘Nourypharma’ op de markt bracht. Voor dat doel kocht het in 1949 de ‘Limburgsche Spiritus Industrie’, kortweg ‘Lispin’, in het nabij Roermond gelegen Herkenbosch. Daar was in 1926 begonnen met de productie van alcoholische verbindingen uit graan, aardappelen, melasse en mais ten behoeve van de reukwarenindustrie, maar deze kwamen evenzeer van pas in de bereiding van farmaceutische producten. Als onderdeel van Akzo Nobel is de vestiging nog steeds actief, zij het in een andere productencategorie.Roermond (4)Afbeelding 4: Het ECI-complex kort voor de bouw van de waterkrachtcentrale.

De chemische industrie in Roermond en omliggende regio vertoonde in deze jaren een sterke expansie, hoewel ze nooit dezelfde omvang zou bereiken als die in het zuidelijker gelegen Sittard-Geleen. De kiem hiervoor was overigens al lang voor de komst van Noury & Van der Lande gelegd, en wel door Dr. Albert Haagen uit Aken. Die startte in 1869 onder eigen naam op het Benedenste Steeleiland een fabriek voor chemicaliën en verfstoffen, die na WOII eveneens toeleverancier van de plasticsindustrie werd, maar dan op het gebied van stabilisatoren. Het bedrijf heeft tot 2000 geproduceerd, waarvan de laatste jaren onder de naam Akcros, zodat het voormalige eiland sindsdien als dusdanig wordt aangeduid: het Akcros-terrein. Een chemisch bedrijf dat wat  procesvoering betreft wel enige overeenkomst vertoonde met de ECI streek in 1936 enige kilometers ten zuiden van Roermond neer in het dorpje Linne. Onder de naam ´Nepakris´ ging het Belgische Solvay-concern er op elektrochemische wijze natronloog (voor de zeepbereiding), chloor (voor kunststofproductie) en waterstof (voor zoutzuur) uit zout produceren. Grondlegger Ernest Solvay had een proces ontwikkeld om soda (voor glassmelterijen, zeepziederijen en papierfabrieken) te maken uit zout en hoewel de naam Nederlandse Patent en Kristalsodafabriek deed vermoeden dat het hier ook in Linne om te doen was, is dit er nooit geproduceerd. Wel werd vanwege het hoge elektriciteitsverbruik van deze fabriek in haar onmiddellijke nabijheid een waterkrachtcentrale met een vermogen van 11 MW gebouwd om goedkope stroom uit het Maaswater op te wekken.Roermond (2)Afbeelding 5: De fabrieksgebouwen die door NV ‘Het Steel’ en Noury & Van der Lande in de eerste helft van de vorige eeuw aan het complex werden toegevoegd. 

Dit vermogen is aanzienlijk hoger dan de 0,25 MW die sinds 2000  door de ECI-centrale wordt geleverd en op jaarbasis goed is voor het verbruik van zes- à zevenhonderd huishoudens. Nadat reeds in 1991 aan de waterkrachtcentrale de status van rijksmonument was verleend, volgde deze in 2001 voor het ECI-fabriekscomplex. Het Steeleiland ging samen met het Akcros-terrein onderdeel uitmaken van het stedelijke herontwikkelingszone Roerdelta, die grotendeels voor woningbouw bestemd is. In 2009 namen de restauratiewerkzaamheden aan het fabriekscomplex een aanvang, met als doel hier een culturele bestemming aan te geven. Die werd na gereedkomen in 2012 ingevuld met een theaterzaal, poppodium, bioscoop en tentoonstellingsruimte die als dependance van het Maastrichtse Bonnefantenmuseum fungeert.  Daarnaast verschaft het ruimte aan cultuureducatie, een grandcafé en een sterrenrestaurant. Naast deze ECI-Cultuurfabriek hebben er na de laatste eeuwwisseling nog enkele andere fabriekspanden in Roermond een nieuwe bestemming gekregen. De voormalige meelfabriek ‘BACO’ uit 1905 werd in 2013 door woningcoöperatie ‘Wonen Limburg’ als kantoorgebouw in gebruik genomen. De eveneens aan de spoorlijn gelegen mouterij ‘Limburgia’ uit 1877 is sinds 2005 het onderkomen van ‘Kern Architecten’. Roermond (5)Afbeelding 6: Het restaurant van de ECI-cultuurfabriek.