Zürich

Afbeelding 1: Armaturenfabrik Nyffenegger omstreeks het einde van de jaren twintig,  gezien vanaf station Oerlikon. Het gieterijgebouw bevindt zich rechts (bron: Nyffenegger Armaturen AG).

Landschappelijk gezien mogen het vlakke Nederland en bergachtige Zwitserland dan hemelsbreed verschillen, in economisch-historisch opzicht hebben ze gemeen dat ze zich pas laat zijn gaan industrialiseren. Bij gebrek aan natuurlijke grondstoffen bleef de zware industrie in beide landen beperkt van omvang en door de kleine thuismarkt gold dat ook voor de textielsector, hoewel die dankzij haar koloniale rijk in Nederland toch nog aanmerkelijk groter was dan in Zwitserland. Daarom zijn in beide landen juist de sectoren die pas rond 1900 opkwamen relatief sterk vertegenwoordigd, namelijk de voedingsmiddelenindustrie, elektrotechniek en de chemie. Maar terwijl de Nederlandse industrie alweer een halve eeuw krimpende is en we in feite altijd een land van handel en transport zijn gebleven, groeide Zwitserland uit tot een kleine industrienatie die zich nog altijd staande weet te houden dankzij kwaliteit, innovatie en sterke merken. Dat is deels verklaarbaar doordat hun industrie, net als in Duitsland, Zweden en Noord-Italië meer uit ambacht dan uit handel is voortgekomen. Met andere woorden, ook Zwitsers zijn van nature ‘Tüftler’ die met knutselaarsmentaliteit en vakmanschap naar zakelijk succes op de lange termijn streven, in plaats van de ongeduldige handelsgeest waarmee de Nederlander op korte termijn winst wil behalen. De wereldberoemde horloge-industrie die er uit het klokkenmakerambacht is voortgekomen geldt wat dat betreft als het bekendste voorbeeld.

Ook voor de onderneming in deze reportage, Nyffenegger, geldt dat ze door verfijning en precisie streefde naar producten met een hoge toegevoegde waarde. Wat in 1910 begon als een kleine ‘Armaturenfabrik’ met een ‘Metallgiesserei’ in de kelder, ontwikkelde zich tot een modern bedrijf dat nog steeds bestaat en gevestigd is in Zürich, het industriële hart van Zwitserland. Overigens niet meer op de oorspronkelijke plaats, want in 1988 werd de oude gieterij verlaten en kreeg deze enkele jaren later een tweede leven als restaurant. Ze staat in Oerlikon, dat nog tot 1932 een zelfstandige buurgemeente van Zürich was en waar de industrie begin vorige eeuw een onstuimige groei doormaakte. Gangmaker daarbij was Maschinen Fabrik Oerlikon (MFO) waar vanaf 1876 machines, locomotieven, elektromotoren en turbines gebouwd werden. Ook dit bedrijf is tegenwoordig elders actief. Niet meer zelfstandig maar als onderdeel van het Zweeds-Zwitserse ABB-concern. De productiegebouwen werden afgebroken en maakten plaats voor het MFO-Park, uitgezonderd het oude directiekantoor dat behouden bleef en als ‘Restaurant Gleis 9’ een nieuwe bestemming kreeg. Het dreigde echter alsnog te sneuvelen toen het naastgelegen station Oerlikon moest worden uitgebreid met extra sporen. Toen bleek hoe serieus de Zwitsers ook hun industrieel erfgoed nemen, want in een twee dagen durende operatie werd het gebouw over een afstand van zestig meter verschoven.  Afbeelding 2: Toen het voormalige directiekantoor van Maschinenfabrik Oerlikon in mei 2012 verschoven werd in verband met een spooruitbreiding, was dit het grootste bouwwerk dat tot dan toe in Europa was verplaatst.

Als zoon van een smid en ijzerwarenhandelaar was het voor grondlegger Hans Nyffenegger aan het begin van de vorige eeuw vanzelfsprekend dat hij ook in deze branche actief zou worden. Verkoopvaardigheden deed hij op als gezel in de ijzerwarenzaak van Julius Bär & Cie. en het vak van metaalgieter als leerling in de onderneming Lyss die in het kanton Bern van project naar project reisde. In 1906 trad hij als compagnon toe tot het bedrijf van de tien jaar oudere Rudolf Nussbaum in Olten, dat daarna bekend kwam te staan als Metallgiesserei & Armaturenfabrik Neussbaum & Cie. Het woord armatuur is tegenwoordig vrijwel uit het spraakgebruik geraakt, maar was destijds een gangbare uitdrukking. De vroege oorsprong ligt weliswaar in het krijgsbedrijf, in de betekenis van ‘bewapening’, maar door de tijd heen verschoof het naar ‘uitrusting’ en werd als dusdanig ook in de technische wereld overgenomen om er de uitrusting, ofwel onderdelen, van een machine mee aan te duiden.

Al na vier jaar eindigde de samenwerking als gevolg van meningsverschillen en besloot Hans in zijn geboortestad Zürich voor zichzelf te beginnen. Hij liet zijn bedrijf registreren als ‘Armaturenfabrik H. Nyffenegger’ en kocht in het nieuwe industriegebied van Oerlikon een stuk grond in de nabijheid van het treinstation, waarop hij een fabriekshal bouwde. Na drie jaar had hij twaalf werknemers op de loonlijst staan: een gereedschapsmaker, twee slijpers, een polijster, drie draaiers, drie bankwerkers en twee knechten. Het assortiment bestond hoofdzakelijk uit kranen, afsluiters en ventielen in alle soorten en maten. Zonder enige bescheidenheid prees Hans Nyffenegger zijn ‘Patent-Ventil-Bodenhahn’ als de ‘meest volkomen kraan (Hahn) in haar soort’ die thans verkrijgbaar is. Het grote voordeel van zijn gepatenteerde ontwerp was dat de schaarse componenten die aan slijtage onderhevig waren eenvoudig vervangen konden worden door slechts twee schroeven los te draaien. Om alle onderdelen zelf te kunnen vervaardigen richtte hij in 1912 een gieterij in en stelde een gietmeester met twee knechten,  een modellenmaker, een kernmaker en een afwerker aan. De naam van zijn bedrijf veranderde hij een jaar later in ‘H. Nyffenegger Metallgiesserei und Armaturenfabrik Oerlikon’.Afbeelding 3: Uitstalling van het productassortiment op de ‘Landesaustellung’ van 1914 in Bern, waar de firma Nyffenegger een zilveren medaille won (bron: Nyffenegger Armaturen AG).

Vijf jaar later liet hij voor deze afdeling naast de fabriek een apart gebouw optrekken, waarin zich naast een gieterijhal ook een volledig nabewerkingsatelier bevond. Het aantal werknemers was toen al opgelopen tot zestig, waarvan er vijfentwintig in de gieterij werkzaam waren. De periode van de Eerste Wereldoorlog kenmerkte zich voor Nyffenegger, maar ook voor andere bedrijven in het neutrale Zwitserland, door een groot personeelsverloop. Door de sterk stijgende kosten voor levensonderhoud waren de arbeiders namelijk geneigd om voor een hoger loonbod snel van werkgever te veranderen. Opdrachten waren er weliswaar genoeg, maar het benodigde materiaal was schaars, waardoor dát na verloop van tijd bepalend werd of een bedrijf wel of niet actief kon blijven en daarmee personeel aan zich kon binden. Direct na afloop van de oorlog werd hier dan ook lering uit getrokken door de ondernemers. In 1919 richtten negen branchegenoten, waaronder Hans Nyffenegger, het nog altijd bestaande ‘Verband Schweizerischer Armaturenfabriken’ (VSA) op. Doel van deze organisatie was het vaststellen van bindende verkoopprijzen en –voorwaarden, bestrijding van oneerlijke concurrentie en het vastleggen van productstandaarden. Nyffenegger manifesteerde zich als geëngageerd lid en maakte jarenlang deel uit van het bestuur.

Tijdens de jaren twintig verliepen de zaken zeer voorspoedig. De kranen van Nyffenegger vonden niet alleen toepassing in machines en technische installaties, maar men produceerde bijvoorbeeld ook fraai vormgegeven typen voor hotels en ziekenhuizen. Ook de zeepdispenser van verchroomd koperblik die in 1928 geïntroduceerd werd was een groot succes en bleef meer dan een halve eeuw in het assortiment. Ondertussen waren ook de drie kinderen van Nyffenegger tot het bedrijf toegetreden. Zijn zonen Hans en Robert als reizende vertegenwoordiger en gieterijtechnicus, zijn dochter Margarit als hoofd van de expeditieafdeling. Zoals gebruikelijk in familiebedrijven diende dit hen voor te bereiden op een toekomstige opvolging, maar door het vroegtijdig overlijden van hun vader in 1929 brak dit moment veel vroeger aan dan was voorzien. Vanwege hun jonge leeftijd en het feit dat er een economische crisis was uitgebroken werd besloten om de ervaren zakenpartner Joseph Doppler in de bedrijfsleiding op te nemen. Deze driekoppige leiding hield stand tot 1936, toen Doppler door onenigheid gedwongen was het bedrijf te verlaten en beide broers samen verder gingen. Geldverduistering door een boekhouder, kredietstopzetting door de bank en een door-etterend conflict met Doppler wierpen een schaduw over deze laatste vooroorlogse jaren.Afbeelding 4: Een blik in de draaierij van het bedrijf waar de werkstukken ter gelegenheid van de foto fraai opgestapeld staan (bron: Nyffenegger Armaturen AG).

Net als tijdens WOI wist Zwitserland ook tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn neutraliteit te handhaven. Wel bereidde men zich voor op een vijandelijke inval met een stelsel van vestingwerken waarmee op ingenieuze wijze strategische bergpassen konden worden afgegrendeld. De firma Nyffenegger leverde zijn bijdrage aan deze fortificaties, onder andere door de ontwikkeling van een vernuftige ‘Schnellschuss-Schieber’. Deze afsluiters maakten het mogelijk om in geval van brand of een aanval met strijdgas met één enkele beweging de luchttoevoer naar de bunkers en schuilplaatsen te onderbreken. Ze zouden ook na de oorlog nog in productie blijven, maar dan voor olietanks en gierwagens. Dit soort opdrachten voor de landsdefensie waren niet alleen lucratief, maar stelden Nyffenegger bovendien in staat om personeelsleden in dienst te houden die anders onder de wapenen zouden zijn geroepen. De schaarste aan materialen manifesteerde zich ook nu weer en reeds in 1940 was er nog amper koper, tin of nikkel te krijgen. In plaats van brons schakelde men over op messing. Nadat ook daarvoor de grondstoffen gingen ontbreken slaagden de vakmannen van Nyffenegger er in om kranen uit zink te vervaardig. Aanvankelijk stuitte dit op scepsis bij klanten, maar toen bleek dat ze aan de eisen voldeden namen ook andere bedrijven in de sector ze in productie.

De onderneming profiteerde dusdanig van de naoorlogse opleving van de economie dat Hans en Robert Nyffenegger aan uitbreiding begonnen te denken. Aangezien daar ter plaatse de ruimte voor ontbrak kochten ze een stuk grond in Oerlikon Ried, maar maakten geen haast met de uitvoering van hun plan. Reden hiervoor was het reeds lang bestaande voornemen van de Zwitserse spoorwegen (SBB) om een tunnel aan te leggen door de Käferberg, waarvan de ingang mogelijk ter hoogte van het bedrijfsterrein van Nyffenegger zou komen te liggen. Tot een uitkoop door de SBB is het echter nooit gekomen en pas in de jaren negentig zou er daadwerkelijk een fabriek gebouwd worden op de nieuwe bedrijfslocatie. Om het bedrijfsvermogen te vergroten ging men vanaf 1965 verder als de naamloze vennootschap ‘Nyffenegger & Co. AG’ (Aktien Gesellschaft) met Robert als bestuursvoorzitter en Hans als vicevoorzitter. In deze jaren onderging de fabriek een moderniseringsprogramma, waarbij halfautomatische draaibanken, hoogfrequent lasapparatuur en hightech testinstallaties werden aangeschaft. Omdat naast de automatisering ook gestopt werd met de productie van verchroomde badkamerarmaturen liep het personeelsbestand terug van honderdtien naar vijfenzeventig medewerkers.Afbeelding 5: Bij de transformatie van gieterij naar restaurant hebben de fabrieksgebouwen uitwendig nauwelijks een verandering ondergaan.

De economische neergang als gevolg van de oliecrisis van 1973, die met name de industrie hard trof, betekende ook voor Nyffenegger een moeilijke periode, vooral omdat tegelijkertijd de woningbouw door een dal ging. Net zoals Hans en Robert tijdens de grote depressie van de jaren dertig het roer hadden moeten overnemen, zo gold dat nu voor de derde familiegeneratie nadat beide broers in respectievelijk 1975 en 1984 gestorven waren. Pas halverwege de jaren tachtig verbeterde de situatie zich, maar toen was inmiddels duidelijk dat er voor de gieterij, die zeventig jaar het hart van de onderneming gevormd had, geen toekomst meer was. Gekwalificeerde vakmensen waren nog maar moeilijk te vinden en de milieueisen steeds strenger geworden, terwijl het ondertussen voordeliger was om ruw gietwerk uit lagelonenlanden te importeren. Daarom viel in 1988 de beslissing om de gieterij met bijbehorende afdelingen te sluiten. Nyffenegger ging zich vanaf die tijd richten op producten voor nichemarkten waar kwaliteit, vormgeving en innovatie de doorslag geven. Ter ondersteuning van deze nieuwe strategie werd in 1996 een nieuw, representatief bedrijfsgebouw geopend op de locatie in Oerlikon Ried die bijna vijftig jaar eerder al was aangekocht. Daar is de onderneming ook vandaag de dag nog actief, inmiddels onder leiding van de vierde familiegeneratie.

Kort nadat men het oude fabrieksgebouw verlaten had diende zich al een nieuwe gebruiker aan. Een kunstenaar ging er zijn grote metaalobjecten vervaardigen, maar na verloop van tijd ook party’s organiseren, waarbij hij maaltijden bereidde in de oude stookplaats die vroeger diende om metaal te smelten. Aanvankelijk werd dit gedoogd, maar toen er steeds meer publiek op afkwam stelde de gemeente Zürich hem voor de keuze: sluiten of verder gaan als echt restaurant. Het werd dat laatste. De firma Nyffenegger liet de gebouwen op haar kosten grondig renoveren, om ze daarna te verhuren aan restaurant ‘Giesserei’. Vloeren, wanden en plafonds zijn in hun oorspronkelijke toestand behouden gebleven en de vele interieurdelen uit metaal dragen bij aan de instandhouding van de sfeer van de vroegere Armaturenfabrik. Met een culinair hoog aangeschreven keuken en een grote klantenkring van vaste bezoekers heeft de ‘Giesserei’ zich ondertussen ontwikkeld tot een gevestigde naam in het Züricher uitgaansleven.Afbeelding 6: Restaurant ‘Giesserei’ biedt haar gasten gastronomische verrassingen in een industriële ambiance.