Steyl

steyl-3Afbeelding 1: Kloosterdorp Steyl gezien vanaf de westelijke Maasoever. 

Vanwege haar vele kloostergebouwen wordt het Noord-Limburgse Steyl ook wel het ‘kloosterdorp’ genoemd. Vooral in het laatste kwart van de negentiende eeuw maakte de kloosterbouw een explosieve groei door. Het dorp werd vanaf 1875 een toevluchtsoord voor religieuzen die door de Kulturkampf onder kanselier Otto von Bismarck gedwongen waren Duitsland te verlaten. De vestiging van kloosterorden bereikte in deze periode een hoogtepunt. De bekendste orde is de Congregatie van het Goddelijke Woord, gesticht door pater Arnoldus Janssen. Rond 1850 stonden er in de dorpskern van Steyl vrijwel alleen boerderijen en grote koopmanshuizen. Die werden voor de nieuwe bestemming opgekocht, verbouwd en uitgebreid. Zo is een deel van het huidige Missiemuseum gevestigd in een handelshuis uit circa 1810. Verschillende huizen van voorname koopmans- en handelsfamilies werden in de loop der tijd ook afgebroken. Andere monumentale huizen kwamen erbij. Zo dateren de Art-Nouveau Villa’s aan de St.Michaelstraat uit 1906. Ze behoorden toe aan de familie Kreykamp die faam verwierf door de tabaksfabricage. Tot ongeveer 1850 kende het plaatsje zelfs een scheepswerf, want het was lange tijd een florerend centrum in de handel over de Maas. Met name de familie De Rijk had hierin een belangrijk aandeel dankzij het bezit van een groot aantal schepen en twee stoomboten. Rond 1860 kwam aan de bloei van de Steyler scheepvaart een einde. De kloosterbewoners ontwikkelden eigen bedrijfsinitiatieven waaruit onder meer een drukkerij, een fotografisch atelier, een waterpompstation en een ketelhuis voortkwamen. Door de concentratie van handelshuizen, kloosters, parken en grotten die nog bewaard zijn gebleven heeft Steyl vandaag de dag een belangrijke cultuurhistorische waarde.

steyl-2Afbeelding 2: Wat ketelhuis wordt genoemd is in feite een complete elektriciteitscentrale.

Arnoldus Janssen werd in 1837 in het Duitse stadje Goch geboren. Na zijn priesterwijding in 1861 begon hij in 1874 met het uitgeven van het missietijdschrift ‘Kleiner Herz-Jesu Bote’. Een jaar later stichtte hij in Steyl in een voormalig koopmanshuis de Congregatie van het Goddelijke Woord, wat in zijn thuisland niet mogelijk was. Het missiehuis ontwikkelde zich voorspoedig en weldra stichtte Arnold Janssen in Steyl twee nieuwe gemeenschappen, die van de Dienaressen van de Heilige Geest en die van de Dienaressen van de Heilige Geest van Eeuwige aanbidding. De drie gemeenschappen werden al snel actief op alle vijf continenten. Voor deze prestatie werd Arnoldus Janssen in 2003 door Paus Johannes II heilig verklaard. Om het uitgeven van drukwerk mogelijk te maken kocht Janssen in 1876 zijn eerste handdrukpers en liet in januari 1878 liet het eerste nummer van het familieblad ‘Stad van God’ verschijnen. De eerste stoommachine om een drukpers aan te drijven schafte hij aan in 1885 tweedehands aan. De naam ‘Utrechter’ die deze machine meekreeg verwijst naar zijn plaats van herkomst. Zeven jaar later volstonden de zestien paardenkrachten van deze machine al niet meer en volgde aankoop van een 45PK-exemplaar: de ‘Maagdenburger’. Door de sterke groei van het aantal drukopdrachten ontstond de behoefte aan een grotere bedrijfsruimte, wat in 1893 aanleiding was om het thans nog bestaande drukkerijcomplex te bouwen. Met de aanschaf van stoommachine nummer 3 in 1899, de 120PK sterke ‘Chemnitzer’, werd het beschikbare vermogen nogmaals verhoogd. De maandelijkse oplage van ‘Stad van God’ bedroeg dat jaar dan ook al honderdduizend exemplaren en het einde van de groei was nog lang niet in zicht. Met het oog op de toekomst werd daarom besloten om over te schakelen op elektriciteit als moderne energiedrager van deze tijd. Na gereedkomen van een nieuw ketelhuis in 1909 werd daarin naast de ‘Maagdenburger’ en de ‘Chemnitzer’ een derde, nieuwe, stoommachine geplaatst, de ‘Hannoverse’, met een vermogen van 230PK. Het is deze laatste, en grootste, stoommachine die tot op heden behouden is gebleven, samen met een eveneens uit 1909 daterende gelijkstroomdynamo voor het opwekken van de elektriciteit. Laatstgenoemde installatie, gebouwd door Bergmann in Berlijn, voorzag de drukmachines van 165 kW vermogen bij een bedrijfsspanning van 230 V. Met deze elektriciteitscentrale is de drukkerij bijna een halve eeuw draaiend gehouden, met uitzondering van de laatste twee oorlogsjaren toen het ketelhuis door granaatinslagen zwaar beschadigd raakte. Bij de grondige modernisering van medio jaren vijftig werden de twee oudste stoommachines vervangen door een stoomturbine van Brown Boveri (500 kW, 380 V wisselstroom) en plaatste de firma Steinmüller uit Gummersbach twee hogedrukstoomketels (22 atm., 5000 kg/uur). In deze staat bleef de centrale nog tot 1981 in bedrijf en voorzag drukkerij en drie kloostergebouwen van stroom en stoom (voor verwarmingsdoeleinden). In dat jaar werd de turbine buiten gebruik gesteld en enkel nog elektriciteit van het openbare net betrokken. De drukkerij hield het nog tot 2004 vol, zij het onder externe bedrijfsvoering. Ondertussen had de centrale, net als veel andere gebouwen in het kloosterdorp, de status van rijksmonument ontvangen en was de stichting Stijlvol Steyl opgericht om zich over dit religieus erfgoed te ontfermen. Na renovatie zijn de stoommachine uit 1909 en turbine uit 1956 weer operationeel en worden enkele dagen per jaar, waaronder de Nationale Stoomdagen, door vrijwilligers van de stichting gedemonstreerd aan het publiek.

steyl-1Afbeelding 3: Stoommachine ‘De Hannoverse’ in de elektriciteitscentrale, met op de achtergrond schakelpanelen en Christus-afbeelding.