Port Sunlight

Port Sunlight (1)Afbeelding 1: Om Port Sunlight de uitstraling van een plattelandsdorp te geven verrezen er woonblokken met een voorgevel in vakwerkbouw.     

In 1884 begon William Hesketh Lever, medegrondlegger van het Brits-Nederlandse Unilever-concern, een huishoudzeep te produceren waarvan het succes zo groot was dat hij er een nieuwe fabriek voor moest laten bouwen. Hij koos daarvoor een stuk moerasland in Cheshire, gelegen aan de River Mersey tegenover de havenstad Liverpool en voorzien van goede water- en spoorverbindingen. Naast de fabriek verrees een dorp met woningen en veel openbare voorzieningen die ten dienste moesten staan van de werkgemeenschap. Lever liet er vrijstaande woonblokken bouwen die met veel groen waren omgeven en in enkele decennia tijd groeide dit Port Sunlight – genoemd naar zijn best verkocht huishoudzeep – uit tot een echte tuinstad. In Port Sunlight kwamen twee passies van Lever samen: zijn voorliefde voor de bouwkunst en zijn religieus geïnspireerde medemenselijkheid om zijn welvaart te delen. Wegens zijn verdienste op sociaal en economisch gebied werd hij in 1911 in de adelstand verheven en in 1917 tot baron benoemd. Bij die gelegenheid werd aan de naam Lever de familienaam van zijn vrouw toegevoegd, zodat hij vanaf die tijd als Lord Leverhulme werd aangesproken. Nog eens vijf jaar later mocht hij zelfs de titel van viscount gaan voeren.Port Sunlight (2)Afbeelding 2: Vooroorlogse luchtopname van Port Sunlight met op de achtergrond de zeepfabriek en rechts de Chester & Birkenhead Railway.

Port Sunlight werd opgezet volgens de door Ebenezer Howard ontwikkelde tuinstadgedachte. Deze had eerder al, maar dan op kleine schaal, navolging gevonden in het Agnetapark van de Gist- en Spiritusfabriek in Delft. Dat Nederlandse voorbeeld was een initiatief van de vooruitstrevende ondernemer J.C. van Marken. De tuinarchitecten J.D. en L.P. Zocher leverden het ontwerp voor het park, dat zich kenmerkte door gebogen straten met een landelijke uitstraling, waaraan vrijstaande- of ruggelings in blokken van vier gebouwde woningen (zogenaamd Carré Mulhousien) stonden. De bewoners genoten er vanuit hun huizen een vrij uitzicht op een centraal gelegen waterpartij en moesten gebruik maken van voorzieningen zoals een coöperatieve bakkerij, winkel voor eerste levensbehoeften, openbare school en een verenigingsgebouw. Lever, die het Delftse dorp meerdere malen bezocht, kwam sterk onder de indruk van Van Marken’s ideeën omtrent wonen, werken en recreëren. Het inspireerde hem om door te gaan met het ontwikkelen en uitdragen van zijn maatschappelijke denkbeelden, die hij kernachtig samenvatte in het woord ‘prosperity sharing’. Dichter bij huis in Engeland vond hij nog meer van dit soort bouwinitiatieven, zoals het dorp van kaarsenfabrikant Price en de tuinstad van George Cadbury te Bourneville waarvan de bouw in 1895 begon. Door het zakelijke succes van de huishoudzeep kon Lever in Port Sunlight zijn verlichte ideeën verwezenlijken. Hij voorzag het dorp van een ziekenhuis, twee gemeenschapshuizen, een bibliotheek en een openluchtzwembad. Zijn vrouw liet later de Lady Lever Art Gallery bouwen.Port Sunlight (3)Afbeelding 3: De Lady Lever Art Gallery is sinds haar opening in 1922 een museum met een grote collectie schilderijen en sculpturen uit de negentiende eeuw.

Lever had een warme belangstelling voor de bouwkunst, vandaar dat hij voor het ontwerp van zowel de fabriek als de eerste dorpsuitleg architect William Owen had uitgenodigd. De eerste dertig modelwoningen werden in 1890 opgeleverd en een aantal waren er toen nog in aanbouw. Was het destijds gebruikelijk om meer dan honderd huizen per hectare bij elkaar te zetten, in Port Sunlight verrezen op het zelfde oppervlak niet meer dan vijfentwintig woningen. Lever liet zien dat deze arbeiderswoningen meer konden bieden dan de minimum woonvoorzieningen in andere Engelse industriesteden. Zij werden om deze verdienste dan ook op de Wereldtentoonstelling te Brussel van 1910 met de ‘Grand Prix’ bekroond. Acht jaar later was het aantal woningen inmiddels gegroeid tot bijna driehonderd. Van de hand van de architecten William en Segar Owen kwam in 1900 de Bridge Inn tot stand. Ook het ontwerp van de kerk, die in de daarop volgende jaren werd gebouwd, was van hun hand. In het voorportaal van dit godshuis ligt het echtpaar Leverhulme begraven en een grafmonument houdt de herinnering aan hen levend. Port Sunlight telde in 1906 ongeveer drieduizend bewoners, waarvan vijfhonderd kinderen de dorpsschool bezochten. Het mannelijke deel van de bevolking kon in het nabij het treinstation gelegen Gladstone Hall ontspanning zoeken. De jonge arbeidsters kregen les in koken, naaien en zelfs stenografie als ze daar aanleg voor bleken te hebben. Deze nevenactiviteiten vonden plaats in het wijkgebouw, waarin zich ook de kantine en bibliotheek bevonden.Port Sunlight (4)Afbeelding 4: Plattegrond van Port Sunlight uit 1914 met de zeepfabriek (1), het hotel (2), de kerk (3), de scholen (4), het ziekenhuis (5), sportveld (6), Gladstone Hall (7) en het treinstation aan de spoorlijn van Chester naar Birkenhead (8).

De gedreven Lever zocht naar nog meer variatie in de architectuur en liet in 1910 op de Liverpool School of Arts een prijsvraag uitschrijven, waaruit hij enkele nieuwe architecten selecteerde. Ook de beroemde Sir. Edwin Lutjens werd bij de bouw van de tuinstad betrokken. Die had bekendheid gekregen door zijn landhuizen en de bouw van het paleis voor de onderkoning van India. Zij werden allemaal betrokken bij de woningontwerpen, zodat er geen twee woonblokken op elkaar zouden lijken. Tenslotte werd in 1922 een groot, tempelachtig gebouw opgeleverd: de Lady Lever Art Gallery. Het kenmerkt zich door een ingang die op classicistische wijze is voorzien van ionische zuilen. Toen de historicus W.L. George in 1909 een beschrijving gaf van Lever’s nieuwe Arcadië, was het uitgegroeid tot meer dan zevenhonderd woningen op een terrein van ruim vijftig hectare. De variëteit in gevelopbouw, zo betoogde hij, werd verkregen door zowel in- als uitheemse architectuurelementen: flamboyante gotische dakkapellen, Hollandse klokgevels en bewerkte schoorstenen. Met veel aandacht voor vakmanschap en het esthetisch detail waren er ook huizen met een eikenhouten vakwerkconstructie die was opgevuld met gedecoreerd pleisterwerk. De woonhuizen, zo was zijn mening, boden een overzicht van het beste dat de Engelse bouwkunst na de eeuwwisseling had vertoond.Port Sunlight (5)Afbeelding 5: Met hoektorens, erkers, klokgevels, Tudor-schoorstenen en een luifel is dit huizenblok het toppunt van variatie, zoals het William Hesketh Lever voor ogen stond.

Toch waren er in het dorp in hoofdzaak maar twee woningtypen te onderscheiden. Het eerste type had een woonkeuken en werd derhalve ‘kitchen cottage’ genoemd. Het tweede had een woonkamer en een extra slaapkamer en werd aangeduid als ‘parlour cottage’. Deze grotere huizen werden bewoond door de employés die bij Lever Brothers werkzaam waren. Beide woningtypen hadden geen kelder, maar wel een bovenverdieping, die soms – afhankelijk van de gewenste woningdifferentiatie – deels in de kap was ondergebracht. De badkamer was op de begane grond te vinden en in de tuin naast het kolenhok was een eenvoudig toilet geplaatst. De woningen waren in rijen, hoekvorm of semi-kwadrante vorm op ruime percelen gebouwd. Soms was de vorm van het woonblok gebogen of van afgeschuinde hoeken voorzien, afhankelijk van het stratenpatroon. Vergeleken met de vele kleurloze woonblokken en op te klein grondstuk samengeperste woningen elders in Engeland was Port Sunlight voor die tijd een paradijs. Het woongebied van Port Sunlight was ongeveer anderhalve kilometer lang en een halve kilometer breed. Aan de oostzijde werd het begrensd door de New Chester Road en aan de westzijde gescheiden van de oude dorpskern door de spoorlijn van Chester naar Birkenhead. Om de overgang naar de kantoren van de zeepfabriek te markeren plantte men aan de zuidoostzijde bomen en heesters. De Lady Lever Art Gallery en de kerk kregen een centrale ruimte op twee loodrecht op elkaar staande assen en domineerden op die manier het stratenpatroon.Port Sunlight (6)Afbeelding 6: Huizenblok in boogvorm, net zoals er ook straten waren aangelegd.

Het tuinstadmodel was gebaseerd op het idee dat openbare gebouwen in of nabij de centrale lengteas van het woongebied staan en de ruimte daar omheen was bestemd voor collectief gebruik. Deze kenmerkte zich door brede straten die dankzij aanplant van olmen- en kastanjebomen wel op kleine boulevards leken. Gebogen en diagonaal lopende wegen versterkten de parkachtige uitstraling en het perspectief van het straatbeeld. Privétuinen speelden in de planopzet een ondergeschikte rol, hetgeen tot uitdrukking kwam in de afwezigheid van afscheidingen aan de straatzijde. Dit versterkte het gemeenschappelijke karakter van de tuinstad. Het perspectief – opgeroepen door de oplopende groenvlakken in het overgangsgebied van straat naar woning – vergrootte de aanwezige ruimtelijke werking in het stedenbouwkundige plan. Omgekeerd, vanuit de woning bezien verschafte het aangelegde hoogteverschil voor de bewoner een vrij uitzicht op de parkstructuur van de stad. Deze stedenbouwkundige aspecten waren ook in het ontwerp van het Agnetapark te Delft verwerkt.Port Sunlight (7)Afbeelding 7: Afbeelding van modeldorp Port Sunlight in een reclame voor de gelijknamige zeep.

De productie van de nieuwe fabriek groeide spectaculair van ruim vijftienduizend ton in het eerste jaar tot veertigduizend ton in 1895. De kort daarop in gang gezette export confronteerde William Hesketh Lever met tariefmuren, wat voor hem aanleiding was om ook op het Europese continent zeepfabrieken te laten bouwen. Dat begon nog voor het einde van de eeuw in het Zwitserse Olten, gevolgd door Brussel (1905), Mannheim (1905), Lille (1910), maar later ook buiten Europa in Zuid-Afrika en India. Toen Lever Brothers Ltd. in 1929 met de Nederlandse Margarine Unie fuseerde tot Unilever ontstond een internationaal concern op het gebied van olie- en vethoudende en daarvan afgeleide producten, thans één van de wereldwijd meest toonaangevende voedingsmiddelenbedrijven naast het Zwitserse Nestlé en Amerikaanse Procter & Gamble. Het merkenbeleid dat Unilever groot heeft gemaakt is in feite in 1884 begonnen met de succesformule van Sunlight zeep. Naast een goede en constante kwaliteit van het product was toch vooral de niet-aflatende, intensieve reclame waarmee deze zeep onder de aandacht werd gebracht hiervoor bepalend. Lever begreep beter en eerder dan andere ondernemers dat goed verpakte, vaste zeep gemakkelijk kon worden getransporteerd en daarom potentieel een ruime afzetmarkt had, waarbij naamsbekendheid van wezenlijk belang was.Port Sunlight (8)Afbeelding 8: De monumentale voorgevel van de zeepfabriek.

Zelfs in een grote fabriek als die van Port Sunlight bleef zeepproductie nog tot na de Tweede Wereldoorlog een discontinu proces. Daarbij werd een partij gezuiverde en gemengde vetten en oliën in stalen bakken of ketels ‘verzeept’ door toevoeging van natronloog en verwarming met behulp van stoom. Essentieel onderdeel van dit tijdrovende proces was de scheiding van de bovenlaag, bestaande uit redelijk zuivere zeep, van de zich daaronder verzamelde loog en het daarop volgende koelen en uitharden tot hanteerbare blokken. De receptuur was weliswaar belangrijk, maar dat gold evenzeer voor de kennis en ervaring van de zeepmaker bij het beoordelen van het juiste moment om het proces af te ronden. Voor het realiseren van een constante kwaliteit van de opeenvolgende batches was een bijna ambachtelijke deskundigheid nodig. Pas in de jaren vijftig van de vorige eeuw werden de vele grote zeeppannen in Port Sunlight vervangen door meer compacte en grotendeels continu werkende installaties, waarmee de procestijd kon worden teruggebracht van een week tot enkele uren. Tegenwoordig worden er in Port Sunlight door Unilever nog altijd zeep en verzorgingsartikelen geproduceerde, maar dan onder meerdere merknamen en door aanzienlijk minder werknemers. Het aantal medewerkers van het researchcentrum, dat uit het in 1911 opgerichte fabriekslaboratorium is voortgekomen, is ondertussen aanmerkelijk groter.Lever Brothers Sunlight Soap Works, Port Sunlight, Wirral, Merseyside, 1897. Artist: Henry Bedford Lemere.Afbeelding 9: Grote pannen bleven in de fabriek van Port Sunlight, en trouwens binnen de zeepindustrie in het algemeen, nog lang het productieproces domineren.