Rotterdam

Rotterdam (17)Afbeelding 1: Tuindorp Heijplaat was vanwege ruimtegebrek compact gebouwd en het groen beperkte zich dan ook tot sierbeplanting.

Wie zich op een zonnige zomerdag met een Aqualiner (waterbus) over de Nieuwe Maas naar de RDM-campus laat varen, kan zich maar moeilijk voorstellen hoe geïsoleerd dit gebied ruim een eeuw geleden was. Toen was hier de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM) nog maar kort actief met haar scheepsreparatiewerf en moesten veel van haar arbeiders dagelijks een lange reis naar hun werk maken. Of ze nu vanaf de andere kant van de Maas moesten komen, of uit één van de dorpen op de Zuid-Hollandse Eilanden, een reistijd van enkele uren was geen uitzondering. Daarbij kwam nog dat er regelmatig ‘het klokje rond’ werd gewerkt, omdat de reders hun schepen na reparatie weer zo snel mogelijk in de vaart wilden hebben en de werfdirectie hen daarbij graag ter wille was. Dat er in 1914 op de Heijplaat, direct ten zuiden van het RDM-terrein, een arbeidersdorp tot stand kwam diende dus in de eerste plaats het bedrijfsbelang. Het sierde de Bouwmaatschappij Heyplaat echter dat ze niet ‘voor een koopje ging’, maar het gerenommeerde architectenbureau Baanders inschakelde, dat een tuindorp ontwierp in de stijl van de Amsterdamse School. Er werd uiteindelijk veel meer geld aan besteed dan gebruikelijk was voor een dergelijk woningbouwproject en de huren konden laag blijven omdat de RDM  de verliezen opnam in de bedrijfsbalans. Dat sociaal engagement hierbij een rol speelde blijkt ook wel uit andere maatregelen waarmee het bedrijf voorop liep. Zo mocht jeugd onder de zestien jaar maar een beperkt aantal uren werken, voerde men al vroeg de vrije zaterdag in en was de RDM een van de eerste Nederlandse bedrijven met een eigen pensioenregeling.Rotterdam (15)Afbeelding 2: De voormalige winkelpanden hebben nog hun originele etalages, maar zijn op een enkele uitzondering na niet meer als dusdanig in gebruik.

De bouw begon in 1914 en drie jaar later stonden er ruim driehonderd huizen, compleet met onder meer een vergadergebouw, bad- en wasinrichting, brandspuitloods, feestzaal, winkelcentrum en een fontein. Tussen 1921 en ’23 verrezen er aan de zuidrand van het dorp nog eens honderdtachtig woningen, ditmaal ontworpen door Samuel de Clercq. Elke eengezinswoning had vijf kamers: een woonkamer, een ‘mooie’ kamer, een slaapkamer voor de jongens, een voor de meisjes en een voor de ouders. Wanneer de heer des huizes besloot om ergens anders te gaan werken, werd hij wel geacht om met zijn gezin het pand binnen zes weken te verlaten. Alles diende er netjes uit te zien. Vandaar dat tuinarchitect Tersteeg zelfs de tuinmuurtjes ontwierp. De tuintjes werden netjes beplant opgeleverd en in tegenstelling tot andere arbeidersdorpen was het niet de bedoeling dat er groenten in verbouwd zouden worden. Heijplaat was namelijk op een relatief klein oppervlak gebouwd en had daarom niet de ruimtelijke opzet zoals bijvoorbeeld de tuindorpen van mijnbouwondernemingen. Van begin af aan was het dan ook de bedoeling dat de wijk meer een stedelijke- dan dorpse uitstraling moest krijgen, met siertuinen in plaats van moestuinen. Tijdens de crisisjaren versoepelde dit beleid enigszins en kwamen er volkstuintjes op braakliggende stukken grond. Een ander ‘noodzakelijk kwaad’ dat men in deze periode inrichtte was het quarantainestation Heijplaat aan de overzijde van de Heyse Haven. Vanaf 1934 dienden zeelieden en landverhuizers met besmettelijke ziekten hier geïsoleerd te worden. Het complex bestond uit een terrein van zes hectares met een eigen aanlegsteiger in de Nieuwe Maas. Naast een isolatie- of ziekenbarak was er o.a. een mortuarium, een beheerderswoning, centrale keuken, verblijfsbarakken (waar wel onderling contact mogelijk was) en een bad- en ontsmettingsgebouw, met daarin ontsmettingsketels voor kleding en beddegoed. Door de verbeterde levensomstandigheden op zee was er al snel aan de quarantainefunctie niet meer zoveel behoefte. De drukste tijden beleefde het centrum in de vooroorlogse jaren toen het als opvangkamp diende voor Joodse vluchtelingen uit Duitsland.Rotterdam (13)Afbeelding 3: Met zijn baksteenornamentiek heeft het gezellenhuis van Heijplaat duidelijk kenmerken van de Amsterdamse school, hoewel niet erg uitbundig.

Tot de voorzieningen van het tuindorp behoorde ook een (jong)gezellenhuis. Aanvankelijk heette dit het jongenshuis, omdat het een logeerplek was voor jongens die op de werf een opleiding volgden. Maar later konden ook vrijgezellen en mensen die tijdelijk bij de RDM werkten in één van de vierentwintig kamertjes logeren. Het was voor de vaste bewoners van Heijplaat verboden om kostgangers in huis te nemen, omdat er anders mogelijk overbevolking zou ontstaan. Uit oogpunt van geestelijke zorg telde Heijplaat drie kerkgebouwen, voor de hervormde, gereformeerde en katholieke gemeenschap. De verzuiling strekte zich ook tot het onderwijs uit en aangezien de overheid enkel een openbare school financierde liet de RDM zelf een ‘School met den Bijbel’ bouwen. Als er iets te vieren viel op Heijplaat, dan verzamelden de bewoners zich in Courzand, dat naast een feestzaal ook over een kegelbaan en openluchtpodium beschikte. Het ontleende zijn naam aan een grote boerderij die er voordien had gestaan, en die op zijn beurt weer was genoemd naar een zandplaat die al vermeld staat op kaarten uit de zeventiende eeuw. Tegenwoordig is Courzand nog steeds een ontmoetingsruimte, maar dan als een café-restaurant. Tot de ontspanningsmogelijkheden behoorden ook muziekpaviljoen Prinses Beatrix aan het Rondoplein. Incidenteel wordt het ook nu nog gebruikt voor optredens van muziekverenigingen en eens per jaar is er een dorpsdansfeest.Rotterdam (14)Afbeelding 4: Café-restaurant Courzand was vroeger als feestzaal al het ontmoetingspunt van Heijplaat.

Door de neergang van de RDM-werf in de jaren tachtig viel het dorp Heijplaat ten prooi aan leegstand en verval. In 1992 dreigde zelfs volledige sloop, maar door bewonersprotest en groeiende waardering voor de monumentale waarde kwam in 2004 een herstructureringsplan tot stand dat niet alleen renovatie maar ook nieuwbouw behelst. Door de crisis op de woningmarkt kon de bouw van dit ‘Nieuwe Dorp’ pas in 2017 van start gaan.Rotterdam (16)Afbeelding 5: Vanaf 1915 kende de RDM-werf een eigen muziekvereniging onder de naam ‘Dockyard’. Naast optredens in het paviljoen van Heijplaat bracht deze ook haar muziek ten gehore bij menige tewaterlating.