Eindhoven Strijp T

Afbeelding 1: De proeffabriek, ook wel pilot-plant genoemd, behorende bij het glaslaboratorium van Strijp T.

De bouw van de industrieterreinen van Strijp door Philips begon in de jaren twintig met ‘S’, waarna het tot eind jaren veertig duurde vooraleer ‘R’ en daarna ‘T’ tot stand kwamen. Gedurende de economische crisis van de jaren ’30 en vijf oorlogsjaren die er op volgden was er vanzelfsprekend geen behoefte aan uitbreiding van het fabriekenbestand. Toch ontplooide Philips in die periode al wel enige activiteit op wat later Strijp T zou gaan heten en kon die bovendien in zekere zin zelfs als ‘productie’ worden aangemerkt. Echter, in dit geval vond die productie niet zoals gebruikelijk met een lopende band plaats, maar met een ‘lopende camera’. Vanaf 1928 was Philips zich namelijk ook gaan richten op de ontwikkeling van filmapparatuur. Technisch succes bleef niet uit, want het optische geluidssysteem dat samen met de Amerikaan James Miller op de markt werd gebracht gold als een doorbraak. Om de werking te kunnen demonstreren besloot de directie een eigen filmstudio in te richten, die bestond uit een serie barakken langs de Oirschotsedijk. Daar werd in 1933 ‘Willem van Oranje’ opgenomen, de eerste Nederlandse speelfilm met geluid. Verwachtingsvol ging men in Eindhoven al spreken over ‘Philiwood’, maar zoals het bedrijf later nog wel vaker zou ondervinden betekende een technisch succes niet automatisch een commercieel succes. Het zou bij deze ene film blijven en pas na de uitvinding van de plumbicon-opnamebuis in 1966 werd Philips een belangrijke speler op de cameramarkt, maar toen inmiddels voor televisiestudio’s.Afbeelding 2: Verzoek aan het publiek om rekening te houden met de filmopnames in de studio’s aan de Oirschotsedijk, begin jaren dertig. Later ontstond hier industriecomplex Strijp T.

Eind jaren veertig kwam de groei van het industriecomplex Strijp in noordelijke richting weer op gang. De Oirschotsedijk werd hiervoor verlegd en vormt sindsdien onder de naam Zwaanstraat de scheiding tussen Strijp R en T. Zoals het complex aan de Emmasingel gedomineerd werd door gloeilampenfabrieken en Strijp S door de radiofabrieken, zo stond Strijp R grotendeels in het teken van de productie en ontwikkeling van beeldbuizen. Strijp T daarentegen kreeg een gemengd karakter door de vestiging van fabrieken en faciliteiten ter ondersteuning van de kernactiviteiten.

Voor de energievoorziening, die tot dan toe had plaatsgevonden vanuit een ketelhuis met machinekamer op Strijp S, bouwde men in 1955 op ‘T’ een moderne elektriciteitscentrale (gebouw ‘TR’). Ketelhuis en turbineruimte, hoewel nog steeds afzonderlijk herkenbaar, werden nu in één gebouw verenigd. Laagbouw voor de turbine en generator, hoogbouw met grote raampartijen voor de bijbehorende stoomketel en een nog hogere schoorsteen voor afvoer van de rookgassen direct daar achter. Door deze eenheden naast elkaar te plaatsen kon de centrale, indien noodzakelijk, altijd nog worden uitgebreid. Op Strijp T is het tot plaatsing van een tweede ketel/turbine/generator-combinatie in 1958 beperkt gebleven en beide schoorstenen zijn sindsdien behouden. Aanvankelijk verdween er per uur nog een wagonlading steenkool in de ketels, maar toen in de jaren zestig aardgas in heel het land beschikbaar kwam werd er op deze brandstof overgeschakeld. Begin jaren negentig nam een eveneens op gasgestookte warmtekrachtcentrale de rol van lokale energieverschaffer over, die in 2016 op haar beurt weer plaats maakte voor een biomassacentrale. Gelijktijdig met de bouw hiervan werd de naastgelegen centrale uit 1955 herbestemd tot ‘Innovation Powerhouse’, een onderkomen voor bedrijven in de creatieve sector. Daarbij zijn de pijpenbundels, bordessen en stortkokers als blikvanger in het interieur behouden gebleven.

 Afbeelding 3: De elektriciteitscentrale uit 1955 (midden), tegenwoordig ‘Innovation Powerhouse’, warmtekrachtcentrale uit 1992 (rechts) en biomassacentrale uit 2016 (links).

Veel van de opgewekte energie was bestemd voor de golfkartonfabriek (TK) en papierfabriek (TAA) die in resp. 1951 en 1955 op Strijp T operationeel werden. Al vroeg was Philips begonnen haar eigen verpakkingsmateriaal te vervaardigen en had daarvoor in 1926 een golfkartonfabriek laten bouwen op Strijp S (SYY). Na de oorlog, toen men in het kader van de Marshallhulp in Amerika een nieuwe golfkartonmachine kon aanschaffen, was dat aanleiding om er een nieuw, groot fabrieksgebouw voor neer te zetten op Strijp T. Toen Philips zich meer en meer op haar kernactiviteiten ging concentreren verkocht het de fabriek aan het Zweedse AssiDomän. Kort voor de eeuwwisseling werd het Ierse Smurfitt Kappa de nieuwe eigenaar, die er onder de naam RapidCor nog steeds actief is.Afbeelding 4: De golfkartonmachine in gebouw TK omstreeks 1957.

Naast de kartonfabriek verrees een hal (TX) waarin de Philips Machinefabrieken een aantal van haar bedrijfsactiviteiten onderbracht die voorheen over Strijp S verspreid waren. Het was met een lengte van 270 en breedte van 70 meter een kolossaal gebouw dat zich dankzij een zaagtanddak en grote raampartijen kenmerkte door een grote natuurlijke lichtinval. Er werden machines gebouwd voor tal van Philipsfabrieken in binnen- en buitenland, maar medio jaren zestig moest de capaciteit al uitgebreid worden en week men hiervoor uit naar het nieuwe industrieterrein ‘Acht’ aan de noordrand van Eindhoven.Afbeelding 5: Luchtopname van Strijp T, met op de achtergrond complex S en rechts van de Zwaanstraat complex R. Gemarkeerd zijn de energiecentrale (TR), Industrial Electronics (TQ), golfkartonfabriek (TK), papierfabriek (TAA), Machinefabrieken (TX), glaslaboratorium (TZ) en proeffabriek (TY).

Met de komst van de beeldbuis was er naast de gloeilampen een nieuwe productcategorie ontstaan waarin het materiaal glas een belangrijke rol speelde. Dat vroeg om veel extra onderzoek en ontwikkeling op dat gebied, waarvoor de oude faciliteiten op Strijp S tekort schoten. Daarom bouwde men in 1957 op ‘T’ een volledig nieuw glaslaboratorium (TZ), dat bovendien was uitgerust met een proeffabriek (TY), of pilot-plant zoals zo’n voorziening naar Amerikaanse voorbeeld genoemd ging worden. Naast het bekende glasblazen van gloeilampballons waren er ondertussen namelijk nieuwe vormgevingsprocessen ontstaan die hier nader uitgetest moesten worden, zoals het trekken van buisglas voor TL-lampen en persen van scherm- en conusglas voor televisiebuizen. In de hoogtijdagen waren hier zo’n honderdvijftig onderzoekers, technologen en assistenten werkzaam, die in de jaren zeventig en tachtig bijvoorbeeld werkten aan optische glasvezels voor communicatiedoeleinden. Uiteindelijk is Philips niet actief geworden in die business, maar Draka wel. Dit Amsterdamse bedrijf nam de fabriek voor ‘optical fibres’ over, die Philips in 1982 naast het glaslaboratorium had laten bouwen, en is daar onder de naam Draka Compteq Fibre nog altijd gevestigd is. De glasonderzoekers van Philips maakten na de eeuwwisseling plaats voor die van TNO, dat zich onder de naam ‘Celsian’ vooral richt op toepassing van glas in Solar Cells.

Tot slot streek ook de Hoofd Industrie Groep (HIG) ‘Producten voor Industriële Toepassingen’ (PIT) neer op Strijp T. Ten behoeve van de assemblage van elektrische apparaten, transformatoren en gelijkrichters voor professionele klanten liet de ‘HIG PIT’ twee grote hallen bouwen (TQ) met een voorbouw van meer dan honderd meter lengte waarin de directie en commerciële staf gehuisvest werden. In het kader van de transformatie van Strijp T onderging het in 2017 een grondige renovatie om daarna dienst te gaan doen als bedrijfsverzamelgebouw voor ondernemingen in de hightech, smart society, sustainability en experience.Afbeelding 6: Gebouw TQ was vanaf eind jaren vijftig het onderkomen van de ‘HIG PIT’, dat later ‘Industrial Electronics’ ging heten. Sinds 2017 is het een bedrijfsverzamelgebouw.