Den Bosch

Den Bosch (1)Afbeelding 1: Het ontwerp van de sigarenfabriek Goulmy & Baar is geïnspireerd op dat van de spinnerij Motte Bossu in Roubaix. Op de gevel aan de Boschveldweg prijkt tegenwoordig weer de oorspronkelijke bedrijfsnaam.

Bij een recente restauratie in 2014 kreeg de voormalige sigarenfabriek nabij het treinstation van Den Bosch weer haar oorspronkelijk naam op de gevel: Goulmy & Baar. De Bosschenaren hebben het echter nog altijd over de Willem II fabriek, omdat die naam er al bijna een eeuw aan verbonden is en bovendien, voluit geschreven als ‘Willem Twee’,  verwijst naar het poppodium dat tegenwoordig in het gebouw gevestigd is. Wellicht dat de jeugdige bezoekers van deze gelegenheid nog eerder een link leggen met de gelijknamige profvoetbalclub uit het naburige Tilburg dan met de sigarenproducent uit Valkenswaard die de fabriek in 1929 overnam. En om de verwarring nog groter te maken is de Willem II van het sigarenmerk niet dezelfde als die van de voetbalclub. Want het was koning Willem II (1792-1849) die graag in Tilburg vertoefde en zoveel voor de stad betekende, dat hij later op deze wijze werd geëerd, terwijl de beeltenis van diens voorvader stadhouder Willem II (1624-1650) op de sigarenbandjes en –kistjes uit Valkenswaard werd afgedrukt. Fabrikant Eugène Goulmy heeft veel voor Den Bosch betekent en het is dan ook terecht dat op deze wijze in ieder geval een poging is gedaan om zijn naam aan de vergetelheid te ontrukken.Den Bosch (2)Afbeelding 2: Op de gevel aan de Boschdijkstraat is de naam Willem II behouden, aangezien deze ook verwijst naar het poppodium dat er nu in gevestigd is.

Het ondernemen zat de Bossche familie Goulmy in het bloed, want ook vader Paul Victor Philippe Goulmy was op dit vlak actief, en eveneens in luxe producten. Hij bezat een patisserie met likeurstokerij aan de Schapenmarkt en won internationale prijzen met zijn creaties. Eugène ging vanaf zijn vijftiende in de leer bij sigarenmakers en deed onder andere ervaring op bij de bekende tabaksgroothandel Mayer & Co in Amsterdam. In 1890 richtte hij daar op vijfentwintigjarige leeftijd samen met de Duitse ondernemer Rudolf Baar de NV Nederlandsche Sigarenfabriek Goulmy & Baar op. Dat de zaken voorspoedig gaan blijkt vier jaar later als ze aan het Rokin een prestigieus bedrijfspand openen waarin ruim honderd sigarenmakers tewerk worden gesteld. Met een sierlijke voorgevel in eclectische stijl  van architect Abraham Salm gaf het vanaf de straatzijde de indruk van een herenhuis, want in die kringen zochten Goulmy en Baar hun klanten en ze wilden daar ook mee geassocieerd worden. Verdeeld over zes etages, bereikbaar via een centrale lift en verbonden door spreekbuizen, waren hier een kantoor, droogkamers, sigarenmakerij, timmerwerkplaats voor kisten, restantenafdeling en magazijn ondergebracht. Er mocht dan wel geen winkel zijn, toch kwam er veel publiek over de vloer omdat men regelmatig rondleidingen gaf om te tonen dat efficiëntie en elegantie in deze fabriek optimaal gecombineerd waren. Toen Goulmy & Baar in 1900 koninklijk werden en daarna ook aan andere vorstenhuizen gingen leveren was hun naam binnen en buiten de grenzen definitief gevestigd. Helaas herinnert vandaag de dag niets meer aan deze spraakmakende fabriek van weleer. Al in 1916 is ze gesloopt om plaats te maken voor een nieuw kantoorgebouw van de Rotterdamsche Bankvereeniging.  Want al een eeuw geleden zag de hoofdstad liever een financiële dienstverlener, al was die van Rotterdamse origine, dan een industrieel, hoe chique die ook gehuisvest was.Den Bosch (3)Afbeelding 3: Feestelijke opening van de Bossche fabriek van Goulmy & Baar in 1898.

Ondertussen had Eugène Goulmy echter in zijn geboortestad een tweede fabriek laten optrekken die al net zo vooruitstrevend in haar opzet was. Het gebouw verrees in 1897 aan de noordrand van de chique nieuwbouwwijk ’t Zand, gelegen tussen de binnenstad en het treinstation. Architect Petrus Theodorus Stornebrink gaf wel heel letterlijk gehoor aan de opdracht om een industrieburcht te ontwerpen, aangezien vooral de achthoekige traptoren met kantelen aan een middeleeuwse versterking deed denken. Voor de bakstenen gevels met hun hoektorentjes, rondboogpoorten en wapenschilden mocht hij dan teruggrijpen op het verleden, de fabriek die hier achter schuilging was net als die in Amsterdam een toonbeeld van moderniteit. Beide verdiepingsvloeren werden gedragen door een skelet van ijzeren staanders en draagbalken, voorzien van troggewelven. Op de begane grond bevonden zich de kantoren, kleedkamers, magazijnen en vochterij. De eigenlijke sigarenmakerij besloeg grotendeels de eerste etage, met daarnaast nog een perserij. De tweede verdieping was gevuld met de droogkamers, een sorteerafdeling en expeditiezaal. Dankzij een centrale verwarming, ventilatiesysteem, stofafzuiging en een lift waren de werkomstandigheden voor de vierhonderd werknemers in vergelijking met veel andere sigarenfabrieken, doorgaans gevestigd in afgedankte pakhuizen, ronduit gezond te noemen. En deze verbeterden nog toen in 1908 een uitbreiding volgde aan de zuidzijde met waslokalen, toiletten en een schaftlokaal, dit keer op basis van een betonskelet. Dat kon overigens niet voorkomen dat er in 1914 toch een grote staking uitbrak onder het personeel. De Federatie van Sigarenmakers en Tabakswerkers, de radicaal socialistische vakbond die de actie steunde, had veel aanhang bij Goulmy & Baar, omdat het bedrijf in tegenstelling tot andere fabrikanten in Den Bosch arbeiders van alle gezindten aannam. De staking duurde twee maanden en eindigde, dankzij het effectieve uitsluitingswapen, in een overwinning voor de werkgevers. Ook Eugène Goulmy nam daarna enkel nog werknemers van katholieke huize in dienst.Den Bosch (4)Afbeelding 4: Het oudste gedeelte van de fabriek wordt gedragen door een constructie van ijzeren staanders en dragers.

Net als bij de meeste branchegenoten vond de sigarenproductie bij Goulmy & Baar grotendeels handmatig plaats, met alleen een vorm als hulpmiddel. Maar omdat men het hoogste marktsegment bediende was de aandacht voor het afwerken met bandjes, sorteren op kwaliteit en verpakken in fraaie kistjes veel groter en daarmee het totale productieproces nog arbeidsintensiever. Met de grootste zorg selecteerde Eugène Goulmy de beste melanges en maakte hij reclame met spannende merknamen als Madame Recamier, Frontera Guardiola, Tres Marias en Cuban Girl, die in eigen winkels verkocht werden. Uiteraard moesten deze exotische namen de nuchtere Nederlanders in verleiding brengen. Maar voor dure sigaren was de binnenlandse markt al snel verzadigd en Goulmy & Baar moest het daarom vooral hebben van de export. Door presentaties op nijverheidstentoonstellingen verkreeg het bedrijf vooral bekendheid in Midden Europa. Dat wreekte zich echter na de Eerste Wereldoorlog. Dat conflict betekende niet alleen de doorbraak van de sigaret bij de lagere bevolkingsklassen, maar ook de ondergang van keizerrijken Duitsland en Oostenrijk-Hongarije met hun sigaren rokende elite. Om nieuwe markten te openen maakte Goulmy in 1924 zelfs een reis naar China, echter met weinig zakelijk succes. Een order van honderdvijftig miljoen sigaren voor de militairen van het Spaanse leger die in die jaren een bloedige oorlog voedren in het Marokkaanse Rifgebergte bracht tijdelijk verbetering in de situatie. Toen die geleverd waren moesten alsnog driehonderd arbeiders ontslagen worden bij gebrek aan nieuwe opdrachten. Het bedrijf raakte in een neerwaartse spiraal die in 1929 leidde tot de beëindiging van de samenwerking tussen Eugène Goulmy en Rudolf Baar. Rudolfs zoon August zette de productie van het nog goed lopende merk Madame Recamier op een andere locatie in Den Bosch voort.Den Bosch (5)Afbeelding 5: De verpakkingsafdeling bevond zich op de tweede etage waar de kapconstructie voor extra lichtinval zorgde.

Het fabriekspand aan de Boschveldweg kwam in handen van concurrent Harry Kersten uit Valkenswaard die er zijn Willem II sigaren liet maken. Kersten was met deze merknaam in 1916 voor zichzelf begonnen in Valkenswaard. Na een halve eeuw gefloreerd te hebben in Eindhoven was de sigarenindustrie daar toen over haar hoogtepunt heen en verplaatste zich naar de Kempendorpen waar de arbeidskosten lager waren. Ondanks de verder krimpende markt zetten zoon Anton en kleinzoon Gerard Kersten het bedrijf zelfstandig voort tot 1977, waarna het diverse malen werd overgenomen. Tegenwoordig maakt het onderdeel uit van het Swedish Match Cigars, met een hoofdkantoor in Valkenswaard en fabriek in het Belgische Houthalen. In Den Bosch stopte de productie al in 1951 en de fabriek maakte een lange periode van verval door totdat de gemeente het gebouw in 1979 aankocht. Erkenning als rijksmonument volgde in 1984, waarna het in 1987 als poppodium W2 een nieuwe bestemming kreeg. Sindsdien hebben ook ‘Eendracht Films’ en ‘Willem II Ateliers’ er onderdak gevonden. Maar in feite heeft het fabrieksgebouw gedurende haar hele bestaan al ruimte geboden aan cultuur, aangezien de bedrijfsharmonie van Goulmy & Baar er zijn repetities hield. Het was het visitekaartje van de onderneming dat bij tal van gelegenheden optrad ter promotie van het bedrijf en later ook van de stad. Na de bedrijfsbeëindiging bleef de harmonie voortbestaan, vanaf 1932 zelfs als Koninklijke Harmonie ’s Hertogenbosch, en heeft ook nu nog haar oefenruimte in de voormalige sigarenfabriek. Het was het eerste voorbeeld van industrieel erfgoed in Den Bosch dat een nieuwe bestemming kreeg. De tegenovergelegen Verkadefabriek uit 1929 is sinds 2004 een centrum voor theater en film. De fabriek van De Gruyter uit 1956 doet vanaf 2012 dienst als bedrijfsverzamelgebouw, eveneens onder haar oorspronkelijke naam. Een dergelijke bestemming wordt ook nagestreefd voor de machinefabriek van Grasso uit 1913, maar dan specifiek voor ICT-bedrijven. De mengvoederfabriek van De Heus aan de Zuid Willemsvaart uit 1910 tenslotte, moet de komende jaren een broedplaats worden voor kunstzinnig projecten en culturele evenementen.Den Bosch (6)Afbeelding 6: Na overname door sigarenproducent Willem II deed de mechanisatie haar intrede.