Antwerpen

Antwerpen (1)Afbeelding 1: De stadsbrouwerij gezien vanaf de Mechelse Steenweg.

Stadsbrouwerij De Koninck is gelegen aan de Mechelse Steenweg, even ten zuiden van het centrum van Antwerpen en staat daar al sinds 1833. Het bedrijf is niet meegegaan in de trend van tegenwoordig dat grote brouwerijen naar grauwe industrieterreinen trekken, om maar goed bereikbaar te zijn en de transportkosten zo laag mogelijk te houden. Enkel het bottelen van het bier vindt vandaag de dag niet meer in Antwerpen, maar in het nabijgelegen Puurs plaats. De brouwerij uit de stad halen zou voor veel ‘Sinjoren’ ondenkbaar zijn geweest, want De Koninck ís Antwerpen. Het moutachtige, bovengistende, bier wordt er gebrouwen sinds 1833, toen de brouwerij nog ‘De Hand’ heette. Een naam die teruggaat op de grenspalen uit 1581 die de scheidslijn tussen de stad en de omringende plaatsen markeerden. Deze palen stonden bij grenscontroleposten en waren voorzien van een hand, die de reiziger letterlijk moest laten stoppen. Deze hand raakte verweven met De Koninck en vandaar dat dit symbool nog altijd op de flessen en glazen prijkt. Niet alleen De Koninck, heel Antwerpen heeft iets met de hand. Volgens de overlevering zou de naam van de stad zijn afgeleid van ‘Handwerpen’. Naar de hand van de reus Druon Antigoon, die de schepen op de Schelde deed zinken als schippers weigerden tol te betalen. De mythologische figuur Brabo, van wie een standbeeld op de markt staat, zou zijn hand afgehakt hebben en in de Schelde hebben geworpen.Antwerpen (2)Afbeelding 2: In de vleugel aan de Boomgaardstraat bevinden zich nog de oorspronkelijke gistkuipen.

Net als Brabo is De Koninck een onderdeel van de stad. Het bier is vernoemd naar Joseph De Koninck, die in 1827 café Het Plaisante Hof kocht. De vaste klanten waren in die tijd voornamelijk handelaars, die hun tol betaalden en vervolgens een pint gingen drinken. De brouwerij kwam zes jaar later, toen Joseph was overleden en zijn vrouw, Elisabeth Cop, die samen met haar tweede echtgenoot Johannes Vervliet liet bouwen. Haar zoon Charles De Koninck gaf van 1845 tot zijn dood in 1909 leiding aan het bedrijf. In 1912 werd brouwerij ‘De Hand’ omgevormd tot brasserie ‘Charles De Koninck’ en eigenaresse Josephina De Koninck nam graanhandelaar Florent van Bauwel in dienst als bedrijfsleider. Deze zocht na de Eerste Wereldoorlog hulp bij Joseph van den Bogaert, lid van een bekende brouwersfamilie te Willebroek, om de brouwerij nieuw leven in te blazen. Met dit duo Van Bauwel – Van den Bogaert begon de spectaculaire expansie van de brouwerij, voortgezet door zoon Modeste van den Bogaert, die vanaf 1949 langer dan een halve eeuw zijn stempel drukte op De Koninck. Zo bracht hij in 1952 het befaamde bierglas op de markt, waarna de klanten voortaan een ‘Bolleke’ gingen drinken in plaats van een ‘Keuninckske’. Met de overname van brouwerij De Valk te Wijnegem in 1959 werd de productie- en distributiecapaciteit sterk uitgebreid. Nadat twintig jaar later de bottelarij in Antwerpen gemoderniseerd was, kon de export van De Koninck een aanvang nemen. Eerst naar Nederland, later ook naar Rusland, Zuid-Afrika, Frankrijk, Spanje en Japan. De opening van een nieuwe brouwzaal in 1995 was de bekroning op het levenswerk van Modeste van den Bogaert, voor hij in 2002 de zaak overdroeg aan zijn beide zonen Bernard en Dominique. Na de eeuwwisseling kwam De Koninck in woelig vaarwater door een nieuwe concentratiegolf, die in de vorm van het InBev-concern (in 2004 ontstaan door een fusie van het Belgische Interbrew en het Braziliaanse AmBev) een dominante speler deed ontstaan op de Belgische biermarkt. Weliswaar geen multinational, maar als tweede grootste brouwbedrijf van België nam Alken-Maes kort na elkaar een aantal kleinere branchegenoten over, om in 2008 zelf overgenomen te worden door Heineken. In laatstgenoemd jaar vierde De Koninck nog haar 175-jarig bestaan met de toekenning van het predicaat Belgian Family Breweries, maar twee jaar later kwam er een einde aan het zelfstandig bestaan. De Koninck, samen met de ruim zestig aan haar verbonden horecagelegenheden, viel toen in handen van Duvel Moortgat uit Breendonk, eveneens een familiebrouwerij.

Antwerpen (3)Afbeelding 3: Vanaf de straatzijde nauwelijks zichtbaar zijn productiegebouwen van na 1900.

Voor de brouwerij aan de Mechelse Steenweg pakte deze transactie zeer gunstig uit. Tussen 2012 en 2015 onderging het complex voor tien miljoen euro een grondige opknapbeurt, waarna het als belevingscentrum een nieuwe levensfase in ging. De hele geschiedenis van ’t Bolleke is nu opnieuw in de stadsbrouwerij te beleven. In tien verschillende ruimtes wordt informatie gegeven over bierstad Antwerpen, Belgische bieren in het algemeen en het brouwproces. Bier gebrouwen wordt er overigens nog steeds en de bezoekers kunnen daar vanachter glas getuige van zijn. Niet alleen het Bolleke (5,2%), dat ten behoeve van de export is gerestyled als ‘Antwaarpse Pale Ale’ (APA), maar ook Wild Jo (5,8%) en Triple d’Anvers pruttelen er in de ketels. In het voormalige woon- en kantoorpand aan de Mechelse Steenweg hebben een aantal kamers hun historische inrichting teruggekregen en tonen het verleden van de brouwerij aan de hand van foto’s en documenten. De vleugel aan de Boomgaardstraat is tegenwoordig het proeflokaal voor de bezoekers, die er onder de oorspronkelijke gistkuipen kunnen plaatsnemen om zich te laven aan het Antwerpse gerstenat.