Aken

Aken (3)Afbeelding 1: In wat eens Spinnerei Startz was is nu een Kulturhaus met de naam ‘Barockfabrik’ ondergebracht.

De oorsprong van de Akense textielindustrie ligt in de lakennijverheid die hier al in de middeleeuwen tot ontwikkeling kwam. Net als in naburige steden Monschau en Verviers waren het de beken en rivieren die zacht water aanvoerden uit de Eiffel en volmolens aandreven die de Tuchmacherei juist hier tot grote bloei brachten. Daar komt bij dat de schaapskuddes die op de destijds schaarser beboste heuvels gehoed werden de benodigde wol leverden, hoewel in navolging van de Lage Landen vanaf de achttiende eeuw werd overgeschakeld op de kwalitatief betere Merinowol uit Spanje. Toen na de Vrede van Munster binnen Rijksstad Aken lakenwevers en –handelaren van protestante huize hun economische mogelijkheden sterk begrensd zagen, weken zij uit naar omliggende gemeenten als Burtscheid, Eupen en Vaals om hun ondernemingen voort te zetten. Zo kwam de Lutherse lakenfabrikeur Johann Arnold von Clermont naar Vaals, waar het gelijknamige huis, de achthoekige kerk en het landgoed Bloemendaal nog herinneren aan zijn imperium. Het Clermonthuis is een voorbeeld van een fabriekshuis of manufactuur waarvan er in de binnenstad van Aken nog veel te vinden zijn en die inmiddels grotendeels een woonbestemming hebben gekregen. Dat deze na de overgang van handweven naar stoomkracht nog in gebruik bleven blijkt wel uit de ronde, maar ook vierkante, fabrieksschoorstenen die men er nog kan aantreffen, zoals die van Tuchfabrik Nelissen, Wilhelm Peters & Co en Spinnerei Startz. De overstap van strijkgaren op kamgaren betekende in 1870 een nieuwe impuls voor de Akense textielindustrie. Concurrerende textielgebieden in het Bergisches Land (Wuppertal) en Saksen (Leipzig) waren hier al in voorgegaan om gladder weefsel voor dameskleding te produceren. Het eerste kamgaren kwam nog uit de pas veroverde Elzas en spoedig zou ook herenkleding uit dit hoogwaardige garen geweven gaan worden.Die Komericher Mühle bei Aachen-BrandAfbeelding 2: In het nabij Aken gelegen buurtschap Kommerich staat nog altijd het fabrieksgebouw van Spinnerei Kutsch. Voor haar verhuizing naar de Stockheider Mühle was hier het Textilmuseum Aachen im Aufbau gevestigd. 

Al vroeg gingen zich in Aken andere ambachten toeleggen op benodigdheden voor de lakennijverheid en ook deze groeiden later uit tot een volwaardige industrietak: de textielmachinebouw. Het spits werd hierbij afgebeten door de naaldensmederij waarvan de eerste berichtgeving teruggaat tot de zestiende eeuw. Ook hier betrof het een innovatie die uit Spanje werd overgenomen, namelijk het gebruik van staaldraad en deze zogenaamde Spaanse naalden werden al snel een begrip. Van de talloze watermolens die zich in de omgeving van Aken bevonden dienden er velen voor het aandrijven van slijp- en schuurstenen ter vervaardiging van naalden. Strenge keurmeesters zagen toe op de kwaliteit en toen in de negentiende eeuw ook slijp-, stans-, strek- en freesmachines beschikbaar kwamen die speciaal op dit product waren toegesneden waren er op het hoogtepunt maar liefst vierentwintig fabrieken actief in deze branche. Naast naalden voor de huisnijverheid betrof het hierbij bijvoorbeeld ook naaimachinenaalden,  speldnaalden, haaknaalden en chirurgennaalden. Met meer dan tweeduizend arbeiders in haar hoogtijdagen was Rheinnadel GmbH veruit de grootste. Het fabrieksgebouw uit 1910 aan de Reichsweg is behouden gebleven en huisvest tegenwoordig het Aachener Stadtarchiv. Onmisbaar in het garenspinproces is de kaardmachine voor de vorming van het benodigde vlies. Het was de Fransman Tubusc die deze in de achttiende eeuw in Aken introduceerde, maar pas nadat de machinebouwers Held en Uhle hier de nodige verbeteringen in hadden aangebracht gingen de spinnerijen over op het machinaal kaarden. De ervaring in metaalbewerking die men in Aken had opgebouwd met de naaldenproductie werd vanaf toen ook ingezet om de zogenaamde garnituren ter bekleding van de trommels van de kaardmachines te fabriceren. Ook andere textielmachinebouwers in Aken begonnen vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw naam te maken: firma Severin Heusch als eerste fabrikant van lakenscheermessen in Duitsland, firma Hemmer met wasmachines en walkvaten, machinefabriek Krantz met productielijnen voor wolwasserijen, blekerijen, ververijen, appreteermachines en centrifuges. Het was ook in deze jaren dat de Rheinisch-Westfälische Technisch Hochschule (RWTH) in Aken begon met het opleiden van ingenieurs voor de zich stormachtig ontwikkelende industrie. Ook voor de textielindustrie en haar machinebouw ontstond een opleiding die tot op de dag van vandaag bestaat als Institut für Textiltechnik.Stadtarchiv Aachen (1)Afbeelding 3: Het voormalige fabriekspand van Rheinnadel GmbH is nu het onderkomen van het Aachener Stadtarchiv.

Dat de bouwstijl van de textielfabrieken eveneens met haar tijd meeging toont Schirmfabriek Emil Brauer in de Jülicherstrasse. Deze kwam tot stand in 1928 volgens het ontwerp van architect Josef Bachmann, die zich door de Bauhausschool liet inspireren. Opgetrokken uit een skelet van gewapend beton, bekleed met rode en gele bakstenen rond grote horizontale vensterpartijen en geometrische grondvormen kan het verschil met de sobere fabriekshuizen uit voorgaande eeuwen niet groter zijn. Meer dan duizend medewerkers produceerden hier dagelijks zo’n tienduizend paraplu’s waarmee het de grootste fabriek in Europa was. Sinds 1991 is het Museum Ludwig Forum für Internationale Kunst er in gevestigd. Om de textielgeschiedenis van Aken in een museum gepresenteerd te zien moet men zich naar de noordelijke stadsrand begeven. Daar is in de voormalige textielfabriek Stockheider Mühle het museum Tuchwerk Aachen gevestigd met een grote collectie textielmachines die in de loop der jaren weer operationeel gemaakt zal worden.Aken (1)Afbeelding 4: Schirmfabrik Emil Brauer huisvest tegenwoordig het Museum Ludwig Forum voor internationale kunst.