Eindhoven Strijp R

Door verlegging van de Oirschotsedijk ontstonden twee nieuwe industrieterreinen die Philips direct na de oorlog de mogelijkheid boden om haar activiteiten op Strijp uit te breiden. Op het naast de spoorlijn gelegen Strijp T werden naast een groot ketelhuis ook fabrieken voor onder andere karton en machines gebouwd. Strijp R, dat aan landgoed De Wielewaal van de familie Philips grensde, moest de productielocatie worden voor de sleutelcomponent van het televisietoestel: de kathodestraalbuis of kortweg beeldbuis. Het medium televisie was begin jaren vijftig sterk in opkomst en zoals de radiobuis het hart was van het radiotoestel, zo was de beeldbuis dit voor het televisietoestel, maar dan technisch gezien een stuk complexer. Voor de kleine exemplaren uit de beginjaren kon het glas nog geblazen worden, de grotere formaten die al snel volgden bestonden uit een scherm en conus die geperst werden. Hiervoor verrees in 1951 een persglasfabriek (RU) aan de Zwaanstraatzijde van het complex. Er stond toen al een fabriek langs de Halvemaanstraat die zogenaamd ferrietkeramiek produceerde t.b.v. magnetische componenten, o.a. voor luidsprekers.Strijp R (2)Afbeelding 1: Strijp-R gezien vanaf Strijp-T in noordwestelijke richting.

De beeldbuisfabriek (RAD & RO) zelf kwam in 1954 gereed en stond midden op het complex. Omdat het televisietoestel nog volop in ontwikkeling was besloot Philips om er een laboratoriumgebouw naast te zetten (RAF). De omschakeling van zwartwit- naar kleurentelevisie liet inderdaad niet lang op zich wachten en vormde eveneens aanleiding om het aantal fabrieksgebouwen uit te breiden vanwege nieuw te vervaardigen componenten, zoals het zogenaamde schaduwmasker. De televisiemarkt groeide echter zo snel dat zelfs voor de binnenlandse vraag de capaciteit van Strijp R onvoldoende was. Aangezien de fabrieken in het buitenland meer uitbreidingsmogelijkheden hadden richtte men zich in Eindhoven vanaf de jaren zeventig op proefserieproductie en productontwikkeling en hield dit tot na de eeuwwisseling vol. Enkele jaren later volgde grootschalige sloop om ruimte te maken voor een nieuwbouwwijk die uiteindelijk vijfhonderd woningen moet tellen en waarvan de straatnamen verwijzen naar het beeldbuisverleden.Strijp R (3)Afbeelding 2: De voormalige ferrietfabriek waarin de werkplaats en winkel van ontwerper Piet Hein Eek zijn gevestigd.

Behouden gebleven zijn de keramiekfabriek, waarin ontwerper Piet Hein Eek zijn winkel en werkplaatsen heeft ondergebracht, het persluchtgebouw (RAG) met bovengrondse leidingen, een goederenperron en een karakteristieke portiersloge aan de Koenraadlaan. Laatstgenoemde maakte onderdeel uit van een garagegebouw van VIPRE, de vervoersmaatschappij van Philips waar forenzen gebruik van konden maken.  Als Philips zijn arbeiders ook van woonruimte voorzag, deed het bedrijf dat het liefst zo dicht mogelijk bij de fabriek. Het naastgelegen Drents Dorp is een voorbeeld van zo’n Philipswijk die na een recente renovatie weer aantrekkelijk is geworden voor nieuwe bewoners.Strijp R (4)Afbeelding 3: Ook het karakteristieke portiersgebouw aan de Koenraadlaan zal in de nieuwbouwwijk gehandhaafd blijven.