Unna

In de hoogtijdagen van de staalfabricage en steenkolenwinning in het Ruhrgebied was de vraag naar bier zo groot dat zelfs in een buurstad van biermetropool Dortmund een bierbrouwerij kon uitgroeien tot een industrieel bedrijf. De Lindenbrauerei in Unna werd in 1918 uiteindelijk toch opgeslokt door concurrent Hansa uit Dortmund, maar bleef nog bier produceren tot 1979. Brouwhuis, ketelhuis met schoorsteen en personeelsgebouw bleven vervolgens dankzij hun monumentenstatus voor sloop gespaard.  Dat gold ook voor de ijskelder en gistkelders die samen een omvangrijk onderaards stelsel vormen. Het Museum für Internationale Lichtkunst, dat hier tegenwoordig in gevestigd is, geldt als de grote publiekstrekker van het complex, dat na herbestemming en aanvulling met nieuwbouw een aantal culturele en educatieve functies vervult.Unna (1)Afbeelding 1: Op de Lindenplatz staan onder andere de informatiepanelen van de Route der Industriekultur.

De stad Unna kent een lange biertraditie, waarvan volgens een oorkonde de vroegste vermelding dateert uit 1346. Rond 1800 waren er zo’n veertig brouwerijen actief binnen de stadsmuren, waar de Lindenbrauerei overigens nog niet toe behoorde. Voor die onderneming werd pas in 1859 de basis gelegd, toen Wilhelm Rasche samen met zijn zwager Wilhelm Ulmcke een ‘Braustätte nebst Mälzerei’ liet bouwen. Rasche was al vijf jaar uitbater van een ‘Gaststätte zum Tanz Harmonie unter der Linde und nachher Ball im Saale‘, wat waarschijnlijk de naam verklaart waaronder beide heren hun bier gingen brouwen: ‘Linden Bier’. Aanvankelijk was dat nog bovengistend bier, maar nadat Ulmcke in 1868 een eigen brouwerij begonnen was en Rasche was overleden, liet diens schoonzoon Wilhelm Beckmann de brouwerij in 1871 moderniseren om er ondergistend bier te kunnen produceren. De onderneming heette toen nog ‘Rasche & Beckmann’, maar ging tien jaar later dezelfde naam dragen als die van het gebrouwen bier. Om er geen misverstand over te laten bestaan dat hij met zijn bedrijf was toegetreden tot de klasse der fabrieksondernemers liet Beckmann in de onmiddellijke nabijheid een chique directeursvilla bouwen (huidige adres Nordring 34). En niet zonder reden, want in die jaren was de Lindenbrauerei het eerste ‘Großbetrieb’ van de stad Unna. Het was vooral het vier bouwlagen hoge brouwhuis (‘Sudhaus’) dat de brouwerij vanaf 1889 een industriële uitstraling verschafte. In 1894 volgde de bouw van een ketelhuis met schoorsteen, die in 1936 vervangen werd door het huidige exemplaar. Met het gereedkomen van een nieuw laad- en losgebouw voor biervaten (‘Schwankhalle’), werkplaats voor hun pekbehandeling (‘Pichhalle’), keldergebouw (‘Lagerhalle’) en ijskelder had het complex in 1897 voorlopig zijn maximale omvang bereikt. Wilhelm Beckmann was vijf jaar eerder al overleden en de leiding over de brouwerij was in handen gekomen van zijn weduwe Caroline. Geheel naar de trend van die tijd had zij de Lindenbrauerei in 1895 om laten vormen tot een naamloze vennootschap (Aktien Gesellschaft) om aan voldoende investeringskapitaal te kunnen komen voor de bedrijfsuitbreidingen in de daaropvolgende jaren. Toen zich na de Eerste Wereldoorlog de volgende consolidatieslag in de brouwerijsector aandiende kwam de meerderheid van de aandelen in handen van de Hansa Brauerei uit Dortmund die de Lindenbrauerei in 1922 samenvoegde met de eveneens in Unna gevestigde Adler Brauerei van August Klönne tot de Linden & Adler Brauerei GmbH. De kapitaalkrachtige Hansa-organisatie maakte het mogelijk om na de Tweede Wereldoorlog de Lindenbrauerei grondig te moderniseren om deze aan te passen aan de eisen van de tijd. Zo werden eind jaren vijftig de houten gist- en lagervaten vervangen door stalen tanks en breidde men de capaciteit van de bottelarij uit naar honderdduizend flessen per dag. In de jaren zestig begonnen de lagerkelders in toenemende mate een obstakel te vormen voor een efficiënte bedrijfsvoering. Daarom werd in 1967 een dertig meter hoog ‘Lagerhaus’ in gebruik  gesteld dat was uitgerust met vijfhonderd-hectolitervaten van aluminium. Aantasting van de monumentaliteit van het complex door deze uitbreidingen was onvermijdelijk. Zo sneuvelde het karakteristieke portiergebouw en maakte de oorspronkelijke fabrieksvensters in het brouwhuis plaats voor een grote glasfaçade. Een maatschappelijke ontwikkeling die zich in deze jaren ook aftekende was de verplaatsing van de bierconsumptie van het café naar de woonkamer. Verdringing van fustbier door flessenbier voor verkoop via de winkelschappen leidde er toe dat de Lindenbrauerei vanaf 1973 enkel nog ‘Billigbiere’ voor supermarktketens produceerde, waarvan SPAR de belangrijkste afnemer was. Het Linden-bier, dat nog altijd tot het hogere segment behoorde, kwam vanaf die tijd uit de Hansa-brauerei in Dortmund. Bedroeg het aantal medewerkers aan het begin van dit decennium nog zo’n tweehonderdvijftig, toen de brouwerij in 1979 uiteindelijk werd stilgelegd was dit teruggelopen tot slechts een dertigtal, die alleen nog Felskrone-bier brouwden dat voor botteling naar Dortmund getransporteerd werd.Unna (2)Afbeelding 2: Aan de Massener Strasse staan de drie brouwerijgebouwen die behouden zijn gebleven. Van links naar rechts zijn dat het personeelsgebouw (Schalander), ketelhuis en brouwhuis (Sudhaus). 

Nadat in de jaren tachtig de slopershamer haar werk had gedaan, begon vanaf 1992 de restauratie van de monumentale brouwerijgebouwen om in combinatie met nieuwbouw uit te groeien tot wat tegenwoordig ‘Kreativquartier Lindenviertel’ heet. Het voormalige brouwhuis (Sudhaus) is met een loungebar, discoclub, restaurant en ijssalon een volwaardig uitgaanscentrum geworden. Een brouwketel als afdak boven de hoofdingang vormt nog een herinnering aan de vroegere functie van het gebouw. Een tweede brouwketel siert de moderne vleugel die aan de oostzijde tegen het brouwhuis is gebouwd en waarin de Volkshochschule gevestigd is. Wat eens het personeelsgebouw was, biedt nu onderdak aan Theater Narrenschif en een gezondheidscentrum van de Kreis Unna. Een dergelijke voorziening waarin de brouwarbeiders vroeger konden douchen, verkleden en eten stond ook wel bekend als ‘Schalander’.  Het nuttigen van het eigen bier vond hier eveneens plaats. In deze betekenis is het woord Schalander nog steeds gangbaar en vandaar dat de Gaststätte van de Lindenbrauerei deze naam opnieuw draagt. Zo is overigens ook de naam ‘Kühlschiff’, die aan de grote bijeenkomstzaal is gegeven, een verwijzing naar een essentiële afdeling binnen de vroegere brouwerij. Het derde brouwerijgebouw dat behouden is gebleven, het ketelhuis, wordt uitgebaat door een sportzaak en vanuit de voormalige fabrikantenvilla begeleidt een opleidingsinstituut jaarlijks meer dan duizend mensen naar een nieuwe arbeidsplaats. Andere instellingen, zoals de openbare bibliotheek, het stadsarchief, het toeristenbureau en een centrum voor mediakunst, zijn ondergebracht in een nieuwbouwpaviljoen in de noordoosthoek van het complex. Daar bevindt zich ook de toegang tot het Museum für Internationale Lichtkunst in het onderaardse stelsel van gist- en ijskelders, dat één van de zogenaamde ankerpunten is van de ‘Route der Industriekultur’. Twaalf lichtkunstenaars van wereldfaam, zoals Olafur Eliasson, James Turrel Keith Sonnier en Mario Merz, hebben hier rond verschillende thema’s creaties en installaties tot stand gebracht die onder begeleiding van een gids door het publiek bewonderd kunnen worden. Een lichtkunstobject dat buiten reeds van verre zichtbaar is betreft de (wiskundige) reeks van Fibonacci die op de fabrieksschoorsteen is aangebracht.Unna (3)Afbeelding 3: Een van de twaalf lichtkunst-installaties die in het kelderstelsel van de Linden-brauerei te zien zijn.