Brussel

Brussel (13)Afbeelding 1: De voormalige sigarettenfabriek ‘Etablissements Odon Warland’ in Molenbeek herbergt tegenwoordig een bedrijvencentrum onder de naam ‘Lavoisier’.

Tot halverwege de vorige eeuw kon Brussel nog met recht een industriestad genoemd worden, hoewel de fabrieken nauwelijks een stempel op de stadsstructuur hebben gedrukt. Ze hielden zich in hoofzaak bezig met de productie van consumptiegoederen voor de omvangrijke bevolking van de hoofdstad en haar voorsteden en waren gesitueerd in een gebied, doorsneden met kanalen en spoorwegen, dat zich uitstrekte over de gemeenten Laken, Haren, Schaarbeek, Molenbeek, Sint-Gillis en Vorst. Vaak betrof het uitgegroeide werkplaatsen tussen woonhuizen of op de binnenplaats van woonblokken, waarvan de aanwezigheid voor het voorbijgaande publiek enkel verraden werd door een inrijpoort en uithangbord. Waarschijnlijk berustte hun onopvallendheid op het feit dat de verwerkende industrie in Brussel gekenmerkt werd door een complex geheel van onder-aanneming en integratie, dat tot na de laatste oorlog bleef bestaan. De enige manier waarop bedrijfsleiders zich in het openbaar wilden manifesteren was via eerbiedwaardige en functionele voorgevels. Als voorbeeld hiervan geldt de vroegere tabaksfabriek AJJA, waarvan de hoge gevels weliswaar imponerend zijn maar tegelijkertijd schuil gaan achter de kantoren van de onderneming aan de Vandermaelenstraat in Molenbeek. Voor diegenen die rechtstreeks hun waren aan de man brachten lagen de zaken anders: voor hen was een fabriekspand met architecturale uitstraling een manier om bekendheid te krijgen en dus een uitstekend reclamemiddel. In die categorie viel sigarettenfabrikant Odon Warland die met kapitaal van British American Tabacco aan de Koninckstraat in Molenbeek een ware industrieburcht volgens de principes van het Nieuwe Bouwen liet optrekken.SAMSUNG CSCAfbeelding 2: In de magazijnen van tabaksfabriek AJJA zijn na de restauratie woningen gecreëerd voor mensen in de gemeente Molenbeek die door calamiteiten tijdelijk dakloos zijn geworden.

AJJA staat voor de initialen van André-J.Jacobs Aîné, de stichter van de onderneming die tabak importeerde en zich daarom in de Brusselse kanaalzone vestigde. Destijds was de industriële tabakssector zeer actief in Molenbeek en AJJA specialiseerde zich later in de verwerking van tabak voor de fabrikanten van gerolde sigaretten. De ‘Manufacture de tabacs AJJA’ werd in twee fasen gebouwd. De eerste drie traveeën dateren van 1874 en verrezen volgens de plannen van de architecten Besme en Delpierre. In 1910 volgde in identiek ontwerp een uitbreiding met twee nieuwe vleugels door ‘Les Tuileries Nationales Belges’. Beide jaartallen zijn in de gevels vereeuwigd. Zo ontstond te midden van een huizenblok een langgerekt fabrieksgebouw van vijf niveaus met een constructie van gietijzeren kolommen en troggewelven dat via een toegangspoort aan de Gentse Steenweg bereikbaar was. De achtergevel volgde de loop van de Kleine Zenne, maar ten gevolge van de overwelving van de hoofdstroom, die zich in twee fasen voltrok (van 1867 tot 1871 en daarna tussen 1931 en 1955), verloor deze zijarm haar betekenis. De huidige interne verbindingsweg tussen de Graaf van Vlaanderenstraat en Vandermaelenstraat stemt grotendeels overeen met de bedding van deze Kleine Zenne.  Na overname van AJJA door Odon Warland in 1928 en verplaatsing van de productie naar diens grote, nieuwe fabriek aan de Koninckstraat, kwamen de gebouwen achtereenvolgens in gebruik bij meubelfabrikant De Schutter & Moncalm en de exportonderneming Abrasives Belgium. Een lange periode van leegstand volgde, waarin het gebouw voor sloop gespaard is gebleven dankzij de monumentenstatus die het in 1997 kreeg toegekend. De herbestemming van de AJJA-site, zoals het complex inmiddels was gaan  heten, vond plaats tussen 2003 en 2007 en vormde onderdeel van een groter stadsvernieuwingsproject dat de gemeente Molenbeek uitvoerde rond het metrostation Graaf van Vlaanderen. Ook de restauratie van de ‘Werkhuizen Mommaerts’, even verderop aan de Graaf van Vlaanderenstraat, maakte onderdeel uit van deze operatie.Brussel (14)Afbeelding 3: geëmailleerd AJJA-reclamebord.

Odon Warland, afkomstig uit Ardennenstad Gouvy, was een van de ondernemers die de snelle opkomst van de sigaret, mede als gevolg van de Eerste Wereldoorlog, aangreep om in zaken te gaan. Als symbool van de bevrijding bracht hij in 1919 onder de naam ‘Boule Nationale’ een driekleurig sigarettenpakje op de markt. Een jaar later begon de opbouw van zijn sigarettenimperium in Brussel met de aankoop van een fabriek met woonhuis in voorstad Jette. De introductie van nieuwe merken als ‘Boule d’Or’, ‘Benson & Hodges’ en ‘Gold Dollar’ volgde en in 1928 nam hij de fabriek van tabaksleverancier AJJA in Molenbeek over. Om zijn verspreid gelegen bedrijfslocaties te centraliseren besloot hij in deze plaats een nieuwe fabriek te bouwen, waarvoor in 1930 de eerste steen werd gelegd aan de Koninckstraat. Deze ‘Ettablissements Odon Warland’ bestonden uit twee vleugels in betonhoogbouw van zes etages, waarvan de ruime productiezalen enkel onderbroken werden door paddestoelkolommen en een overvloedige lichtinval bezaten dankzij  grote raampartijen. Architect Joseph Bijttebier leverde het ontwerp en tabaksgigant BAT (British American Tobacco) het kapitaal, want ondanks zijn succes was de financiering van een dergelijk omvangrijk complex tijdens de crisisjaren ook voor Warland te hoog gegrepen. Haar hoogtijdagen beleefde de fabriek in de jaren vijftig toen de dagproductie zo’n vijftig miljoen sigaretten bedroeg en er bijna duizend mensen werkzaam waren. Na het overlijden van Odon Warland in 1954 zetten zijn beide zonen het bedrijf nog tien jaar voort, maar daarna kwam het volledig in handen van BAT-Benelux, die er de sigarettenproductie in 2001 beëindigde. Om het complex niet te laten verloederen kocht de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij Brussel (Gomb) het in 2002 en transformeerde het tot een modern bedrijvencentrum dat de naam ‘Lavoisier’ kreeg. Daarbij bleef het industriële karakter van de site grotendeels behouden.Brussel (16)