Amsterdam

In het gebouw waar nu op de begane grond cultureel centrum de ‘Sugar Factory’ zit, stonden vroeger stoomketels en machines voor de raffinage van ruwsuiker. Aan de overkant van de Lijnbaansgracht stond het pakhuis van suikerraffinaderij ‘De Granaatappel’. De fabriek werd in de jaren twintig overgenomen door een melkfabriek, die ook het tegenoverliggende pakhuis kocht. Beide gebouwen waren door een loopbrug met elkaar waren verbonden. Na sluiting van de Melkunie hebben de fabriekspanden verschillende functies gehad. Zo vormden ze één van de eerste creatieve bedrijfsverzamelgebouwen in de stad. De voormalige raffinaderij heeft daarmee een belangrijke rol gespeeld in zowel de industriële als culturele geschiedenis van Amsterdam.

Amsterdam (5)Afbeelding 1: Poppodium De Melkweg aan de overzijde van de Lijnbaansgracht. In 1855 gebouwd als onderdeel van de suikerraffinaderij en vanaf 1920 gebruikt als magazijn voor melkdistributie. 

De productie van suiker was vroeger een van de belangrijkste industrietakken van de stad en Amsterdam voorzag in de zeventiende eeuw een groot deel van Europa van suiker. Suiker werd tot ver in de negentiende eeuw gezien als luxeproduct en de winsten op het product waren dan ook hoog. Een grote speler destijds op de Amsterdamse suikermarkt was de in 1846 opgerichte NV ‘Spakler & Tetterode’. In 1854 kochten zij de al bestaande suikerraffinaderij “De Granaatappel”, gevestigd aan de Lijnbaansgracht vlakbij het Leidseplein. In 1855 nam de alsmaar uitdijende fabriek twee percelen aan de overkant in gebruik, daar waar nu het gebouw van poppodium de Melkweg staat. Op een van de percelen kwam een kolenmagazijn zodat de kolen gemakkelijk via het water van de Lijnbaansgracht konden worden aangevoerd. In 1868 werd een nieuw hoofdgebouw aan de Lijnbaansgracht neergezet voor de suikerfabriek. De bekende architect Gerlof Bartholomeus Salm tekende voor het ontwerp. Dit pand, dat later gesloopt werd, leek op dat van het verenigingsgebouw van de Vrije Gemeente, ook van Salm. Dat gebouw is tegenwoordig beter bekend als uitgaanscentrum Paradiso. Door de bouw van een nieuw hoofdgebouw en uitbreidingen van de bestaande pakhuizen werd aan het eind van de 19de eeuw het hele blok tussen Stadsschouwburg, Lijnbaansgracht en Leidsegracht ingenomen door de suikerfabriek. Door middel van een loopbrug (toen nog ‘communicatiebrug’ genoemd) waren de gebouwen aan beide zijde van de gracht met elkaar verbonden. In dit industriële complex werkten ongeveer tweehonderdvijftig mensen in wisselende diensten. Bewaard gebleven reglementen geven een beeld van de omstandigheden. Zo hadden de arbeiders in vaste dienst recht op één betaalde vakantiedag, werkten zij tien uur per dag en kregen de werklieden één liter koffie en twee liter bier in kannen uitgereikt. In de Eerste Wereldoorlog en de jaren daarna kreeg de Granaatappel het erg moeilijk. Door stadsuitbreidingen lag de fabriek nu midden in de stad, wat voor vervoer en productie erg onhandig was. Bovendien was de oude suikerraffinaderij voorbijgestreefd door de grotere Centrale Suiker Maatschappij (CSM). In september 1920 kwamen de laatste stroop en suiker uit de fabriek aan de Lijnbaansgracht. De inboedel met alle machines en gebouwen werden geveild. Een deel van het industriële vastgoed werd overgenomen door de NV Onderlinge Vereniging van Veehouders tot verkoop van zuivere koemelk (OVvV). Het vroegere pakhuis voor kolen en het voormalig hoofdgebouw van de suikerraffinaderij werden nu gebruikt voor de aanvoer, opslag en distributie van melk. Het pand waar nu de Sugar Factory in zit, kwam in handen van de biscuit- en koekjesfabriek De Lindeboom. Voor de OVvV was de vestiging in de binnenstad een voordeel, omdat men heel dicht bij hun afnemers zat. De melk werd voor de oorlog zeven dagen per week rondgebracht door de bekende melktrekkarren. Vol met melkbussen vertrokken deze karren vanuit het pakhuis aan de Lijnbaansgracht. Dit ging natuurlijk gepaard met het nodige lawaai dat vele oudere Amsterdammers zich nog kunnen herinneren. Toen na de oorlog de distributie van melk per auto gebeurde, werd de binnenstadlocatie juist onhandig. In de jaren zestig besloot de fabriek in overleg met de gemeente de locatie aan de Lijnbaangracht te verruilen voor een groot bedrijfspand buiten de stad. In 1969 werd de melkfabriek vervolgens definitief gesloten. Een jaar later werd de oude melkfabriek gebruikt voor een cultureel zomerproject voor jongeren. Uit dit initiatief zou later “De Melkweg” ontstaan. Die plek is inmiddels uitgegroeid tot een icoon en is niet meer weg te denken uit het culturele leven van de hoofdstad.Granaatappel (3)Afbeelding 2: Platbodemschuiten op de Lijnbaansgracht worden beladen met zakken kristalsuiker vanuit de raffinaderij van Spakler & Tetterode. 

Na het vertrek van de melkfabriek had de stad ambitieuze plannen om het hele blok te slopen, de Lijnbaansgracht te dempen en deze te gebruiken als parkeerplaats voor de Stadsschouwburg. Tegen deze plannen ontstond veel verzet van omwonenden. Na de grootschalige sloop in de Nieuwmarktbuurt voor de aanleg van de metro was het maatschappelijk draagvlak voor dergelijke plannen in de stad verdwenen. Men besloot daarop slechts het noordelijk deel van het complex te slopen en de rest te laten staan. Het voormalige hoofdgebouw en de hoekpanden werden afgebroken en daarvoor in de plaats kwamen een nieuw politiebureau, woningen en andere voorzieningen. Het politiebureau zit er nog steeds en in het andere deel zit nu bioscoop ‘Cinecenter’. De rest van de oude suikerfabriek bleef behouden. Na enkele jaren van leegstand werd het in 1975 verbouwd en kwamen er atelierruimten. De Nederlandse Opera vond huisvesting in de pas verbouwde restanten van de oude suikerfabriek, toen het Van Nispenhuis aan de Stadhouderskade tot de grond toe afbrandde in 1977. De grote ateliers gingen dienen als repetitiezalen. De huidige clubzaal van de Sugar Factory was de grootste van de in totaal negen zalen die gebruikt werden als oefenruimte. Hier vonden de repetities plaats met het voltallige koor van de opera. Nadat in 1986 de nieuwe Stopera gereed was gekomen, verliet de opera het pand aan de Lijnbaansgracht. De voormalige suikerfabriek werd wederom aangepast en kreeg een nieuwe functie; dit maal als cultureel bedrijfsverzamelgebouw. Hiermee was het in 1985 één van de eerste creatieve ‘broedplaatsen’ in de stad. Het gebouw dat nu bekend staat als ‘Studio Korte Leidse’ huisvest nog steeds culturele en creatieve organisaties en bedrijven. Zo zit de grootste tangoschool van Europa op de vierde etage en biedt het onderdak aan het Nederlands Blazers Ensemble. Hoewel het interieur in de loop der jaren behoorlijk is aangepast, is de industriële geschiedenis van het gebouw nog steeds zichtbaar. In verschillende kantoorruimten zijn er nog prachtige robuuste pilaren en plafondbalken te vinden. Na vertrek van de opera deed de grote repetitiezaal dienst als podium en theater voor diverse producties. In de jaren die volgden probeerden diverse initiatieven tevergeefs een permanente programmering voor de zaal van de grond te krijgen. Een van de bekendere programma’s was de dinervoorstelling ‘Brood & Spelen’ midden jaren negentig. Daarna is de ruimte enige jaren in gebruik geweest als feestzaal voor een partycateraar. Het duurde tot 2005 eer er in de zaal een vast podium komt met toegevoegde waarde voor het Amsterdamse cultuur- en uitgaansleven. Vier cultureel ondernemers dienden een plan in voor een ‘nachttheater’. Met hun ‘Sugar Factory’ wilden zij cultuur naar de nacht brengen om een brug te slaan tussen theater, kunst en eigentijdse muziek. Destijds hoefde over de naam niet lang te worden nagedacht. Die lag immers letterlijk voor het oprapen.Amsterdam (6)Afbeelding 3: Voormalig suikerraffinaderij De Granaatappel is tegenwoordig cultureel centrum Sugar Factory.