Nordhorn

Door haar ligging net over de grens bij het Overijsselse Denekamp is dit stadje altijd sterk georiënteerd geweest op Nederland. Deze contacten gaan terug tot de middeleeuwen toen in de haven van Nordhorn de Bentheimer zandsteen op platbodemschuiten werd geladen om naar de Hollandse handelssteden te worden vervoerd voor de bouw van kerken en statige panden. In de negentiende eeuw waren het ook Nederlandse fabrikanten die er de basis legden voor de textielindustrie: Willem Stroink in 1839, Herman Kistenmaker in 1851 en Jan van Delden in 1864. Deze waren reeds actief in Twente en breidden hun productie van katoenen stoffen oostwaarts uit. Toch ging de sector pas echt onstuimig groeien toen er na 1870 Duitse textielondernemers neerstreken om te produceren voor de grote binnenlandse markt die was ontstaan door de eenwording van het Duitse Keizerrijk. Dan wordt tevens een verkeersinfrastructuur aangelegd om de producten hier ook daadwerkelijk te krijgen, te beginnen met een kanaal van de Vecht naar de Ems. Een spoorwegverbinding laat weliswaar nog tot 1896 op zich wachten, maar voor die tijd is ook de vaarverbinding met Nederland al sterk verbetert t.o.v. de ondiepe Vecht door de aanleg van een kanaal naar Almelo. Van de drie grote Duitse textielondernemingen die Nordhorn in hun hoogtijdagen als ‘Standort’ zullen hebben is het door Anton Povel in 1872 opgerichte bedrijf de oudste. Met de lancering van de slogan “Vom Besten das Beste – Ludwig Povel &Co” maakt het bedrijf onder diens zoon een sterke groei door, vooral dankzij de “Nordhorner Wasserschürzen” die door heel Duitsland bekend worden. Deze katoenen huishoudschorten kenmerkten zich door een slijtvaste blauwkleuring en een nieuw type weefsel met een fraai strepenpatroon. Bovendien waren ze door massaproductie ook zeer scherp geprijsd. Opnieuw is er sprake van een Nederlandse inbreng als vanaf 1906 een ambitieus nieuwbouwprogramma in gang wordt gezet. Architect Gerrit Beltman levert de tekeningen voor een spinnerij, een weverij van drie etages en een representatief kantoorgebouw. Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog werken hier zo’n duizend mensen. Samen met de Nachkriegszeit en Inflationsjahren (‘22/’23) verstrijkt er een verloren decennium vooraleer er zich betere tijden aandienen die om een volgende fabrieksuitbreiding vragen. Op een nieuwe locatie, aan het kanaal Nordhorn-Almelo, wordt in 1927 naar ontwerp van architect Philipp Jacob Manz Povelwerk II gebouwd.Nordhorn (2)Afbeelding 1: De spinnerijtoren van het Povel-complex is tegenwoordig het stadsmuseum van Nordhorn.

Dat er weer een nieuwe, weliswaar korte, bloeitijd is aangebroken voor de sector blijkt uit het feit dat vrijwel gelijktijdig  Niehues & Dütting eveneens een Spinnereihochbau van de hand van Manz laat verrijzen.  Dit bedrijf werd in 1897 opgericht door Bernard Niehues en Friedrich Dütting en ging zich toeleggen op katoenen stoffen voor kleding, die later onder de merknaam NINO (NIehues NOrdhorn) op de markt werden gebracht. Van het Nordhornse drietal stak Niehues & Dütting wat reclamecampagnes betreft ver uit boven de anderen, maar richtte zich dan ook veel meer op buitenlandse markten. Ook Bernard Rawe & Co, opgericht in 1886 laat zijn eerste fabriekscomplex, Bussmaate geheten, ontwerpen door Gerrit Beltman. Deze onderneming is pas eind jaren dertig aan haar uitbreiding toe en laat dan een langgestrekte weverij langs de oever van de Vecht bouwen. Wat werknemersaantal betreft bereikt de Nordhornse textielindustrie met twaalfduizend haar hoogtepunt tijdens de jaren van het Wirtschaftswunder:  zesduizend bij NINO, drieduizend bij zowel Povel als Rawe. Met vijftigduizend inwoners is Nordhorn dan het middelpunt van het Bentheimer Land geworden. Povel trekt de aandacht met zijn ‘Emma Peel’ collectie (bekend van de Britse TV-serie ‘De Wrekers’) en NINO vergroot zijn bekendheid met interieurtextiel in de auto’s van VW en BMW en de vliegtuigen van KLM en PanAm. Als gevolg van de concurrentie uit de lagelonenlanden van het Verre Oosten begint voor alle drie de ondernemingen vanaf de jaren zeventig een neergang die eindigt met het faillissement van Povel in 1978, Nino in 1994 en Rawe in 2001. Het Povelcomplex gaat al in 1980 tegen de vlakte, uitgezonderd kantoorgebouw en spinnerijtoren (water- en stoftoren) uit 1906 en de nieuwe weverij uit 1949. Laatstgenoemd gebouw doet sinds 1999 dienst als Kulturzentrum Alte Weberei, terwijl de Povelturm is ingericht als stadsmuseum van Nordhorn. Samen met het kantoorgebouw maken ze nu onderdeel uit van de nieuwbouwwijk Wasserstad Nordhorn.Nordhorn (1)Afbeelding 2: De Spinnereihochbau van NINO is behouden gebleven en herbergt o.a. een tentoonstelling over de geschiedenis van dit bedrijf.

In tegenstelling tot de Spinnereihochbau van Povel uit de jaren twintig is die van Nino wel bewaard gebleven en is tegenwoordig een bedrijfsverzamelgebouw, waarin overigens één van de vijf etages is bestemd voor het tonen van de Nordhornse textielgeschiedenis. De kelder diende voor de opvang van stof en opslag van garens, de eerste etage voor aanvoer van ruwe katoen en vermenging in een batteur. Kaarden en spinnen vond plaats op de hogere etages, terwijl in de hoektorens personeelsvoorzieningen zoals sanitair en trappenhuizen waren ondergebracht. De hoge hoektoren functioneerde als stoftoren met een waterreservoir in de top. Met zijn kubische bouwlichamen, grote vensterpartijen en platte daken geldt het als een icoon van de industriehoogbouw uit de twintiger jaren en valt daarom inmiddels onder de ‘Denkmalschutz’. Andere voormalige NINO-gebouwen die een nieuwe bestemming hebben gekregen zijn het nieuwe en oude hoofdkantoor (nu een gymnasium) en het voorraadmagazijn voor ruwweefsels (nu volkshogeschool). Als laatste werd ook een deel van het Bussmaate-complex van Rawe veiliggesteld, nadat een ander deel had moeten plaatsmaken voor een shopping center. Ter elfde uren werden de spinnerij met toren en ketelhuis onder denkmalschutz geplaatst en wachten na een grondige opknapbeurt sinds 2014 op een nieuwe bestemming.image-0099975_s930xautoAfbeelding 3: Spinnerij en ketelhuis van het Rawe-complex Bussmaate zijn gerestaureerd en sinds 2014 gereed voor een nieuwe bestemming.