Blackburn

Blackburn (1)Afbeelding 1: De enige hoogbouw op het voormalige fabriekscomplex van Philips in Blackburn is ‘Ribble House’, waarvan de bovenste etage uitzicht biedt op het gelijknamige riviertje. Nu is er een producent van decoratief aardewerk in gevestigd.

Door de overname van Mullard in 1925 kreeg Philips toegang tot de Britse markt en bleef daar deze merknaam tot 1988 voeren. De eerste tien jaar beperkte de productie zich tot een fabriek in Mitcham, maar daarna werd een tweede in Blackburn geopend die uit zou groeien tot de grootste fabriek voor elektronenbuizen in Europa. Om tijdens de oorlogsjaren de geallieerde strijdkrachten van communicatiemiddelen te voorzien, werkten er drieduizend mensen in de productie van deze sleutelcomponenten. Toen er later ook televisietoestellen mee uitgerust moesten worden steeg het personeelsaantal zelfs tot zesduizend en opende men elders extra fabrieken. Vanwege de neergang van de textielindustrie in Lancashire was deze nieuwe werkgelegenheid uiterst welkom en dat men hier trots op was toonde in de jaren vijftig het bezoek van Queen Elizabeth en de opname van een promotiefilm. De opkomst van de halfgeleidertechnologie betekende echter het einde voor de elektronenbuizen, waarvan de productie in Blackburn in 1984 eindigde. Door omschakeling op elektronenkanonnen voor beeldbuizen bleef de plant nog tot 2009 actief, waarna definitief het doek viel. Sindsdien heeft zich in een aantal gebouwen nieuwe bedrijvigheid gevestigd en staat het complex bekend onder de naam ‘Glenfield Park’. Blackburn (2)Afbeelding 2: Ondanks overname door Philips wist Mullard een zelfstandige positie te behouden en bleef als merknaam gehandhaafd tot 1988.

Nadat Philips in drie decennia tijd was uitgegroeid tot marktleider op het gebied van gloeilampen in Nederland, ging de onderneming zich begin jaren twintig richten op buitenlandse markten. Die van het Verenigd Koninkrijk werd echter gedomineerd door gevestigde partijen zoals de Ediswan Company. Dat Philips er toch voet aan de grond kreeg was te danken aan de opkomst van de radio. De uitvinding van de pentode-radiobuis had het bedrijf  een stevige uitgangspositie verschaft in een ontwikkeling die nog in haar beginfase verkeerde. Toen de Brit Stanley Robert Mullard op zoek was naar een kapitaalkrachtige branchegenoot voor participatie in zijn radiobuizenfabriek te Balham, besloot hij dan ook in zee te gaan met Philips. Dit leidde twee jaar later tot de volledige overname van Mullard Ltd. en de bouw van een nieuw fabriekscomplex in het nabij Londen gelegen Mitcham. Naast radiobuizen ging Philips er onder de merknaam Mullard ook radiotoestellen produceren, na de oorlog gevolgd door televisietoestellen, röntgenapparaten, printplaten, halfgeleiders en optische glasvezels. Deze vestiging bleef tot 1993 actief, waarna ze plaatsmaakte voor een woonwijk waarin alleen de straatnamen nog herinneren aan het industriële verleden.Blackburn (4)Afbeelding 3:  Door de grote behoefte aan radiobuizen voor de geallieerde strijdkrachten steeg het personeelsbestand van de fabriek in Blackburn gedurende de oorlog tot drieduizend werknemers.

In Blackburn daarentegen is vrijwel het gehele fabriekscomplex nog behouden gebleven. De bouw ervan begon in 1938 met de bedoeling om er een deel van de radiobuizenproductie onder te brengen, teneinde te kunnen profiteren van de lagere loonkosten in Lancashire. De glorietijd van de textielindustrie in deze regio was voorbij en vervangende werkgelegenheid daarom uitermate welkom. Door het uitbreken van de oorlog ging de fabriek deze al snel in overvloed bieden, omdat de geallieerde strijdkrachten van communicatiemiddelen moesten worden voorzien en Mullard hier de zend- en ontvangstbuizen voor ging leveren. In 1944 bedroeg de jaarproductie meer dan zes miljoen elektronenbuizen en het aantal werknemers zo’n drieduizend. Terwijl de vestiging in Mitcham dat jaar grote schade op liep door de inslag van een V1-bom, bleef Blackburn gespaard voor vijandelijke bombardementen. Van de vooroorlogse plannen van de Philipsdirectie om in geval van een Duitse bezetting de productie van gloeilampen en radiotoestellen uit Eindhoven over te brengen naar de fabriek in Blackburn kwam niets terecht en gedurende de oorlog had ze überhaupt nauwelijks invloed over de gang van zaken aldaar.Blackburn (3)Afbeelding 4: Luchtfoto van de elektronenbuizenfabriek van Blackburn met het kantoorgebouw ‘Ribble House’ (1), de chemical plant (2), de glasfabriek (3), de draadfabriek (4), een assemblagehal (5), het gasstation (6), de afdeling bedrijfsmechanisatie (7) en de mengfabriek voor metaalpoeders (8).

Door de opkomst van de televisie nam de vraag naar elektronenbuizen na de oorlog alleen maar verder toe, hetgeen leidde tot een ongekende expansie van productiecapaciteit. In Blackburn werd het complex uitgebreid met een fabriek voor molybdeen- en wolfraamdraad (1954), buisglas (1955), chemicaliën (1959) en procesgassen (1961). Daarnaast werden elders in Lancashire zogenaamde ‘feeder factories’ geopend om Blackburn van de nodige componenten te voorzien, zoals in Fleetwood (1951), Rawtenstall (1953), Lytham (1954), Southport (1954), Simonstone (1955) en Padiham (1956). Hoe trots Lancashire op de komst van deze moderne industrie was bleek wel toen de jonge Queen Elizabeth in 1955 een bezoek bracht aan de regio en daarbij ook een rondleiding kreeg door de elektronenbuizenfabriek van Blackburn. Het grote publiek kon kennisnemen van dit ‘wonder’ van Blackburn dankzij de promotiefilm ‘The Blackburn Story’. In 1959 was de jaarproductie met zevenenvijftig miljoen elektronenbuizen op haar hoogtepunt en bood Mullard Blackburn werk aan meer dan zesduizend mensen.Blackburn (5)Afbeelding 5: Naast elektronenbuizen werden er in Blackburn vanaf de jaren zestig ook steeds meer andere elektronische componenten geproduceerd.

De opkomst van de halfgeleiderindustrie maakte een einde aan deze stormachtige ontwikkeling in Blackburn. Vanaf de jaren zestig gingen transistoren en ic’s de elektronenbuizen vervangen en ook binnen Mullard ging men deze produceren. ‘Semiconductors’ die door het laboratorium in Redhill (1946) waren ontworpen, werden door een nieuwe halfgeleiderfabriek in Southampton in productie genomen. Blackburn kreeg weliswaar andere componenten te produceren om de terugloop in elektronenbuizen op te vangen, maar dat kon niet verhinderen dat het aantal werknemers rond 1980 tot onder de tweeduizend was gedaald. De introductie van de Video Langspeel Plaat had nieuw perspectief moeten bieden, maar de door Philips Blackburn vervaardigde beeldplaten moesten het al snel afleggen tegen de videocassettes. Met de assemblage van elektronenkanonnen voor beeldbuizen wist de fabriek haar bestaan nog te rekken tot 2009. Vanaf 2001 was dat onder de naam LG.Philips-Displays en na 2006 als Blackburn Microtech Solutions. Als ‘Glenfield Park’ is het sindsdien een bedrijventerrein waarop ondernemingen uit allerlei branches gevestigd zijn in de voormalige fabrieksgebouwen. Naast automobielbedrijven en elektronicazaken gaat het hierbij onder andere om een producent van decoratief aardewerk, een tuincentrum, stofferingszaak, natuurvoedingswinkel, halalbakker en fitnesscentrum. De klanten die deze ondernemers willen bezoeken kunnen ‘Glenfield Park’ bereiken via de ‘Philips Road’.Blackburn (6)Afbeelding 6: De straatnaam ‘Philips Road’ herinnert nog aan de oorspronkelijke eigenaar van het fabriekscomplex.

In onderstaand artikel is meer te lezen over de elektronenbuizenfabriek van Philips in Blackburn.

Philips Erfgoed – Blackburn