Renkum

renkum (2)Afbeelding 1: Dankzij hun rieten daken vormen de arbeiderswoningen van Heveadorp het archetype van de cottagestijl.

De ultieme beleving van industriegeschiedenis ondergaat men bij een bezoek aan een fabriekscomplex dat ontstaan is in een diep ingesneden rivierdal, waar stromend water de machines aandreef nog vóór stoomkracht dit overnam. Enkele regio’s in Groot-Brittannië staan bekend om dit soort industrievalleien en ook Duitsland en België kennen een aantal fraaie voorbeelden. In Nederland met zijn laaglandrivieren en late industrialisatie is het echter een onbekend fenomeen, hoewel het voorbeeld uit deze reportage in zekere zin iets van die sfeer weet op te roepen. En dan gaat het niet om de papierindustrie waar Renkum bekend om is en die zijn oorsprong heeft in de papiermolens aan de beken van de Veluwe. De fabriek waarover we het hier hebben, die van Hevearubber, maakte nooit gebruik van waterkracht en werd alleen maar in het dal van de Seelbeek gebouwd omdat deze het afvalwater snel naar de Rijn kon afvoeren. Gelegen tussen de beboste hellingen van de Veluwse Stuwwal kon men zich hier met enige fantasie in een ‘valley of industry’ wanen zoals ze in Lancashire en Cheshire voorkwamen en de arbeiderswoningen met rieten daken van Heveadorp doen ook vandaag de dag nog denken aan Engelse cottages. Het was fabrikant Dirk Frans Wilhelmi die dit project aan het begin van de vorige eeuw tot stand bracht en daarmee tot de groep van sociaal vooruitstrevende ondernemers van zijn tijd gerekend mag worden. Interessant aan deze locatie is bovendien dat hij niet de eerste was die er neerstreek om zijn idealen te verwezenlijken.renkum (3)Afbeelding 2: Luchtopname van Heveadorp met de rubberfabriek, gezien in noordwestelijke richting.

De Seelbeek ontspringt in het centrum van Doorwerth en heeft een verval van dertig meter voordat hij uitstroomt in de Rijn. Daarbij heeft hij een dal gevormd dat begrensd wordt door de bossen van de Westerbouwing aan de ene, en het landgoed Duno aan de andere kant. Dat in deze omgeving reeds in de vroege middeleeuwen bewoning was blijkt niet alleen uit archeologische opgravingen, zoals die van de ringwalburg Hunnenschans, maar ook uit een geschreven bron die melding maakt van een ‘Hof aan de Seelbeek’. Later kwam het gebied onder invloed te staan van adellijke heren die op het Kasteel van Doorwerth woonden, een waterburcht in de uiterwaarden van de Rijn. Het gelijknamige dorp ontstond later boven op de stuwwal, ging in de negentiende eeuw tot Oosterbeek behoren en maakt sinds 2010 onderdeel uit van de gemeente Renkum. Nieuwe ontwikkelingen in het Seelbeekdal lieten tot kort na 1900 op zich wachten. Samen met landgoed Duno en Kasteel Doorwerth was het in handen gekomen van grootgrondbezitter Willem Scheffer. Deze vatte toen het plan op om er een modelboerderij te stichten waar melk zo hygiënisch geproduceerd werd dat pasteurisatie overbodig zou zijn. Mogelijk dat zijn idealen al dateren uit de tijd dat hij studeerde aan de Polytechnische Hogeschool in Delft, want ook andere ondernemers die daar hun opleiding ontvingen stonden hierom bekend, zoals Jacob Cornelis van Marken. Het bedrijf kreeg de naam ‘Huis ter Aa’ en voor uitbreiding werd in 1908 in het dal van de Seelbeek een breed talud aangelegd. Zover kwam het echter niet, want de onderneming was onvoldoende rendabel en werd in 1915 geliquideerd.

Er ging niet veel tijd overheen voor zich een koper aandiende voor de boerderij en bijbehorende melkfabriek. Het was Dirk Frans Wilhelmi, een fabrikant uit het Groningse Hoogezand. Als zoon en kleinzoon van zadelmakers had hij al op jonge leeftijd belangstelling ontwikkeld voor leer, en een materiaal dat sterk in opkomst was als goedkope vervanger: rubber. Industriële ervaring in de lederbewerking deed hij op bij schoenenproducent Bata in het Moravische Zlín, maar bij terugkomst in Groningen bleek de concurrentie in deze sector zo groot dat hij zich ging toeleggen op de fabricage van rubberbanden. Dat waren aan het begin van de twintigste eeuw nog hoofdzakelijk fietsbanden en Wilhelmi onderscheidde zich hierin door ze met staaldraad te verstevigen. Met kapitaal van een Groningse herenboer vestigde hij in 1906 zijn eerste bandenfabriek in Sappemeer, die al snel moest worden uitgebreid in het naburige Hoogezand vanwege het grote succes. Opening van verkoopkantoren in grote steden, samenwerking met caoutchoucfabriek Pompe & Co en toevoeging van schoenen en laarzen aan het assortiment stuwden de afzet verder op. Vanaf 1911 presenteerde het bedrijf zich onder de naam Hevearubber, afgeleid van de Latijnse benaming van de rubberboom: Hevea Brasiliensis. Van populariteit was op de thuisbasis in Hoogezand daarentegen helemaal geen sprake. Na jarenlange overlast door rubberstank dwong de gemeente Wilhelmi om naar een andere bedrijfslocatie uit te kijken. Te midden van de bossen en ver van de bewoonde wereld was Huis ter Aa een plaats waar hij zonder protesten uit de omgeving zijn activiteiten kon voortzetten. Bovendien boden de Rijksstraatweg Utrecht-Arnhem en de Rijn goede aan- en afvoermogelijkheden voor grondstoffen en producten. Wilhelmi nam een kern van vakbekwame arbeidskrachten mee uit Hoogezand Sappemeer en vulde deze aan met de knechten van de voormalige modelboerderij tot een personeelsbestand van zo’n honderdvijftig werknemers.

Om deze arbeiders en beambten zo dicht mogelijk bij hun werk te laten wonen nam Wilhelmi in 1916 het initiatief tot de bouw van een fabrieksdorp. Daartoe kocht hij twintig hectare grond aan en gaf de Arnhemse architect Jan Rothuizen opdracht tot het ontwerp van honderdtwintig arbeidershuisjes en drieëntwintig beambtenwoningen. Laatstgenoemde koos voor de cottagestijl in zijn meest zuivere vorm door de huizen van een rieten dak te voorzien. De huizenblokken werden genoemd naar de eilanden van Nederlands-Indië waar de rubber vandaan kwam: Sumatra, Java, Celebes en Borneo. De vrijstaande woningen voor het kantoorpersoneel kwamen aan de statige Dunolaan en Rijnlaan te liggen. Na verloop van tijd kwamen er ook scholen, winkels, een postkantoor en twee cafés. Het dorp beschikte over riolering en elektriciteit, hetgeen in die tijd nog een bijzonderheid was. Wilhelmi zag het liefste grote gezinnen naar zijn dorp komen, en dan vooral met dochters want daarvoor hoefde hij zin zijn fabriek het minste te betalen. Zijn echtgenote bepaalde wie waar kwam wonen en tegen welke huurprijs. Die bedroeg minimaal twee gulden per week, maar dat was dan wel inclusief draadomroep die o.a. diende ter verspreiding van bedrijfsmededelingen. Bepaald hoog was deze huur niet, maar dat gold ook voor de salarissen die Wilhelmi betaalde en wie stopte met werken bij Hevearubber verloor ook zijn huis. Hoewel Heveadorp, zoals het dorp al spoedig genoemd werd, geliefd was onder de arbeiders moesten ze zich de nodige bemoeilust laten welgevallen. Mevrouw Wilhelmi controleerde zowel binnen als buiten de woning op netheid en om het stroomverbruik te beperken liet ze het licht ’s avonds om negen uur uitschakelen. Dat laatste moest ook garanderen dat de arbeiders de volgende ochtend uitgeslapen op hun werk zouden verschijnen. Het dorp was privéterrein, dat voor de bewoners en de buitenwereld werd benadrukt door een stevig hekwerk om het terrein en slagbomen bij de toegangswegen. Buitenstaanders beschouwden deze verhoudingen als ‘feodaal’, maar onder de meeste werknemers was het dorp geliefd. Ze ontvingen sponsorbijdragen van de Heveadirectie voor de fanfare, gymnastiekclub, voetbalclub, schaakvereniging en vrouwenvereniging die ze oprichtten. Daarnaast genoten ze in de winter van de schaatsbaan met poffertjeskraam, en in de zomer van de zwemkom van autobanden in de Rijn, waar het bedrijf voor zorgde.  Van een isolement was geen sprake omdat Heveadorp een eigen halte had op de tramlijn Amersfoort-Arnhem.renkum (1)Afbeelding 3: Straattafereel uit de beginjaren van Heveadorp, met op de achtergrond de schoorsteen van de rubberfabriek.

Ook op haar nieuwe locatie bleef Hevearubber doorgroeien. Zo ontving men in de jaren twintig bijvoorbeeld een grote order van het Ministerie van Oorlog voor de productie van gasmaskers. Inmiddels stonden er vijftienhonderd mensen op de loonlijst en beschikte het bedrijf over nevenvestigingen in Loosduinen, Harderwijk en Leeuwarden, waaronder weverijen waar het binnenwerk voor de banden werd vervaardigd. Naast de economische depressie werd Hevearubber begin jaren dertig ook getroffen door een machtsstrijd in de bedrijfstop, waarin Wilhelmi uiteindelijk het onderspit delfde. Als een gebroken man verliet hij het land om aan de Belgische kust te gaan rentenieren, maar overleed daar al in 1936, korte tijd later gevolgd door zijn echtgenote. De Tweede Wereldoorlog bracht nog groter onheil voor de rubberfabriek en haar dorp. Deelname aan de April-Mei-stakingen van 1943 werd door de bezetter afgestraft met de executie van zeven medewerkers. Ruim een jaar later lag Heveadorp tijdens de operatie Market Garden in de vuurlinie en liep grote schade op.

Na de wederopbouw van het dorp en modernisering van de fabriek met steun van de Marshallhulp brak er opnieuw een bloeiperiode aan waarin de personeelsomvang met achttienhonderd mensen een maximum bereikte. De fusie met grote concurrent Vredestein in 1962 luidde echter het begin van het einde in, dat werd bespoedigd door een brand die in 1967 een deel van de Heveafabriek verwoestte. Nadat de productie was overgeheveld naar een nieuwe vestiging in het Overijsselse Raalte sloot de fabriek haar deuren in 1976 en werd in 1982 gesloopt. Heveadorp werd een speelbal van speculanten, overheden en natuurbeschermers. In 1984 viel de beslissing: de huizen die er door achterstallig onderhoud het slechtst aan toe waren werden gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw, maar de woningen met rieten daken die de kern van Heveadorp vormen werden ingrijpend gerenoveerd. Samen met een aantal voormalige beambtenwoningen staan ze tegenwoordig op de gemeentelijke monumentenlijst van Renkum. De rubberfabriek in Raalte is nog altijd operationeel en produceert sinds overname van de laarzendivisie van het Britse Dunlop in 1996 veiligheidslaarzen onder de naam Dunlop Protective Foodwear.renkum (4)Afbeelding 4: Modelboerderij en melkfabriek Huis ter Aa  gezien vanaf de Rijnoever, met in de verte de fabriek van Hevearubber.