Heiligerlee

Heiligerlee (1)Afbeelding 1: De voormalige gieterij van Van Bergen huisvest thans een museum dat niet alleen aandacht besteedt aan klokken maar ook aan oude brandspuiten.

Uit menige metaalgieterij kwam later een machinebouw- of constructiebedrijf voort en in deze rubriek, maar ook die over de machinefabrieken, zijn daar diverse voorbeelden van terug te vinden. Gietwerk alleen was vaak een te smalle basis voor de continuïteit van de onderneming, en de verdiensten uit assemblage en constructie van de gegoten objecten te lucratief om in andere handen terecht te laten komen. Niet zelden hielden door voortschrijdende specialisatie en de opkomst van nieuwe materialen die verwerkende activiteiten het langer vol dan de oorspronkelijke gieterij. Binnen de onderneming van Van Bergen in Heiligerlee bleef de gieterij wél tot het einde toe gehandhaafd, hoewel de kerkklokken en carillons die er tot stand kwamen weinig van doen hadden met de brandspuiten die men er daarnaast vervaardigde. Toch  heeft die wat vreemde combinatie zo’n anderhalve eeuw stand gehouden. De klokken genieten bij het grote publiek echter meer bekendheid dan brandspuiten en daarom is daar het museum aan gewijd dat tegenwoordig in gerestaureerde gieterij gevestigd is, hoewel het ook enkele antieke brandspuiten toont. Omdat de geschiedenis van het klokkengieten op deze website ruim aan bod komt in de reportage over Petit & Fritsen in Aarle-Rixtel, besteden we hier wat meer aandacht aan het brandweergerei.Heiligerlee (3)Afbeelding 2: De collectie van het klokkengieterijmuseum.

De eerste vermelding van een door Van Bergen gegoten klok dateert van 1795 en is niet uit Heiligerlee afkomstig, maar uit het naburige Midwolda. Andries Heero van Bergen was daar vijf jaar eerder vanuit Norden in het Duitse Ost-Friesland neergestreken als timmermansknecht, hoewel hij bekend stond als ‘pompmaker’. Na het overlijden van zijn baas nam hij diens huis en werkplaats over en richtte er een smederij en klokkengieterij in. Dat hij in Midwolda uiteindelijk ook zijn kennis van pompen weer in de praktijk bracht blijkt uit de levering van een brandspuit aan de gemeente Loppersum in 1830. Grotere plaatsen als Groningen (1842) en Assen (1845) volgden met bestellingen en na het overlijden van Andries Heero in 1847 zette zoon Udo de productie van klokken en brandspuiten op dezelfde voet voort. Vermoedelijk omdat hij te vaak naar de fles greep gingen de zaken achteruit en droeg hij deze vijf jaar later al over op zijn zoon Andries Heero. Hij was het die in 1862 een tweede fabriek in Heiligerlee liet bouwen en deze de naam Sint-Paulinus meegaf. Aanvankelijke werkte hij samen met zijn broers Berend en Heero Andries, maar na een conflict gingen deze twee vanaf 1871 zelfstandig verder in de fabriek van Midwolda die ze omdoopten in Concordia (eendracht), een naam die alleen betrekking zal hebben gehad op hun onderlinge verhouding.

Zo ontstond de merkwaardige situatie dat er zowel in Heiligerlee als in het vijf kilometer verderop gelegen Midwolda klokken werden gegoten en brandspuiten werden gebouwd door leden van de familie Van Bergen die elkaar beconcurreerden. Die situatie bleef bijna een eeuw bestaan, al verliepen de zaken in Heiligerlee veel succesvoller dan in Midwolda. Andries Heero ontwikkelde een nieuw type brandspuit, waarmee hij in 1883 een medaille won en waarvan er bijna tweehonderd geleverd zouden worden aan gemeenten en bedrijven. De hiermee behaalde winst investeerde hij in een tweetal steenfabrieken, bedrijfswoningen voor zijn personeel en in Havezathe Oosterbroek waar hij zelf ging wonen. In 1904 trok hij zich terug uit de onderneming, waarna de fabriek in Heiligerlee werd voortgezet door zijn gelijknamige zoon Andries Heero en de steenfabrieken door diens broer Udo Jurrien. Vier jaar later trad ook in Midwolda een nieuwe generatie Van Bergen aan. Daar waren het de zonen Udo Andries en Jacobus die hun vader Berend na diens overlijden opvolgden. Zij wisten de overstap van hand- naar motorbrandspuit weliswaar nog te maken, maar bouwden deze nooit in de aantallen die in Heiligerlee bereikt werden. Na de oorlog waren ze enkel nog actief als klokkengieters en dat tot 1956.

Andries Heero legde zich in Heiligerlee vooral toe op kleine, relatief goedkope, motorbrandspuiten op twee wielen die vooral in trek waren bij kleine gemeenten. Handbrandspuiten bleven overigens nog tot medio jaren twintig onderdeel uitmaken van het assortiment. Toen waren alle drie zijn zonen inmiddels actief binnen het bedrijf, die al snel de verantwoordelijkheid kregen over een eigen filiaal. Om dichter bij de klanten in de rest van het land te zitten opende men in 1928 een vestiging in het centraal gelegen Bilthoven, waarover Harmannus Tjapko de leiding kreeg. Voor de bouw van brandspuiten zette zijn broer Jan Jurrien een nieuwe fabriek op in Winschoten, terwijl vader Andries Heero met zijn gelijknamige zoon de traditie van het klokkengieten in Heiligerlee bleef voortzetten. Op beide terreinen kwamen in deze periode nieuwe ontwikkelingen tot stand. Wat we tegenwoordig een brandweerauto noemen heette destijds nog een automobielspuit en Van Bergen bouwde haar eerste exemplaar voor de gemeente Veendam op het vrachtwagenchassis van een Benz. Daarna waren het vooral Fords die voor dit doel werden omgebouwd en een enkele maal een Chevrolet. De naam van het bedrijf werd ervoor veranderd in ‘Koninklijke Fabriek van Auto-, Motor- en Handbrandspuiten H.T. & A.H. van Bergen’. Toen er door de toegenomen oorlogsdreiging in de tweede helft van de jaren dertig motorspuiten nodig waren voor de Luchtbeschermingsafdelingen, mocht Van Bergen hier grote aantallen van leveren.Heiligerlee (4)Afbeelding 3: De smeltoven aan de achterzijde van de gieterij.

De gieterij was zich ondertussen gaan richten op carillons. Dit type klokkenspel, waarvan het voorkomen zich eeuwenlang hoofdzakelijk beperkt had tot de Lage Landen, beleefde op dat moment een opmerkelijke ‘revival’ in de Verenigde Staten, maar dan in openbare gebouwen in plaats van kerktorens. Hermannus Tjapko reisde in 1939 naar New York om twee carillons te plaatsen in paviljoens van de wereldtentoonstelling. Toen het door de oorlogsomstandigheden niet meer lukte om terug te keren naar Nederland, maakte hij van de nood een deugd en begon in de VS een klokkengieterij, die het onder leiding van zijn zoon nog tot 1980 heeft volgehouden. In Nederland lag het klokkengieten tijdens de oorlogsjaren juist helemaal stil omdat het brons gevorderd werd door de bezetter. Om het personeel in Heiligerlee toch aan het werk te houden liet Andries Heero de gieterij van een klokkentoren voorzien die in 1942 gereed kwam.

De naoorlogse jaren brachten veel werk voor het bedrijf in verband met het schadeherstel. Veel geroofde kerkklokken moesten worden vervangen en militaire vrachtwagens uit de oorlogsdump kregen na ombouw een tweede leven als brandweerwagen. Nadat die voorraad was uitgeput ging Jan Jurrien onder de naam ‘Berwi’  (Bergen Winschoten) zelf carrosserieën bouwen en voorzag deze van pompen die onder leiding van Andries Heero in Heiligerlee vervaardigd werden, maar later ook van de firma Ajax uit Amsterdam betrokken werden. Hoewel de vraag naar klokken de laatste jaren sterk terugliep heeft de vestiging in Heiligerlee het uiteindelijk langer uitgehouden dan die in Winschoten. Laatstgenoemde werd in 1976 door Ajax overgenomen, de gieterij sloot in 1980 haar deuren. Die gingen zeven jaar later weer open, maar dan voor het publiek dat sindsdien welkom is in het klokkengieterijmuseum. In hetzelfde jaar werd in een tegenoverliggende boerderij eveneens een museum ingericht, dat gewijd is aan een andere geschiedenis waar Heiligerlee landelijk  bekend om is, namelijk die van de veldslag uit 1568.Heiligerlee (2)Afbeelding 4: Prent van de gieterij in haar negentiende-eeuwse toestand, gemaakt ter gelegenheid van de medaille die in 1883 gewonnen werd met een nieuw brandspuitontwerp.