Bielefeld

Bielefeld (1)Afbeelding 1: Naast de poortvormige loopbruggen zijn ook de twee watertorens van machinefabriek Dürkopp behouden gebleven.

De opkomst van de textielindustrie in de negentiende eeuw leverde veel werk op voor bedrijven die zich bezig hielden met vervaardiging, onderhoud en reparatie van machines en in veel textielsteden ontstond dan ook een bloeiende machinebouwnijverheid. Meestal ging het dan om machines en installaties voor spinnerijen en weverijen, maar ook in de verwerking tot eindproducten voltrok zich een mechanisatie die de opkomst van een nieuwe sector mogelijk maakte: de confectie-industrie. Bielefeld in het Duitse Westfalen was vanouds een productiecentrum van linnen waar de industrialisatie halverwege de negentiende eeuw snel opgang maakte. Zowel de Ravensberger Spinnerei (thans Historisches Museum en Volksuniversiteit) als de Mechanische Weberei (nu shopping center), die met hun langgerekte façaden bekroond door torentjes en kantelen ware industrieburchten zijn, getuigen vandaag de dag nog van die ontwikkeling. Ook van de fabrieken waarin men het linnen tot bedde- en ondergoed (Wäsche) verwerkte zijn in Bielefeld een aantal fraaie exemplaren behouden gebleven zoals die van Dornbusch (winkelcentrum), Stern (appartementencomplex) en Juhl (museum). De naaimachines voor deze Wäschefabriken werden geleverd door maar liefst vier producenten die Bielefeld op dit gebied rijk was: Adler, Anker, Dürkopp en Phoenix. Ze vonden hun weg naar klanten tot in de verste uithoeken van het land en daarbuiten. Met hun kennis en ervaring in fijnmechanische bewerking gingen deze bedrijven zich na verloop van tijd ook toeleggen op nieuwe producten zoals typemachines, kasregisters, fietsen en brommers. De fabrieken van Dürkopp en Anker zijn tegenwoordig ingericht met appartementen en kantoren, maar dankzij hun karakteristieke loopbruggen zijn beide firmanamen in het straatbeeld gehandhaafd gebleven.Bielefeld (6)Afbeelding 2: De fabriek van Anker-Werke, eveneens voorzien van een sierlijke loopbrug, bestaat na herbestemming grotendeels uit appartementen.

Zoals bij veel innovaties is ook in het geval van de naaimachine niet één enkele uitvinder aan te wijzen. De eerste modellen kwamen rond 1800 in Engeland en Frankrijk tot stand, maar het waren vooral een paar Amerikanen die enkele decennia later een aantal principes toepasten die ook in de huidige generatie naaimachines nog herkenbaar zijn. Walter Hunt maakte voor het eerst gebruik van twee spoelen voor een boven- en onderdraad en een naald met een oog die de stiksteek mogelijk maakt door deze twee draden om elkaar heen te wikkelen. Hij verzuimde echter om hier patent op aan te vragen, wat landgenoot Elias Howe tien jaar later wél deed nadat hij nog wat kleine verbeteringen had aangebracht. Het is echter de naam van Isaac Singer die verbonden bleef met de naaimachine, niet zo zeer om zijn technische bijdrage, maar omdat hij ze als eerste op grote schaal ging vervaardigen en er een succesvol verkoopnetwerk voor opzette. Het is niet overdreven om te stellen dat Singer synoniem werd voor een naaimachine. Via een rechterlijke uitspraak wist Howe in 1854 Singer te verplichten tot het betalen van royalty’s over zijn vinding, maar dat betrof alleen de Amerikaanse markt. Zo gauw de eerste naaimachines in Europa verschenen, begonnen men ze daar straffeloos te kopiëren en ook in Bielefeld was dat het geval. In 1860 richtten Carl Baer en Heinrich Koch hiervoor onder de naam Koch & Co een fabriekje in, waar in 1865 Nicolaus Dürkopp kwam werken nadat hij ervaring als fijnmechanicus had opgedaan in een horlogemakerij. De naaimachinemarkt was echter zo lucratief dat hij het dienstverband al na twee jaar verbrak en met collega Carl Schmidt een eigen onderneming begon. Gedurende de eerste tien jaar verdiende Dürkopp & Schmitt haar geld vooral met reparaties en de ontwikkeling van speciale naaimachines, waarna hun wegen zich scheidden. In 1877 ging Nicolaus Dürkopp  in zee met Ferdinand Kaselowsky, de directeur van de Ravensberger Spinnerei, om seriematig huishoudnaaimachines te gaan vervaardigen, terwijl Carl Schmidt een nieuw bedrijf oprichtte om onder de merknaam Anker naaimachines voor confectiebedrijven te produceren.Bielefeld (2)Afbeelding 3: Reclameprent met de fabriekscomplexen van Dürkopp in Bielefeld.

Binnen een paar jaar had Nicolaus Dürkopp zo’n tweehonderdvijftig arbeiders in dienst en liet hij een nieuwe fabriek bouwen. Hoewel deze in 1880 grote schade opliep door een brand, had dit weinig invloed op de stormachtige groei van de onderneming Dürkopp & Co. Drie jaar later diende zich echter een grotere bedreiging aan toen de confectie-industrie in crisis geraakte. Dürkopp besloot hierop om zijn fijnmechanische expertise in te gaan zetten voor nieuwe markten en vond die in de fabricage van fietsen. Het was in deze jaren dat de moderne veiligheidsfiets – met twee even grote wielen, een frame en een kettingaandrijving al sterk gelijkend op de huidige modellen – zijn intrede deed. De voorloper, de vélocipède of hoge bi, was met zijn grote voorwiel nog weinig gebruikersvriendelijk. Deze was alleen weggelegd voor berijders met atletische kwaliteiten die hem konden bestijgen en vervolgens hun evenwicht wisten te bewaren. De potentiële klantenkring voor de veiligheidsfiets was echter veel groter en aanleiding voor tal van ondernemers ze te gaan fabriceren. Aangezien er voor dit nieuwe product aanmerkelijk meer metaal bewerkt moest worden gaf Dürkopp in 1891 opdracht voor de bouw van een eigen ijzergieterij en smederij. Hiervoor werd uitgeweken naar een vestigingslocatie nabij het goederenstation van Bielefeld, omdat deze afdelingen op het fabrieksterrein van Dürkopp teveel overlast zouden geven voor de omwonenden. Rond de eeuwwisseling telde het bedrijf zeventienhonderd medewerkers die jaarlijks bijna vijftigduizend naaimachines produceerden. Bovendien had men toen wederom aangehaakt bij een recente ontwikkeling op transportgebied: de automobiel. Een grote speler in deze sector zou Dürkopp nooit worden, maar in de beginjaren waren er wel meer machinebouwers die hun geluk beproefden en voor rijke klanten binnen hun regio automobielen gingen bouwen. Dürkopp hield het dertig jaar vol met zowel personenauto’s als vrachtwagens en nam zelfs met racemodellen deel aan de Rally van Monte Carlo, waar deze tot twee keer toe op de tweede plaats eindigden. Winstgevend is de automobielproductie amper geweest en was alleen maar vol te houden dankzij de goede resultaten die men met de naaimachines, fietsen en andere producten boekte, zoals melkcentrifuges, gas- en petroleummotoren en motorfietsen. Daarnaast was Dürkopp & Co. in 1913 omgevormd tot naamloze vennootschap (Aktiengesellschaft, kortweg AG) om extra kapitaal aan te kunnen trekken voor deze expansie. En die was bepaald indrukwekkend te noemen, want het fabriekscomplex in Bielefeld groeide uit tot een oppervlak van vijftien hectaren met een eigen elektriciteitscentrale. Ook in andere plaatsen, waaronder Berlijn, beschikte men over fabrieken waardoor het totale personeelsbestand medio jaren twintig meer dan zesduizend bedroeg. Nicolaus Dürkopp was reeds in 1918 overleden en beleefde daarom noch dit hoogtepunt, noch het dieptepunt dat er tijdens de crisisjaren op volgde toen het aantal arbeiders terugliep tot minder dan tweeduizend. De orders voor de herbewapening van Duitsland die het nationaalsocialistische regime eind jaren dertig te verdelen had waren dan ook uiterst welkom.  Dürkopp ging op grote schaal bajonetten voor geweren, rol- en kogellagers voor kanonnen en tanks, en ontstekingsmechanismen voor granaten produceren. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bereikte de productie nieuwe recordhoogtes en daarmee de status van voorbeeldbedrijf (Kriegsmusterbetrieb), al moesten daarvoor wel meer dan drieduizend krijgsgevangen en dwangarbeiders worden ingeschakeld. Zwaar beschadigd door bombardementen kwam de productie in het voorjaar van 1945 noodgedwongen stil te liggen. Na de schaarste aan grondstoffen in de wederopbouwjaren slaagde men er in de jaren vijftig weer in om met sterproducten in de gunst van de consument te komen. Dat waren met name motorfietsen en scooters om de mobiliteit van de gewone man, die zich nog geen auto kon veroorloven, te vergroten. Het scootermodel Diana, vanwege haar snelheid vernoemd naar de godin van de jacht, ontpopte zich tot een ware ‘Verkaufsschlager’, waarvan achttienduizend exemplaren werden gebouwd. Toen door de toegenomen welvaart de belangstelling voor motorfietsen in de jaren zestig terugliep, keerde Dürkopp weer terug naar haar wortels als fabrikant van naaimachines. Ook voor dit product zag men de consumentenmarkt echter langzaam krimpen door de opkomst van goedkope modekleding, zodat uiteindelijk de focus volledig kwam te liggen op professionele naaimachines voor de confectie-industrie. Om in dit segment op de wereldmarkt te kunnen concurreren fuseerde Dürkopp in 1990 met branche- en plaatsgenoot Adler, voortgekomen uit de fabriek van Carl Baer en Heinrich Koch, en vestigde zich op een modern industrieterrein in Bielefeld-Oldentrup. De oude fabrieksgebouwen in het centrum van Bielefeld konden worden behouden door er appartementen en kantoren in onder te brengen. Ook Dürkopp-Adler AG ontkwam niet aan de uitverkoop van de Duitse industrie die na de laatste eeuwwisseling snel om zich heen greep en kwam in 2005 in Chinese handen.Bielefeld (3)Afbeelding 4: Vroeg model naaimachine van Dürkopp, tentoongesteld in het Museum Wäschefabrik.

Net als Dürkopp heeft ook de ‘Bielefelder Nähmaschinenfabrik Carl Schmidt’ na haar oprichting in 1876 fietsen en motoren geproduceerd en deed dat vanaf 1894 onder de merknaam Anker. Dit werd in 1906 ook de naam van het bedrijf, dat echter de grootste bekendheid verwierf met haar kasregisters of kassa-apparaten, eveneens een Amerikaanse uitvinding die in Duitsland snel werd overgenomen. In 1900 had Anker Werke AG hiervoor de rechten gekocht en in 1912 breidde het haar assortiment op dit gebied uit met telmachines. Later volgden nog andere kantoorapparaten zoals frankeermachines en samen met de productie van fietsen drukte deze activiteit de naaimachine-business in de loop van de  jaren twintig naar de achtergrond. Het fabriekscomplex van Anker Werke lag niet ver verwijderd van dat van Dürkopp en was in dezelfde bouwstijl opgetrokken, inclusief een sierlijke loopbrug met daarop de bedrijfsnaam. Het werd in 2014 omgebouwd tot het appartementencomplex Anker Gärten met drieënnegentig woningen rondom een fraai beplante binnentuin. Uitgerekend in 1976, het jaar van haar eeuwfeest, had het bedrijf het faillissement moeten aanvragen, omdat het niet geslaagd was in de omschakeling naar elektronische kantoormachines, terwijl dit na de oorlog juist haar kernactiviteit was geworden. Opmerkelijk genoeg vond in 2015 een wederopstanding plaats toen met behulp van privé-investeerders de startup ‘Anker Kassensysteme GmbH’ tot stand kwam om voort te bouwen op de traditie van haar illustere voorganger, overigens zonder productiefaciliteiten.Bielefeld (4)Afbeelding 5: Reclameprent met het fabriekscomplex van Anker Werke AG in Bielefeld.

De industriële onderneming uit Bielefeld die bij het grote publiek de meeste bekendheid geniet is ongetwijfeld Dr. Oetker. August Oetker legde in 1891 de basis voor dit familiebedrijf door in het laboratorium van zijn apotheek een bakpoeder te ontwikkelen om deeg luchtig te maken zonder gebruik van zuurdesem of gist. Hij patenteerde dit mengsel van dubbelkoolzure soda en wijnsteenzuur en ging het in klein-verpakking produceren onder zijn eigen naam. De vermelding van de doctorstitel diende daarbij als kwaliteitsgarantie. Een doordachte reclamestrategie, waar ook het uitgeven van kookboeken en het organiseren van kookdemonstraties onderdeel van uitmaakte, stimuleerde de verkoop tot grote hoogte. Het fabriekscomplex aan de rand van de stad groeide sterk, zeker nadat ook puddingpoeder, aroma’s en smaakversterkers in het assortiment waren opgenomen. Tegenwoordig herbergt het onder de naam Dr. Oetker Welt een bezoekerscentrum waar verleden, heden en toekomst van het bedrijf gepresenteerd worden. Naast een levensmiddelenconcern met dertigduizend medewerkers investeert de familie Oetker ook in andere branches en behoort tot de meest vooraanstaande ondernemersdynastieën van Duitsland. De stad Bielefeld heeft er onder andere haar prestigieuze Kunsthalle aan te danken.Bielefeld (5)Afbeelding 6: Vroeg model kasregister van Anker.