Keulen

Afbeelding 1: De vuurtoren van het voormalige Helios AG geldt nog altijd als herkenningsteken van Ehrenfeld.

Dankzij haar ligging aan de Rijn ontwikkelde Keulen zich vanaf de middeleeuwen tot een welvarende handelsmetropool, die bekend stond om haar jaarmarkten en wisselbanken en waar ambachtslieden profiteerden van de opdrachten voor de vele kloosters en kerken. Op het eerste gezicht dus geen voedingsbodem voor industrialisatie, temeer daar de stad opgesloten zat in een omvangrijk stelsel van vestingwerken. Maar in de buurgemeenten Deutz en Ehrenfeld verrezen wél de nodige fabrieken, die na annexatie in 1888 tot Keulen gingen behoren. Want de zware industrie was weliswaar vanwege de kolen en het ijzererts in het Ruhrgebied terechtgekomen en de textiel vanwege de goedkope arbeidskrachten in het Bergisches Land,  maar voor de ‘moderne’ industriële sectoren die daarna opkwamen – zoals die van de elektrotechniek, chemie, vervoersmiddelen en consumentenproducten – was juist de nabijheid van een Großstadt een belangrijke vestigingsfactor.

Zo ontstond in 1865 aan de overzijde van de Rijn in het stadje Deutz de allereerste motorenfabriek ter wereld. Ze kwam bekend te staan onder deze plaatsnaam en ging later ook tractoren en vrachtwagens bouwen. Ten westen van Keulen trok Ehrenfeld, gunstig gelegen aan de spoorlijn naar Aken en Antwerpen, talloze ondernemingen aan waarvan Helios de meest toonaangevende was. Deze producent van generatoren, transformatoren en gloeilampen kon zich rond 1900 meten met Siemens en AEG in Berlijn, maar ging kort daarna ten onder aan financieel wanbeleid. De oude montagehallen, met de namaakvuurtoren waarin lampen werden getest, herinnert vandaag de dag nog aan dit bedrijf, evenals het hoofdkantoor met zijn monumentale trappenhuis. Van twee machinefabrieken zijn eveneens bedrijfsgebouwen behouden gebleven en recent van een nieuwe bestemming voorzien. De Balloni-shop heeft daarbij het aangezicht van Maschinenfabrik Voss nogal geschonden, maar de wijze waarop Leuchtenfabrik Vulkan als bedrijfsverzamelcomplex een tweede leven heeft gekregen verdient alle lof.Afbeelding 2: Het industriegebied van Ehrenfeld ontstond halverwege de negentiende eeuw langs de spoorlijn Keulen-Aken.

Hoewel kunstlicht tegenwoordig als een vanzelfsprekendheid geldt is het nog maar tweehonderd jaar geleden dat de petroleumlamp met glascilinder en gloeipit uitgevonden werd. Omstreeks dezelfde tijd ontdekte men de lichtgevende eigenschap van steenkolengas, maar het duurde nog tot 1886 alvorens de kwaliteit van gaslicht door de ontwikkeling van het gloeikousje dusdanig verbeterde dat het geschikt was voor toepassing in woningen. Weliswaar had de elektrische gloeilamp toen inmiddels zijn intrede gedaan, maar door de omvangrijke infrastructuur bestaande uit gasfabrieken, -leidingen en lantaarns liet gasverlichting zich voorlopig nog niet verdringen. Een verstandig onderneming in de verlichtingsbranche bewandelde beide paden en zo ontstond in 1898 de ‘Aktien Gesellschaft für Gas und Elektricität’. Ze liet in het industriegebied van Ehrenfeld aan de Gasstraße (thans Lichtstraße) een fabriek bouwen voor de productie van lantaarns, gasinstallaties, fornuizen en verwarmingsapparaten. Omdat destijds voor veel mensen ‘gas’ nog min of meer synoniem stond voor ‘verlichting’, sprak men van een ‘Leuchtenfabrik’ hoewel het assortiment dus veel uitgebreider was. Het complex bestond uit een hoofdkantoor, poortgebouw met villa en een grote assemblagehal, de ‘Leuchtenbauhalle’. Samen met het veel grotere Helios, dat zijn kaarten wél volledig op elektriciteit had gezet, gold het industriegebied van Ehrenfeld in die dagen als een toonbeeld van moderniteit en innovatie. Helaas was deze bloeiperiode van korte duur, want door de liquidatie van Helios in 1905  was ook de ‘AG für Gas und Elektricität’ gedwongen om een andere strategie te kiezen.Afbeelding 3: In het ‘Sozialgebäude’ van Vulkan AG bevonden zich de badgelegenheid, kleedruimte en kantine voor het personeel. Nu zijn er kantoorruimtes in ondergebracht.

In 1909 fuseerde het bedrijf met de ‘Rheinischen Vulkan Chamotte und Dinaswerke GmbH’ tot de ook nu nog bestaande ‘Vulkan AG’. Vanaf die tijd ging men verder als machinefabriek voor de bouw van gietinrichtingen voor ijzer, staal en overige metalen. Het vuurvaste bekledingsmateriaal voor deze ovens, de zogenaamde ‘chamottestenen’, werd geleverd door de chamottefabriek bij de kleigroeve in Niederdollendorf aan de Rijn. Ook apparaten voor de verpulvering van steenkolen, cokes, gesteenten en mineralen gingen tot het nieuwe assortiment behoren. Het complex werd uitgebreid met een Sozialgebäude, een personeelsgebouw dat voorzien was van een sierlijk torentje, en een machinebouwhal met sheddak. Later werd de Leuchtenbauhalle toch weer in gebruik genomen, maar dan voor de vervaardiging van lantaarnpalen met elektrische verlichting. Wat aanvankelijk bedoeld was om de gieterij van de machinefabriek volledig te benutten, ontwikkelde zich tot een levensvatbare bedrijfsactiviteit. Een opdracht voor de straatverlichting van de Keulse Rijnkade leverde veel publiciteit op en nieuwe technische ontwikkelingen op het gebied van professionele verlichting werden nagevolgd, of kwamen zelfs binnen het eigen bedrijf tot stand. Uiteindelijk was het voortbestaan van het bedrijf hieraan te danken, aangezien de machinebouw door de neergang van steenkolenwinning en zware industrie nog maar weinig perspectief had, terwijl de vraag naar verlichtingsinstallaties voor de openbare ruimte en bedrijfsgebouwen onverminderd bleef. Zo kon de lichttraditie in Ehrenfeld, zij het op kleine schaal, worden behouden tot 1994. Sindsdien bestaat Vulkan enkel nog als merknaam van armaturen en installaties, die tegenwoordig in Hannover geproduceerd worden.

Kort na de eeuwwisseling startte de herontwikkeling van het complex, waarvan een viertal gebouwen in 1986 de monumentenstatus had gekregen. In eerste instantie zag het er naar uit dat de Keulse hogeschool voor de kunsten er haar intrek in zou nemen, maar deze organisatie zag daar van af in verband met de hoge saneringskosten. Er kwam vervolgens een nieuwe onderneming tot stand, de ‘Vulkan Grundstücksgesellschaft’, die in 2001 het terrein van ruim twee hectare met zijn gebouwen overnam om het als bedrijfsverzamelcomplex voor startende ondernemingen op het gebied van communicatie, informatietechnologie en wetenschap te revitaliseren. Het poortgebouw met de fabrikantenvilla, het personeelsgebouw met de toren, de assemblagehal en de machinebouwhal werden één voor één gerestaureerd en geschikt gemaakt voor de verhuur. Hoewel in twee fasen gebouwd vormen ze toch een eenheid door het gebruik van rode baksteen, afgewisseld door decoraties van gele exemplaren. De machinebouwhal, die nog over zijn originele kraanbaan beschikt, is in gebruik bij een evenementenbureau dat er tentoonstellingen, bijeenkomsten en feesten organiseert. In het ‘Sozialgebäude’ bevonden zich de voorzieningen voor de werknemers: badgelegenheid en kleedruimtes op de begane grond, een kantine op de eerste- en de kantoren van de personeelsfunctionarissen op de tweede verdieping. Nu heeft het volledige gebouw een kantoorfunctie. De ‘Leuchtenbauhalle’, waar eens de lantaarnpalen geassembleerd en gelakt werden, dient tegenwoordig als film- en videostudio. In de kleinere ruimtes zijn kantoorunits gecreëerd die aan enkele bureaus verhuurd worden.Afbeelding 4: Tot 1994 zijn er in de ‘Leuchtenbauhalle’ straatlantaarns en verlichtingsinstallaties geassembleerd. Na de eeuwwisseling is de hal dienst gaan doen als film- en videostudio.

Opgericht in 1885 behoorde Maschinenfabrik Voss, gelegen in de directe nabijheid van het treinstation van Ehrenfeld, tot de pioniers uit de beginjaren van dit industriegebied. Men vervaardigde er onderdelen voor stoommachines, zoals regulatoren voor toerental en stoomdruk, en beschikte zelfs over patenten op dat gebied. Na de eeuwwisseling breidde het assortiment zich uit met zuiggasmotoren, pompen en compressoren, weer later kwamen daar ook liften, elektromotoren en hijskranen bij. Uiteindelijk specialiseerde Voss zich nog vóór de oorlog in de bouw van hijskranen voor bijzondere toepassingen en werd daar marktleider in. De langgerekte fabriekshallen lagen ingeklemd tussen de Eisenbahnstraße en Jakobstraße (tegenwoordig Ehrenfeldgürtel en Hansemannstraße) en liepen evenwijdig aan de rangeersporen die aansloten op de spoorlijn Keulen-Aken (toen nog op maaiveldniveau gelegen). Aan de Eisenbahnstraße bevond zich de fabrikantenvilla en een groot, langgerekt voorplein dat toegang verschafte tot de bedrijfsgebouwen voor zowel personeel als goederen. Als gevolg van de luchtbombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog liep het complex zware schade op. Bij de wederopbouw maakte men van deze gelegenheid gebruik door amper de helft van de gebouwen te herstellen en na afbraak de rest van het terrein te verkopen aan andere ondernemingen. Tot 1990 zijn er nog hijskranen gebouwd, maar het werken op klantspecificatie in plaats van seriebouw maakte het bedrijf in toenemende mate kwetsbaar, zodat het uiteindelijk opging in de onderneming Stalvoss GmbH en de productie verplaatst werd naar het industrieterrein van Keulen-Kalk.Afbeelding 5: De voormalige Maschinenfabrik Voss, gezien vanaf de Ehrenfeldgürtel. De voorgevels van de langgerekte machinebouwhallen zijn nog herkenbaar achter de weinig tot de verbeelding sprekende ingangspartij van de Balloni-shop.

Korte tijd later nam de firma Balloni de drie nog resterende bedrijfshallen over om er haar sterk groeiende activiteiten in onder te brengen. Het was een initiatief van twee studenten die in de jaren zeventig ballonnen gevuld confetti  gingen verkopen om hun opleiding te kunnen betalen. Dat liep in carnavalsstad Keulen zo goed, dat ze hun business uitbreidden tot feest- en geschenkartikelen en daarnaast ook een evenementenbureau begonnen. In 1996 onderging de grote machinebouwhal een grondige renovatie, waarbij men met name de lichtinval sterk verbeterde door extra vensters in het dak en de gevels aan te brengen. Onder de naam ‘Balloni-shop’ werd dit de winkelruimte van het bedrijf. Twee jaar later werden ook de twee naastgelegen hallen onder handen genomen, die daarna tot evenementenruimte bestemd werden. De hiervoor benodigde keuken bracht men samen met de entree onder in een aanbouw aan de Ehrenfeldgürtel. Deze toevoeging, bestaande uit veel glas en aluminium en met een structuur die geen historische oorsprong heeft, doet helaas ernstige afbreuk aan de uitstraling van het complex.Afbeelding 6: Aan de achterzijde van de grote machinebouwhal is een binnenplaats gecreëerd.