Apeldoorn

Apeldoorn (2)

Afbeelding 1: Luchtopname van het industriecomplex in 1961 met de Zwitsalfabriek (1), het extractiegebouw (2), bolkaf-magazijn (3), ketelhuis (4), kantoorgebouw (5), losplaats (6), balenopslag (7) en Apeldoorns Kanaal (8). De palen op de voorgrond maakten onderdeel uit van een transportband waarmee de afgewerkte bolkaf gestort werd voor afvoer als meststof.

Gelegen aan de rand van de Veluwe is Apeldoorn niet meteen een stad die men met industrie associeert, en zeker niet met de chemie. Toch was er al bijna twee eeuwen geleden het besef dat er bedrijvigheid tot stand moest komen en groef men in 1825 een kanaal om de bereikbaarheid te verbeteren. De weinige ondernemers die er waren zagen dit met lede ogen aan, want zij hielden zich overwegend met papierproductie bezig en zagen iedere verandering van de waterhuishouding als een bedreiging voor hun papiermolens. Die vrees bleek ongegrond, en menige molen groeide uit tot een papierfabriek, maar afgezien van wat agro-industrie bleef het daar wel bij. En ook apotheker Cornelis Jansen had geen grootindustriële aspiraties toen hij in 1920 naar Zwitsers recept zalf ging samenstellen en later codeïne en morfine aan zijn productenpakket toevoegde. Een bescheiden fabriekspandje volstond, tot hij de kracht van het reclamewapen ontdekte. Door zijn zalf onder de naam ‘Zwitsal’ aan te bevelen voor het tere babyhuidje en de blikjes te voorzien van een vrolijk kinderkopje met krulletje kreeg de verkoop groeistuipen, die verhuizing naar een nieuwe locatie noodzakelijk maakte. Zo verrees vanaf eind jaren veertig aan het kanaal een industriecomplex, waar tot 2011 de heilzame smeersels en weldadige lotions in zachtgele verpakking van de band rolden. Na aankoop door de gemeente kreeg het terrein onder de naam ‘Zwitsal Apeldoorn’ een nieuwe bestemming als broedplaats voor vernieuwend ondernemerschap met daarnaast veel ruimte voor ‘maken, spelen, beleven en wonen’.Apeldoorn (6)Afbeelding 2: Het logo waaronder Zwitsal ook vandaag de dag nog bekend is.

Jansen was nog in opleiding toen hij tijdens een stage bij een apotheker in Sankt Gallen de verzachtende werking van de Zwitserse zalf aan den lijve ondervond. Het verhaal wil dat hij na een lange bergwandeling met pijnlijke voeten te kampen had en dankzij de bewuste zalf hier snel van bevrijd was. Zijn leermeester stelde hem het recept ter beschikking om het in eigen land voor zijn patiënten te kunnen bereiden. Daartoe nam hij in 1920 het laboratorium van apotheker Bonnema aan de Floralaan in Apeldoorn over en ging zich presenteren als ‘Nederlandsche Fabriek van Pharmaceutische Producten v.h. Bonnema’. Aanvankelijk bracht hij de zalf nog onder de merknaam ‘Zwitsersche Balsem’ op de markt, maar vanaf 1928 verving hij dit door de samentrekking ‘Zwitsal’. Het kruis van de Zwitserse vlag diende als logo, niet alleen vanwege de herkomst van de zalf, maar ook omdat dit kruis door het werk van Henri Dunant ook toen al onlosmakelijk verbonden was met medische zorg. Pas toen hier protest tegen kwam omdat Jansen geen medische- maar verzorgingsproducten verkocht, koos hij voor een ander logo en liet zich daarbij inspireren door de beeltenis van zijn negen maanden oude dochtertje Mieke. Om aan de stijgende vraag te kunnen voldoen kreeg de Apeldoornse architect Chris ten Tuynte opdracht om aan de Deventerstraat een fabriekspandje te ontwerpen, dat daar ook nu nog staat en een bedrijfsverzamelgebouw is geworden voor organisaties op het gebied van zorg, welzijn, personeelszaken, advocatuur en advies. Ten Tuynte moet goed werk hebben geleverd, want na de oorlog mocht hij ook het nieuwe complex aan het Apeldoorns Kanaal tekenen en trad hij toe tot de raad van commissarissen nadat het bedrijf in een NV was over gegaan.Apeldoorn (3)Afbeelding 3: De Zwitsalfabriek voor babyverzorgingsartikelen met zijn opvallend gebogen daken biedt tegenwoordig onderdak aan kringloopwinkel Foenix met horecagelegenheid.

Het gebied stond al van oudsher bekend als De Vlijt en had voordien ook al wat bedrijvigheid gekend. Het water dat hier via een beek, de Grift, vanaf de Veluwe naar de IJssel stroomde dreef er sinds 1434 de Vlijtsemolen aan, die in eerste instantie lijnolie maar vanaf de zestiende eeuw papier produceerde. Later bouwde men er ook nog een kopermolen en de koperpletterij die daaruit voortkwam maakte tot 1926 nog gebruik van waterkracht. Daarna werd de Grift overkluisd en de Vlijtseweg aangelegd om het als industrieterrein, naast een vaarverbinding via het Apeldoorns Kanaal, ook een goede ontsluiting voor het wegverkeer te geven. Verkeersweg en kanaal waren in 1947 bepalend voor de inrichting van het complex, want terwijl Ten Tuynte de representatieve gebouwen aan de straatzijde (west) plande, kwamen de productiegebouwen met chemische installaties aan de kanaalzijde (oost) te liggen. Daarnaast bracht hij een tweedeling aan tussen enerzijds een fabriek voor babyverzorgingsproducten (Zwitsal) aan de noordzijde en anderzijds een fabriek voor alkaloïdenproductie  (VPF) aan de zuidzijde. De scheiding hiertussen bestond uit een centraal gelegen fabrieksstraat die de hoofdas van het complex vormde. Niettemin zijn de gebouwen een architectonische eenheid, uitgevoerd in een combinatie van modernisme en traditionalisme met expressieve details. Alle gebouwen kregen gevels van baksteen in Noors verband, donker bruin voor de plinten en geel voor het opgaande muurwerk, met daarin modernistisch aandoende stalen ramen. Voor daklijsten en vensterdorpels maakte hij gebruik van natuursteen als het om representatieve gebouwen ging en van beton om kosten te besparen bij de productiegebouwen. Het kantoorgebouw naast de hoofdentree vormde het visitekaartje van het bedrijf, met een monumentale bordestrap naar de ingang en een sierlijk gebogen gevel. Dochter Mieke, inmiddels een jongvolwassen vrouw, mocht er in 1951 de eerste steen voor leggen. Toen het centrale ketelhuis in 1960 vanwege de toenemende behoefte aan proceswarmte richting de Vlijtseweg moest worden uitgebreid, ontwierp Ten Tuynte hiervoor een gebouw met een chique uitstraling door het aan de straatzijde van een grote raampartij te voorzien en een vijver met fontein aan te leggen.Apeldoorn (1)Afbeelding 4: Het extractiegebouw waar morfine en codeïne uit bolkaf werd gewonnen was in 1947 het eerste productiegebouw van het complex.

In de beginjaren vormde het kanaal nog de belangrijkste aan- en afvoerroute van grondstoffen en producten. Hier waren loodsen, laad- en losplaatsen en aanvoerpijpen voor brandstoffen en oplosmiddelen. In volume het meest omvangrijk was het zogenaamde ‘bolkaf’, ofwel de zaadbollen van de papaverplant, waarvan het melksap na droging opium opleverde: een mengsel van alkaloïden waaruit vervolgens doormiddel van extractie codeïne en morfine werd gewonnen. De pijnverdovende en slaapopwekkende werking van opium was gedurende de negentiende eeuw in Europa doorgedrongen. Opium opgelost in alcohol stond bekend onder de naam laudanum, maar kwam na de eeuwwisseling onder wettelijke controle nadat het verslavende effect reeds vele levens had verwoest. Volgens de Nederlandse opiumwet van 1919 was enkel medicinaal gebruik nog toegestaan en daartoe moest de opium gescheiden worden in het slaapmiddel codeïne en de pijnstiller morfine. Dit proces bestond uit het vermalen van de bolkaf tot een poeder, waaruit beide stoffen met behulp van oplosmiddelen geëxtraheerd werden. Ook het residu bracht als meststof nog geld op. Op een enorme wandschildering in de kantine van het complex is dit productieproces van papaver tot medicijn nog altijd te zien. De opslag van de bolkaf nam veel ruimte in en zelfs nadat men er in 1960 een grote loods voor had gebouwd (vanwege de drie zadeldaken ook wel ‘De Drieslag’ genoemd) kwam het nog regelmatig voor dat het buiten moest worden opgeslagen als grote balen onder witte plastic zeilen (de Iglo’s).Apeldoorn (5)Afbeelding 5: Het eerste ketelhuis uit 1947. Na buitendienststelling werd de schoorsteen in hoogte gehalveerd.

Een jaar na het terugtreden van Cornelis Jansen in 1964 fuseerde zijn onderneming met het farmaceutische bedrijf Organon uit Oss, dat op haar beurt later weer opging in het chemieconcern AKZO. In datzelfde jaar overleed huisarchitect Ten Tuynte en de uitbreidingen die sindsdien plaatsvonden, voornamelijk aan de noordzijde van het complex, zijn duidelijk te onderscheiden door hun afwijkende bouwstijl. Het gaat dan om de aërosol-fabriek voor spuitbussen en Boldoot-fabriek voor Eau de cologne die in de jaren zeventig gebouw werden. Laatstgenoemde activiteit was door de fusie met Organon naar Apeldoorn gekomen, maar had haar historische wortels in Amsterdam. Daar was het bedrijf opgericht in 1789 door de apotheker Jacobus Cornelis Boldoot, die o.a. reukwater verkocht. Een eeuw later sloot het een overeenkomst met het Keulse 4711 om de formulering van Eau de cologne in zeep en cosmetische producten te kunnen verwerken.  In 1961 kocht Organon het op en verplaatste de productie van Amsterdam naar Apeldoorn. Met de verkoop van Organon door AKZO in 2007 ging ook het Apeldoornse complex in andere handen over. Maar zowel Schering Plough als MSD, dat Organon in 2009 weer overnam, hadden geen interesse in de fabriek die dan ook twee jaar later al gesloten werd. De babyproducten worden nog altijd geproduceerd, maar nu door levensmiddelenconcern Unilever dat Zwitsal aan haar merkencollectie heeft toegevoegd.Apeldoorn (4)Afbeelding 6: Het tweede ketelhuis uit 1960 met representatieve gevel en voortuin met vijver.

Inmiddels hebben een aantal nieuwe ondernemers bezit genomen van de voormalige fabrieksgebouwen en kantoren. Zo hebben in het ketelhuis de stookketels plaatsgemaakt voor de brouwketels van bierbrouwerij De Vlijt, die er haar Veluwse Schavuyt produceert en in een proeflokaal serveert. Theaterschool en evenementenbureau Tim Koldenhof huist in de oude kantine, kringloopwinkel Foenix in de Zwitsalfabriek, trampolinecentrum Bounz in het bolkaf-magazijn en skatepark Real-X in de aërosol-fabriek.  Met de aanleg van een fietspad over het terrein heeft de gemeente Apeldoorn ook dit deel van haar kilometerslange kanaalzone voor recreatief gebruik toegankelijk gemaakt.