Berlijn

Hoewel de uitvinding van de grammofoon meestal wordt toegeschreven aan Edison, was het Emiel Berliner die er een muziekapparaat van maakte. Toepasselijk genoeg stond  een van de fabrieken waarin Philips platenspelers produceerde in Berlijn. Al in de jaren twintig streek Philips neer in de stad van haar grote concurrenten Siemens, AEG, Telefunken en Osram, maar de oorlog leek hieraan een einde te maken. Dankzij doorzettingsvermogen en doortastendheid van haar Duitse medewerkers werd echter al in 1945 de productie weer op gang gebracht en onder de moeilijke omstandigheden van de blokkade van 1948 voortgezet. Dit was vooral te danken aan Graf Theodoor von Westarp die als directeur van de Allgemeine Deutsche Philips GmbH, kortweg ‘Alldephi’, weer een bloeiend bedrijf wist te maken. Zo liet hij een twintig meter lange autobus door heel Duitsland rijden om in een reizende tentoonstelling de Philipsproducten onder de aandacht te brengen.

Tempelhof (1)Afbeelding 1: De voormalige fabriek van Philips in de Franklinstrasse, waar kort na het einde van de oorlog de productie onder primitieve omstandigheden werd hervat.

Toen het voortbestaan van Alldephi eenmaal verzekerd was kon in het stadsdeel Tempelhof een modern fabrieksgebouw worden opgetrokken in een stijl die representatief is voor de industriearchitectuur uit deze dagen. Het betonnen sheddak van het type Zeiss-Dywidag en de zaagtandmuren met Luxferprisma’s zijn daar de belangrijkste kenmerken van. Grammofoons in onderscheidend design die Philips voortbracht waren de Porteldisc, ook wel hoedendoos genoemd, en de Mignon, die zich uitstekend leende voor inbouw in personenauto’s.

Tempelhof (2)Afbeelding 2: Assemblage van koffergrammofoons in de nieuwe fabriek, rond 1957.

Naast de productie van deze platenspelers waren het vooral de platenwisselaars voor jukeboxen die de Berlijnse Philipsfabriek voor export naar vele landen produceerde. Na sluiting laat een duurzame herbestemming van de fabriek nog op zich wachten, maar door tijdelijk gebruik als bedrijfsverzamelgebouw onder de naam ‘Ullsteinhof’ en plaatsing op de stedelijke ‘Denkmalschutzliste’ is behoud voor de toekomst gegarandeerd. En dat Berlijn het behoud van haar industrieel erfgoed serieus neemt laat de nabijgelegen binnenhaven van Tempelhof zien. Daar hebben een voormalig veemgebouw, het fabrieksgebouw van C. Lorenz AG en de kantoorgebouwen van het beroemde uitgeefconcern Ullstein na een grondige restauratie een tweede leven gekregen. Elders in de stad herinneren Siemensstadt, de AEG-Turbinehalle,  de Osram-höfe, Haus des Rundfunks en Funkturm aan de jaren waarin deze concurrenten van Philips eveneens industriegiganten waren en Berlijn ook wel ‘Elektropolis’ werd genoemd.

Tempelhof (3)Afbeelding 3: De ‘Ullsteinhof’ in 2015, met van links naar rechts kantine, kantoorgebouw en productiehal.