Luxembourg

Luxembourg (1)Afbeelding 1: Het complex van de voormalige Brasserie Mousel & Clausen kwam rond 1880 tot stand op een plaats waar al in de middeleeuwen door Benedictijner monniken bier werd gebrouwen.

Het Luxemburgse stadsdeel Clausen geldt als de bakermat van het bier in het gelijknamige groothertogdom. Uit historisch oogpunt is zonder twijfel de Münsterabdij, gesticht in 1083, de belangrijkste locatie geweest voor het ontstaan van het bierbrouwen in Clausen. Deze abdij was niet alleen actief op religieus en spiritueel gebied, maar bezat daarnaast ook een heerlijkheid, verleende advies aan de graven van Luxemburg en beschikte over het recht om bier te brouwen. Met zekerheid is deze brouwerij de oudste die nog altijd op dezelfde plaats gevestigd is. Op een eigendomslijst van de Benedictijnerabdij uit 1511 wordt de brouwerij gesitueerd ‘nabij de Alzette en achter het slachthuis’, hetgeen betekent dat deze gelegen was binnen de muren van de latere ‘Brasseries Réunies de Luxembourg Mousel et Clausen’. Tot aan de zeventiende eeuw leidden de brouwers in Luxemburg een rondtrekkend bestaan als dagloner, waarbij ze met hun brouwsels van deur tot deur gingen. De beste brouwer verkocht doorgaans het meeste bier. De jaarlijkse productie van zo’n vakman varieerde van tien tot duizend hectoliter en als hij geluk had slaagden zeven op de tien brouwsels. De oorsprong van de eerste bieren die in opdracht van de Münsterabdij gebrouwen werden ligt echter al rond 1300. De Benedictijner monniken oogsten het benodigde gerst op hun akkerlanden en gingen er later ook toe over om de hop voor hun brouwsels zelf te verbouwen. Voor het vermalen van de gerst deden ze een beroep op de talrijke molens die zich destijds in de onmiddellijke nabijheid van hun abdij bevonden. In een goed jaar kon het aantal brouwsels wel tot een tiental oplopen. Jaar op jaar slaagden zij erin om de bieren te verbeteren, dankzij onophoudelijk experimenteren in de werkplaatsen van de abdij. Helaas wist deze vreedzame gemeenschap niet te ontsnappen aan de gewelddadige wispelturigheden van de geschiedenis. Tijdens oorlogshandelingen werd de abdij verwoest en de restanten kwamen later onder de slopershamer. Niets bleef er van het complex over, uitgezonderd de gebouwen dicht bij de rivier: de molens en de brouwerij. Deze bleven in gebruik voor het produceren van bier en het recht daartoe ging over in private handen. Op 17 december 1825 kwam het eigendom van de brouwerij in handen van Michel Mousel en ging na diens dood over op zijn zoon Jacques. In die periode stond de onderneming bekend onder de naam “Brasserie Française et à Vapeur Mousel-Trierweiler” en werd na het overlijden van Jacques Mousel voortgezet door diens oudste zoon Emile, die het tevens tot burgemeester van de stad Luxemburg wist te brengen. Albert Mousel, eveneens brouwer in Clausen, fuseerde in 1885 met zijn broer Emile om tot een gemeenschappelijk familiebedrijf te komen. Daarmee was “Brasserie Mousel Frères” een feit. De schaalvergroting die aan het einde van de negentiende eeuw zijn intrede deed als gevolg van de opkomst van het ondergistende bier ging niet aan Luxemburg voorbij. Om voldoende kapitaal te verkrijgen kozen ook de gebroeders Mousel voor de ondernemingsvorm van de naamloze vennootschap en zo kwam in 1911 de “Société Anonyme Brasserie de Luxembourg” tot stand. Dat dit nieuwe expansiemogelijkheden bood bleek al in 1914 toen het bedrijf de Brasserie Funck-Nouveau in het naastgelegen Pfaffenthal overnam. Andere brouwerijen die volgden waren Brasserie d’Eich (1951), eveneens in Pfaffenthal, Brasserie Gruber (1956) in Wilz en Brasserie d’Esch (1969) in Esch-sur-Alzette. De laatste grote overname in 1971 was die van Brasserie de Clausen, die op een steenworp afstand gelegen was.Luxembourg (5)Afbeelding 2: Reclameaffiche met daarop het kort daarvoor gereedgekomen brouwerijcomplex.

De geschiedenis van deze brouwerij gaat terug tot 1563 en vindt zijn oorsprong niet in religieuze maar adellijke kringen. Nadat graaf Pierre-Ernest van Mansfeld in 1543 was benoemd tot gouverneur van de vesting Luxemburg ontwikkelde hij ambitieuze plannen voor een renaissanceslot, La Fontaine geheten, buiten de muren van de stad in Clausen. Om voldoende ruimte te creëren voor de bijbehorende tuinen liet hij de Alzette verleggen en haar dal verbreden door de rotswanden te slechten. Ook de aanleg van een brouwerij maakte onderdeel uit van dit project en kon in 1563 worden afgerond. In totaal duurde de bouw zo’n veertig jaar, maar omdat deze krijgsheer een voor zijn tijd buitengewoon hoge leeftijd bereikte (87 jaar), kon hij er de laatste tien jaar van zijn leven toch nog van genieten. Daarna raakte het echter snel in verval en halverwege de zeventiende eeuw was enkel de brouwerij nog in gebruik. Deze is dan in het bezit van de Duitse Ridderorde en blijft dat tot aan de Franse revolutie. Als de orde dan gedwongen wordt om er afstand van te doen verkoopt ze de brouwerij aan Henry Thyes, wiens vader Hubert overigens al sinds 1757 pachter was. Via zijn zoon Michel en kleinzoon François komt de Brasserie Mansfeld in 1850 in handen van de bekende brouwersfamilie Funck als laatstgenoemde jong komt te overlijden en diens weduwe Odile Erdmer hertrouwt met Philippe Funck. In 1920 gaat ook dit bedrijf over in een naamloze vennootschap en staat tot de overname in 1971 bekend als Société Anonyme Brasserie de Clausen. De derde brouwerij van Clausen kwam in 1656 voort uit de mouterij die zich in de omvangrijke tuinen van het kasteel van Mansfeld bevond en deze situering bepaalde dan ook haar naamgeving: Brasserie du Parc. Verschillende brouwersgeslachten zoals Feller, Duchamps en Funck  produceerden er gedurende twee eeuwen bier, voordat het bedrijf via Albert Mousel in 1885 opging in de Brasserie Mousel Frères. Twee andere brouwerijen in Clausen, die van Scheitler en Loosé, waren slechts kortstondig actief en hebben geen tastbare sporen nagelaten.Luxembourg (2)Afbeelding 3: De brouwerij in haar nieuwe rol als evenementenlocatie.

Deze rijke bierbrouwershistorie in Clausen was aanleiding om een nieuwe bestemming te zoeken voor Brasserie Mousel et Clausen, nadat de nieuwe eigenaar Interbrew de productie in 2000 verplaatst had naar Diekirch. Dat de stad Luxemburg een toeristische trekpleister is zal daarbij ook zeker een rol hebben gespeeld. De industriële brouwerij dateert grotendeels uit de periode 1880-1883 en beschikt nog over enkele installaties uit die tijd, zoals een stoommachine van Vandenkerckhove uit Gent, een compressor van M.A.N. uit Augsburg en een ijsmachine van Linde uit Wiesbaden. Na een grondige restauratie is het complex een evenementenlocatie geworden waarvan de naam helaas weinig recht doet aan de geschiedenis: Big Beer Company. Alsof de twee talen die men in het ministaatje spreekt niet voldoende waren om tot iets beters te komen. Dat er sinds 2008 door een microbrouwerij weer op kleine schaal bier geproduceerd wordt maakt dit dan toch enigszins goed.