Zwevegem (B)

Afbeelding 1: De voormalige elektriciteitscentrale gezien vanaf de overzijde van het kanaal, met van links naar rechts de ketelhuizen uit 1913, 1926 en 1939, alsmede schoorstenen uit 1925 en 1938 en watertoren uit 1939.

Gelegen onder de rook van Kortrijk was het slechts een kwestie van tijd voordat de industrialisatie ook Zwevegem in haar greep zou krijgen. Halverwege de negentiende eeuw waren veel inwoners er al werkzaam in de huisnijverheid door de garens uit de spinnerijen van Kortrijk tot linnen te weven. Nadat het Kanaal Kortrijk-Bossuit er in 1861 was aangelegd werd het voor fabrikanten ook interessant om er zich te vestigen. Deze nieuwe vaarweg verbond de Schelde in Bossuit met de Leie in Kortrijk, waardoor de steenkool uit de Borinage voortaan deze stad over het water kon bereiken zonder omweg over Gent. Als eerste vestigde zich in 1871 een suikerfabriek langs dit kanaal in Zwevegem, maar die was slechts een kort leven beschoren. In 1884 vestigde textielondernemer Jan Raes zijn weverij ´La Flandre´ in de leegstaande gebouwen, die al snel werkgelegenheid bood aan meer dan driehonderd mensen en een reputatie opbouwde op het gebied van gordijnstoffen, tafellinnen en matrashoezen, zogenaamde ‘tijk’. De ondernemer die Zwevegem echt op de kaart zette was Leo Bekaert, en wel door in 1880 als eerste in België prikkeldraad te gaan produceren. Hieruit is een multinational voortgekomen die vandaag de dag allerlei staaldraadproducten vervaardigt en actief is in tientallen landen. Toen zich rond de eeuwwisseling elektriciteit als nieuwe energiedrager aandiende, wilden ook de ondernemers in Kortrijk en omgeving daarvan profiteren. Om de stadsbevolking nog meer overlast te besparen, viel de keuze voor vestiging van de benodigde centrale op buurgemeente Zwevegem.

Afbeelding 2: Aan de linkerzijde van het kanaal de gebouwen van weverij ‘La Flandre’ (voorgrond) en die van de elektriciteitscentrale (achtergrond).

De onderneming die daartoe was opgericht, de ‘Société de l’Electricité de l’Ouest de la Belgique’, kocht in 1911 een terrein langs het kanaal direct ten zuiden van weverij La Flandre en begon er datzelfde jaar nog met de opwekking van elektriciteit met behulp van een stoomlocomobiel. Dit geringe vermogen was net genoeg om het dorp van openbare verlichting te voorzien, waarmee het één van de eerste in het land was. Een jaar later begon de bouw van de centrale bestaande uit een ketelhuis met vier ketels van het type Babcock-Wilcox, een machinekamer met twee turbine-generatorcombinaties en een bedieningszaal met schakelborden. De benodigde steenkool werd uiteraard over het kanaal aangevoerd, dat eveneens als koelwatervoorziening diende. Tijdens de Eerste Wereldoorlog stond de centrale onder toezicht van de Duitse bezetters en raakte in 1918 slechts licht beschadigd toen deze door de geallieerden werden verdreven. In 1920 kwam de centrale in handen van de ‘Société Intercommunale Belge d’Electricité’, die meteen een uitbreidingsprogramma opstartte om aan de toenemende vraag naar elektriciteit te kunnen voldoen. Aanvankelijk beperkte dit zich tot vier ketels en één nieuwe turbine-generator-combinatie, maar al enkele jaren later volgden nog eens vier extra ketels en twee opwekkingseenheden. Omdat hiermee de koelcapaciteit van het kanaalwater ver overschreden werd, verrezen er tussen 1924 en 1928 ter aanvulling drie koeltorens op het terrein.

Afbeelding 3: Luchtopname van de centrale uit het begin van de jaren vijftig met daarop zichtbaar de kolenbunker aan de kanaalkade (1), de ketelhuizen uit 1913 (2), 1926 (3) en 1938 (4), turbinehal (5), het administratiegebouw (6). de koeltorens (7), watertoren (8) en transformatoren (9).

Om de roetoverlast voor omwonenden te beperken liet de ‘Société’ in 1925 een hoge schoorsteen bouwen. Maar dat was onvoldoende, zo bleek een jaar later, toen er vele tientallen protestbrieven op het gemeentehuis werden bezorgd tegen de volgende reeks uitbreidingsplannen van de centrale. Veel last van de roetuitstoot hadden vooral de bewoners van een rijtje huizen aan de overkant van het kanaal, omdat zij vanwege de overheersende westenwinden de volle laag kregen. In de volksmond ging dit woonblok daarom het ‘bittereke’ heten, een samentrekking van de lokale uitdrukking ‘bitter’  voor roet en ‘reke’ voor een huizenrijtje. Ze werden daarom hoofdzakelijk bewoond door jong-gehuwden die dringend behoefte hadden aan een woning en ze zo snel mogelijk weer verlieten als er op een gezondere plaats woonruimte beschikbaar kwam. Op warme zomerdagen verkoeling zoeken in het kanaal – zoals elders vaak de gewoonte – was in Zwevegem niet aan de orde vanwege de lozing van heet water uit de centrale. Toen er zich in juni en juli 1941 kort na elkaar twee hittegolven voordeden met in totaal tien tropische dagen, ontstond het initiatief tot de aanleg van een zwembad. Daartoe werden de teerputten geleegd en via het pomp- en filterhuis van de centrale gevuld met schoon water. Op 10 juli, toen de tweede hittegolf op haar hoogtepunt was, kon hierin de eerste duik worden genomen. De centrale was toen inmiddels bijna dertig jaar operationeel en haar personeelsbestand was opgelopen van tweehonderd tot bijna duizend werknemers. Voor velen van hen was het werk weliswaar zwaar en vuil, maar het energiebedrijf stond bekend als een betrouwbare werkgever die haar mensen goede sociale voorzieningen bood.

Afbeelding 4: Onderhoudswerkzaamheden aan één van de turbines.

Op wat lichte schade na, opgelopen tijdens een luchtbombardement in 1942, bleef de centrale tijdens de Tweede Wereldoorlog gespaard en zette haar belangrijke rol in de elektriciteitsvoorziening van de provincie West-Vlaanderen daarna voort. In 1948 bereikte het opgewekte vermogen met 56 MW haar hoogtepunt. Vanaf 1946 ging de centrale ook stoom leveren voor de verwarming van de naastgelegen weverij ‘La Flandre’, in 1948 gevolgd door de fabriek van ‘Bekaert’. Tijdens de wederopbouwjaren vertoonde de vraag naar elektriciteit weer een ongekende groei en omdat de centrale door gebrek aan ruimte en koelcapaciteit nauwelijks uitgebreid kon worden, viel het besluit om elders een nieuwe te gaan bouwen. De keuze viel daarbij op het dorpje Ruien, dat met zijn ligging aan de Schelde wél voldoende koelwater kon leveren. Nadat deze in 1958 gereed was gekomen werd Zwevegem gedegradeerd tot reserve-eenheid. Om de exploitatie te vereenvoudigen maakte men de ketels geschikt voor verhitting met stookolie en de opgewekte stoom werd door de jaren heen aan steeds meer bedrijven in de omgeving geleverd voor verwarming en productieprocessen. Deze rol heeft de centrale nog tot 2001 vervuld, waarna in 2004 verkoop aan de gemeente Zwevegem volgde.

Afbeelding 5: In het voormalige administratiegebouw worden kantoorruimtes verhuurd.

Op de koeltorens na bleef vrijwel het gehele complex behouden en is onder de naam ‘Transfo’ ruimte gaan bieden aan evenementen, kunst & cultuur en recreatie & avontuur. Deze naam verwijst enerzijds naar de ‘transformatoren’ die eens de schakel vormden tussen de centrale en het hoogspanningsnet, anderzijds naar de ‘transformatie’ die het complex na haar buitendienststelling heeft ondergaan. Grootpublieksevenementen vinden regelmatig plaats in de voormalige turbinehal, waarvan de technische uitrusting grotendeels bewaard is gebleven. In het transformatorgebouw zijn hiervoor de benodigde horecafaciliteiten ondergebracht. Op het jaarlijkse muziekfestival ‘Voltage’ komen sinds 2015 echter zoveel mensen af dat het op het buitenterrein in de open lucht plaats vindt. In de categorie ‘avontuur’ is de grootste olietank omgebouwd tot een duikbassin met een inhoud van dertienduizend kubieke meter en is één van de ketelhuizen ingericht met een klimwand en touwenparcours. En voor wie dat nog niet voldoende spanning biedt zijn er ook nog enkele onvermijdelijke escape-rooms voor handen. In het kader van de educatie worden regelmatig rondleidingen verzorgd, waarbij de energieopwekking uit het verleden in hedendaags perspectief wordt geplaatst. Ondernemers kunnen kantoorruimte huren in het voormalige administratiegebouw en de noordzijde van het terrein zal ontwikkeld worden tot residentiële zone met grondgebonden woningen en appartementen.

Afbeelding 6: De turbinehal biedt tegenwoordig ruimte aan feesten en evenementen.