Afbeelding 1: Op de lanceerbasis van Peenemünde vonden tijdens de Tweede Wereldoorlog testen plaats met de V2-raket (links) en V1-vliegendebom (midden). Op de achtergrond de energiecentrale die de elektriciteit opwekte voor dit onderzoekscentrum.
Toen op 3 oktober 1942 een raket voor het eerst in het heelal wist door te dringen, had dat een mijlpaal in de geschiedenis van de mensheid moeten zijn. Maar dat was het niet. Integendeel, achteraf kon men beter van een dieptepunt spreken. Want deze raket moest even later weer terug keren in de dampkring en honderden kilometers verderop bij contact met de aardbodem dood en verderf zaaien. De locatie van deze doorbraak in de ontwikkeling van de rakettechnologie was Peenemünde op het Oostzee-eiland Usedom. Ten tijde van het nationaalsocialistische regime ontstond hier een van de modernste onderzoekscentra en tegelijkertijd grootste bewapeningsprojecten ter wereld. De hier ontwikkelde V2-raket geldt sindsdien als de voorloper van de huidige militaire langeafstandswapens en civiele ruimtevaartraketten. Broedplaats voor massavernietigingswapens of bakermat van de civiele ruimtevaart? Deze vraag wordt niet uit de weg gegaan in het Historisch-Technische Informatiecentrum dat gewijd is aan het duistere verleden van deze rakettenbasis. Het is gevestigd in de voormalige energiecentrale, het enige grote gebouw van het complex dat behouden is gebleven. Hier werd de elektriciteit opgewekt die nodig was voor alle installaties, met name voor die waarin de benodigde vloeibare zuurstof gemaakt werd. Toen in 1945 Duitsland verslagen was en dit deel van het land als Duitse Democratische Republiek (DDR) binnen de Russische invloedsfeer kwam te liggen, kwam het opmerkelijk genoeg niet tot volledige ontmanteling van de centrale. Sterker nog, die werd enkele jaren later weer operationeel gemaakt en bleef dat tot na de val van de Berlijnse Muur in 1990.
Afbeelding 2: Overzichtskaart van de raketlanceerbasis met al haar faciliteiten op het Oostzee-eiland Usedom, dat enkel door smalle Peenestrom van het vaste land gescheiden wordt.
Oorspronkelijk was Peenemünde slechts een klein vissersdorpje, waaraan vandaag de dag alleen nog maar een kleine kapel herinnert. In 1936 was het gedaan met de rust toen de Duitse legerleiding besloten had dat op deze plaats raketten ontwikkeld moesten gaan worden. Binnen enkele maanden werden toen over een oppervlakte van vijfentwintig vierkante kilometer spoorlijnen, laad- en losperrons, verkeerswegen en drie havenbekkens aangelegd. Twee jaar later was dit al uitgegroeid tot enerzijds ‘Heeresversuchsanlage Peenemünde’ van de Wehrmacht en anderzijds ‘Erprobungsstelle Peenemünde-West’ van de Luftwaffe. Op laatstgenoemde basis werd de vliegende bom Fieseler Fi 103 uitgetest, die tijdens de Tweede Wereldoorlog bekend kwam te staan als ‘Vergeltungswaffe-1’, of kortweg V1. Het leger liet er zijn ‘Großrakete Aggregat A4’ ontwikkelen, die in de Nazipropaganda al gauw Vergeltungswaffe-2 (V2) genoemd ging worden. Het zenuwcentrum van dit project was ‘Prüfstand VII’ waar het onderzoeksteam onder leiding van de jonge natuurkundig ingenieur Wernher von Braun in oktober 1942 met een vlekkeloze lancering van zo’n V2 één van de meest succesvolle technische doorbraken van de twintigste eeuw bereikte. De prijs hiervoor werd betaald door duizenden concentratiekampgevangenen, dwangarbeiders en krijgsgevangenen die in Peenemünde en de plaatsen waar de massafabricage plaatsvond, tewerkgesteld werden. Weliswaar had men in Peenemünde zelf al voorbereidingen voor serieproductie getroffen, maar deze waren na een zwaar bombardement door de Royal Air Force in de nacht van 18 augustus onbruikbaar geworden. De productielijnen werden vervolgens in korte tijd naar onderaardse fabrieken in het Harz-gebergte verplaatst. Alleen de kwaliteitscontrole vond daarna nog in Peenemünde plaats, waarna de raketten direct naar de lanceerinrichtingen van de Wehrmacht getransporteerd werden. Tot aan de ontruiming van Heeresversuchsanlage Peenemünde op 21 februari 1945 zijn er in totaal 282 lanceertesten uitgevoerd, terwijl het aantal geproduceerde V1- en V2-wapens respectievelijk 22.000 en 3000 bedroeg. Na de bezetting door het Rode Leger op 4 mei 1945 werden de installaties gedemonteerd en naar de Sovjetunie vervoerd. Russische marine- en luchtmacht-troepen bleven tot 1952 gestationeerd in Peenemünde, waarna eenheden van de DDR-strijdkrachten – Nationale Volks Armee geheten – er nog tot 1990 hun basis hadden. In 1993 werd uiteindelijk de militaire status opgeheven.
Afbeelding 3: Foto van de centrale tijdens de oorlogsjaren met de luchtbrug (1) voor aanvoer van de steenkool naar de silo’s (2), het ketelhuis (3), de turbinehal (4), de schakelzaal (5) en het filterhuis (6).
De bouw van de energiecentrale werd door de legerleiding onder de codenaam ‘KWP 327’ bij Siemens-Schuckert AG in opdracht gegeven. Deze onderneming zou alle opwekkingseenheden leveren en deze in een gebouwencomplex aan de hoofdhaven van Peenemünde installeren. Hoewel het officiële startschot op 6 december 1939 werd gegeven, begon de daadwerkelijke bouw pas na de strenge winter van 1940. Oorspronkelijk waren twee identieke ‘Kraftwerke’ van 55 MW gepland, maar uiteindelijk zou er maar één gerealiseerd worden. Over de Peenestrom kon de benodigde steenkool per vrachtschip naar de haven getransporteerd worden, van waar een tweehonderd meter lange transportband de kolen naar een breker voerde om ze te verpulveren voor een efficiënte verbranding. Via een tweede transportband door een hellende luchtbrug kwam de brandstof via de nok van het gebouw in vier silo’s met ieder een capaciteit van tweehonderd ton terecht. Van daar uit werden de vier ketels van het type Babcock gevoed, die voldoende stoom produceerden om via turbines en generatoren een gezamenlijk vermogen van 30 MW op te wekken. In een filterhuis werd het water uit de Peenestrom geschikt gemaakt voor koeling. Het opgewarmde koelwater werd enerzijds geloosd op het havenbekken om dit onder winterse omstandigheden ijsvrij te houden. Anderzijds diende het voor de verwarming van de dienstgebouwen en onderkomens op het complex. In het schakelhuis waren niet alleen de bedieningspanelen en kabelbundels ondergebracht, maar bevonden zich ook de kantoren van de bedrijfsleiding. Schakelpanelen bevonden zich echter ook in een bunker op geruime afstand van het gebouw, zodat tijdens bombardementen de elektriciteitsvoorziening van daar uit veilig kon worden voortgezet.
Afbeelding 4: Werkzaamheden ter uitbreiding van de elektriciteitscentrale in de jaren vijftig.
In juni 1942 werd de centrale in bedrijf gesteld. Maar liefst 22 MW vermogen werd geleverd aan de installaties waarin doormiddel van koeling zuurstof in vloeibare toestand uit lucht werd afgescheiden voor de voortstuwing van de raketten. Zoals gezegd bleef de centrale operationeel na bezetting van de basis door het Rode Leger. Dat was mogelijk omdat de bedrijfsleiding geen gehoor had gegeven aan het militaire bevel om de centrale op te blazen bij nadering van de vijand. Die liet in augustus 1945 één opwekkingseenheid demonteren en naar de Sovjetunie afvoeren als herstelbetaling. Daar bleef het bij, omdat er ondertussen al zoveel Russische militairen op de basis gestationeerd waren, dat het resterende vermogen bitter hard nodig was. Dat laatste gold trouwens ook voor de nabijgelegen stad Wolgast, die voor haar energievoorziening volledig afhankelijk was van de centrale. In de jaren vijftig volgde een uitbreiding om aan de groeiende elektriciteitsvraag te kunnen voldoen en werd Kraftwerk Peenemünde ook op het hoogspanningsnet van de DDR aangesloten. Na buitendienststelling op 1 april 1990 ontstonden al direct ideeën om het gebouw te benutten als herinneringscentrum voor het bijzondere oorlogsverleden van Peenemünde. Gezien de hoge saneringskosten die daarmee gemoeid waren duurde het tot 2010 voordat deze een aanvang namen. Twee jaar later was duizend vierkante meter geschikt gemaakt om een permanente tentoonstelling te huisvesten. Deze werd op 27 april 2012 als Historisch-Technisches Museum Peenemünde geopend. De voormalige turbinehal deed al sinds 2002 dienst als evenementenlocatie, onder andere voor concerten van het Usedomer Muziekfestival.
Afbeelding 5: Dwarsdoorsnede op ware grootte van een opwekkingseenheid bestaande uit een turbine (rechts) en generator (links).
Tegenwoordig herbergt het reusachtige gebouw, dat het grootste industriële monument van de deelstaat Mecklenburg-Vorpommern is, een grote collectie aan documenten, films, objecten en replica’s die een beeld geven van het dagelijks leven van de ingenieurs, technici en dwangarbeiders die hier werkten. Het toont daarmee tevens de uitwerking van een duivelspact tussen krijgsbedrijf en wetenschap. De opgedane kennis en ervaring werd door de geallieerden buit gemaakt en de experts werden gedwongen om hier hun medewerking aan te verlenen. Peenemünde bleek achteraf gezien nog maar het prille begin van een spectaculaire ontwikkeling die tot op de dag van vandaag voort duurt. Daarom geeft het museum een overzicht van de civiele- en militaire rakettechnologie. In de buitenlucht rondom de centrale zijn gevechtsvliegtuigen, helikopters en raketonderdelen te bezichtigen. In het havenbekken ligt zelfs een oorlogsschip met raketlanceerinrichtingen van de NVA. Grote delen van het voormalige militaire gebied zijn overigens ook nu nog verboden terrein vanwege de vele munitieresten die er nog liggen. Toch is het mogelijk om een wandelroute van tweeëntwintig kilometer te lopen langs dertien plaatsen die een rol speelden in het militaire verleden van Usedom, zoals de restanten van de fabriek voor vloeibare zuurstof. Bij de ingang van het museum bevindt zich een replica van een V2-raket. Op het verloop van de oorlog had dit wapen geen invloed meer. Wél ging het symbool staan voor de perversiteit van het nationaalsocialistische regime. Zo kostte de productie alleen al aan ruim twintigduizend mensen het leven, wat meer is dan de V2 in 1944 en 1945 aan slachtoffers maakte in België, Frankrijk en Groot-Brittannië. Aan het einde van de tentoonstelling betreden de bezoekers een donkere ruimte met een lichtkegel die op een berg schroot schijnt. Hiermee wordt verbeeld dat het onheil, dat eens van Peenemünde uitging er ook weer is teruggekeerd. Het staat niet enkel symbool voor wat er in Peenemünde gebeurt is, maar wat de oorlog in heel Europa heeft aangericht.
Afbeelding 6: Luchtopname van de energiecentrale in haar huidige functie als Historisch-Technisches Museum Peenemünde.