Jönköping (SE)

Afbeelding 1: In de voormalige gieterij van JMW is tegenwoordig de universiteitsbibliotheek van Jönköping ondergebracht.

De bekendste industrieel ondernemer die Zweden heeft voortgebracht is ongetwijfeld Alfred Nobel, omdat de uitreiking van de wetenschapsprijzen die door hem zijn ingesteld nog jaarlijks wereldnieuws is. Door de uitvinding van het dynamiet werd hij schatrijk en hij wilde met dit kapitaal de wereld verbeteren. Het is echter een misverstand dat hij de springstof nitroglycerine heeft uitgevonden. Die bestond al, maar had de neiging reeds bij een kleine schok te ontploffen. Het was Nobels idee in 1866 om nitroglycerine te stabiliseren door vermenging met diatomeeënaarde, zodat het in staafvorm veilig vervoerd en toegepast kon worden. Opmerkelijk genoeg is er nóg een product dat dankzij een Zweedse uitvinding pas echt veilig werd: de lucifer. Die bestond aanvankelijk uit een kop van kaliumchloraat, zwavel en witte fosfor die door beweging over een willekeurig oppervlak tot ontbranding kwam, wat tot vele dodelijke ongelukken leidde. De Zweed Gustaf Erik Pasch bedacht in 1844 echter de ‘veiligheidslucifer’ met een kop van kaliumchloraat en zwavel, die enkel tot ontbranding kon worden gebracht door hem over een strijkvlak van glaspoeder en rode fosfor te bewegen. Na patenttering in 1855 ging Johan Edward Lundström deze in het stadje Jönköping, gelegen in de Zuid-Zweedse provincie Småland, op industriële schaal vervaardigen en de eerste fabriek waarin dit gebeurde doet nu dienst als lucifermuseum. Om de machines van deze fabriek snel van nieuwe onderdelen te kunnen voorzien begon Frans Gustaf Sandwall in 1860 een ijzergieterij die later uitgroeide tot Jönköpings Mekaniska Werkstads (JMW), een veelzijdig machinebouwbedrijf. De gieterij is behouden gebleven en biedt nu onderdak aan de universiteitsbibliotheek van Jönköping.

Afbeelding 2: JMW ontstond als gieterij die machineonderdelen voor de luciferfabriek van Jönköping vervaardigde.

Om tot een stabiele bedrijfsvoering te komen ging Sandwall naast machineonderdelen ook allerlei andere objecten gieten zoals kachels, tuinhekken en lantaarnpalen. Gaandeweg ontwikkelde het bedrijf zich tot een machinefabriek, vooral toen in 1879 de eerste stoomketel gebouwd werd en de gieterij een jaar later werd uitgebreid met een grote montagehal. De ligging aan het Vättermeer bood een uitstekende gelegenheid om ook scheepsbouw te gaan bedrijven en in 1882 werd een eerste exemplaar te water gelaten: de stoomsloep Maria. De invoering van de stoomkracht betekende een enorme impuls voor de binnenvaart over de Zweedse meren die men doormiddel van kanalen met elkaar ging verbinden. Vooral nadat in 1832 het Göta-kanaal gereed was gekomen, dat samen met het Trollhätte-kanaal een bijna vierhonderd kilometer lange binnenvaartverbinding tussen Oostzee en Kattegat vormt, konden tal van bedrijven hun goederen en grondstoffen op een efficiënte wijze laten vervoeren. In een kwart eeuw tijd bouwde Sandwall hier ruim dertig stoomschepen voor, waarvan de Motala Express uit 1895 tot op de dag van vandaag als museumschip behouden is gebleven. Het schip onderhield aanvankelijk via het Vättermeer een beurtdienst tussen Jönköping en Motala, waar Sandwall’s concurrent Motala Werkstad gevestigd was, maar ging daarna ook andere trajecten varen.

Afbeelding 3: De Motala Express werd in 1895 door JMW gebouwd en vervoert al jaren toeristen over de Zweedse binnenwateren.

Na het overlijden van Frans Gustaf Sandwall in 1897 kwam de leiding in handen van zijn oudste zoon John, die het bedrijf als naamloze vennootschap ´Jönköpings Mekaniska Werkstads AB´ voortzette. Na de eeuwwisseling ging het bedrijf zich toeleggen op de bouw van turbines en ketels voor elektriciteitscentrales en machines voor de papier- en pulpindustrie. Met de papierfabrieken Munksjö AB in Jönköping en Katrinefors in Mariestad had JMW twee grote klanten in haar onmiddellijke nabijheid. Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog behoorde JMW tot de tien grootste industriële bedrijven van Zweden. De economische recessie die op dit conflict volgde leidde tot het faillissement van JMW. Na herstructurering konden in de loop van de jaren twintig de activiteiten weer worden hervat en zelfs worden uitgebreid door een licentie van Luth & Rosens Elektriska AB voor de productie van zogenaamde Ludwigsberg-pompen. Deze elektrotechnische onderneming was van 1885 tot 1968 in Stockholm gevestigd, alwaar de voormalige gieterij behouden is gebleven en recent is herbestemd tot hoofdkantoor van havermelkproducent Oatly. JMW bouwde nog een tijdje ketels, maar specialiseerde zich meer en meer tot producent van pompen en werd in die hoedanigheid in 1950 overgenomen door Zander & Ingeström, dat op haar beurt in de jaren zestig fuseerde met Alfa Laval. Na nog eens tien jaar als onderdeel van Scanpump actief te zijn geweest volgde in 1992 de definitieve sluiting van JMW.

Afbeelding 4: Directie en personeel van JMW poseren samen voor de camera.

Veel bekender bij het grote publiek dan JMW is Husqvarna, de producent van huishoudelijke apparaten die eveneens haar oorsprong in Jönköping heeft. De vroegste vermelding ervan dateert uit 1689 en het betrof toen een werkplaats waar geweren werden vervaardigd, gelegen aan de Huskvarnaån, kort voor de uitmonding van deze rivier in het Vättermeer. Tot 1959 zouden vuurwapens onderdeel blijven uitmaken van het productenassortiment, maar het waren de naaimachines die vanaf 1872 van de merknaam Husqvarna internationaal een begrip gingen maken. Na in 1896 de eerste serie fietsen op de markt te hebben gebracht volgde in 1903 de eerste motorfiets. Vooral onder motorracers werden deze later zeer populair en het eigen raceteam behaalde er in 1959 en 1960 de wereldtitel mee. In 1919 introduceerde Husqvarna de elektrische waterboiler en in 1947 de grasmaaier met dieselmotor. Laatstgenoemde was zo’n succes, dat er een volledig assortiment van tuingereedschap uit voortkwam met zaag- en snoeimachines. In deze hoogtijdagen waren er ruim zesduizend mensen werkzaam onder de bezielende leiding van vader Wilhelm- en zoon Gustaf Tham. Tussen 1978 en 2006 maakte Husqvarna onderdeel uit van het eveneens Zweedse Electrolux-concern, maar werd daarna weer zelfstandig met een notering aan de beurs van Stockholm. De veelheid aan producten die Husqvarna in de loop van haar lange geschiedenis heeft voortgebracht kan sinds 1993 bewonderd worden in het bedrijfsmuseum. Dat is gevestigd in de oude wapenfabriek die draaide op waterkracht van de Huskvarnaån en waarin musketten en jachtgeweren werden samengesteld. Naast deze wapens maken ook naaimachines, fietsen, motorfietsen, boilers, kachels, fornuizen, wasmachines, magnetrons, buitenboordmotoren en tuingereedschappen onderdeel uit van de collectie.

Afbeelding 5: Het fabriekscomplex van JMW met links de gieterijhal.

Al vrij snel na sluiting van JMW werd het grootste deel van het fabriekscomplex gesloopt om plaats te maken voor de nieuwe campus van de universiteit van Jönköping. Binnen dat plan bleef de oude gieterijhal behouden om dienst te gaan doen als bibliotheek, waartoe er twee verdiepingsvloeren in aangebracht werden. Aan de oostzijde verrees een nieuwbouw van eveneens drie etages die hier op aansloten en waarin kantoorruimtes, leeszalen en groepsruimtes gecreëerd werden. Voor voldoende natuurlijke lichtinval kwam er een vide met loopbruggen en dakvensters. Aan de buitenzijde onderging de gieterij nauwelijks wijzigingen en ook aan de binnenkant bleef de traverse die er in 1907 in was aangebracht gehandhaafd. Ook de originele vakwerkspanten zijn bewaard, maar het binnenplafond van lichtgewicht beton is na een brand in de jaren zestig toegevoegd. Bij die brand verdween overigens ook de dakruiter van het gebouw, die later nooit meer is teruggeplaatst. De renovatiewerkzaamheden begonnen in 1995 en in augustus 1997 kon de bibliotheek worden geopend. Jönköping University is een jong instituut dat in 1977 ontstond door samenvoeging van een aantal onderwijsinstellingen en vandaag de dag elfduizend studenten en achthonderd personeelsleden telt.

Afbeelding 6: De gieterijhal van JMW in haar nieuwe functie als universiteitsbibliotheek.