
Afbeelding 1: In de voormalige suikerfabriek van Højbygaard zijn tegenwoordig het Factory Lodge Hotel en het Visual Climate Center gevestigd.
De aanleg van suikerrietplantages door de Spanjaarden en Portugezen in de Nieuwe Wereld kreeg in de zeventiende eeuw navolging, toen de Engelsen en Fransen zich op een aantal Caribische Eilanden vestigden en er dit gewas gingen verbouwen en verwerken. Tezelfdertijd veroverde de Republiek der Zeven Provinciën voor dit doel de eilanden die we nu kennen als de Nederlandse Antillen. Men kwam er echter al snel achter dat deze niet geschikt waren voor tropische landbouw en het waren daarom vooral de plantages in Suriname die rietsuiker gingen leveren. Dit als onderdeel van een driehoekhandel, waarbij de benodigde slaven op de westkust van Afrika werden gekocht voor wapens, textiele stoffen en gedestilleerde drank. Ook Denemarken, dat niet echt bekend staat als voormalige koloniale mogendheid, heeft zich met deze handel beziggehouden om haar thuismarkt van deze begerenswaardige zoetstof te kunnen voorzien. De Deense West-Indische Compagnie verwierf na haar oprichting in 1671 de eilanden St. Thomas (1672), St. John (1718) en St. Croix (1733) en liet er o.a. suikerriet aanplanten. Deze werd ter plaatse vermalen tot ruwsuiker voor transport naar Kopenhagen, waar ze in raffinaderijen verder gezuiverd werd tot kristalsuiker. Toen Frankrijk in 1848 de slavernij afschafte kon Denemarken niet achterblijven, omdat dit nieuws van het nabijgelegen Guadeloupe en Martinique reeds St. Croix had bereikt en daar de slaven tot opstand had aangezet. De eilanden waren daarna nog maar van weinig commercieel belang, waardoor het tot 1917 duurde vooraleer Denemarken er in slaagde om ze te verkopen. Om geostrategische redenen waren de Verenigde Staten bereid om er vijfentwintig miljoen dollar voor neer te tellen. Sindsdien staan ze bekend als de Virgin Islands en trekken als toeristen- en belastingparadijs jaarlijks veel bezoekers. Net als andere West-Europese landen is Denemarken in de tweede helft van de negentiende eeuw overgestapt op de verwerking van suikerbieten, waarvoor met name op het eiland Lolland fabrieken werden ingericht.

Afbeelding 2: Vroege tekening van de suikerfabriek van Højbygaard, toen nog ‘Sukkerfabrikken Lolland’ geheten.
Nabij het stadje Holeby lieten Erhard en Johan Ditlev Frederiksen op het landgoed Højbygaard in 1872 een suikerfabriek bouwen. Beide broers waren afgestudeerd in de landbouwwetenschappen en daarna gaan reizen om zich op de hoogte te stellen van de praktische ontwikkelingen op dit gebied. Als oudste zoon erfde Erhard in 1866 het landgoed Nøbbølengaard van zijn vader en begon er te experimenteren met nieuwe landbouwtechnieken. Toen Johan Ditlev in 1871 was teruggekeerd van een verblijf in Duitsland waar hij ervaring had opgedaan in de bietsuikerindustrie, besloten de broers een jaar later tot de bouw van een eigen fabriek. Nog datzelfde jaar sloeg het noodlot echter toe toen in de nacht van 12 op 13 november een zware storm over de Oostzee raasde en de overstroming van een groot deel van Lolland tot gevolg had. De invoering van een nieuwe belasting op suikerbieten in 1873 leidde ertoe dat Erhard en Johan Ditlev er vervolgens nauwelijks in slaagden om boeren over te halen tot de verbouw van suikerbieten. De zaken gingen zo slecht dat de bank in 1876 de kredietkraan dicht draaide en de ‘Sukkerfabrikken Lolland’ een jaar later failliet ging. Erhard ging zich daarna toeleggen op het schrijven van boeken en tijdschriften over landbouw, terwijl Johan Ditlev naar Amerika emigreerde en daar wél succesvol werd in de zuivelindustrie.

Afbeelding 3: Luchtopname van de suikerfabriek uit 1949 waarop het smalspoornetwerk goed te zien is.
De fabriek kwam in 1880 in handen van ‘De Danske Sukkerfabrikker’. Deze maatschappij had na haar oprichting in 1872 twee bestaande suikerraffinaderijen in Kopenhagen overgenomen en was daar ruwsuiker uit St. Croix gaan verwerken. Om in de toekomst van voldoende aanvoer verzekerd te zijn besloot ze echter nog datzelfde jaar tot de bouw van een bietsuikerfabriek in Odense. Na aankoop van Højbygaard bij Holeby volgde in 1882 de bouw van een derde fabriek in Nakskov en in 1894 een vierde en vijfde in respectievelijk in Stege en Assens. Højbygaard was oorspronkelijk uitgerust met machines en installaties van Maschinenbauanstalt Braunschweig en ketels van Burmeister & Wain uit Kopenhagen, die nu een aanzienlijke uitbreiding ondergingen. Voor de grote hoeveelheid zuiver water die de fabriek tijdens de campagnes dagelijks nodig had deed men een beroep op het Meer van Maribo. De spoorlijn die vanuit die plaats naar Rødby liep kreeg bij Holeby een aftakking in smalspoorbreedte naar Højbygaard. Tientallen kilometers extra smalspoor werden nog eens aangelegd voor de aanvoer van bieten van de velden naar de fabriek, waarvan de helft door de boeren en de andere helft door ‘De Danske Sukkerfabrikker’ betaald was. Aanvankelijk werden de bietenwagons nog door paarden getrokken, maar in 1894 deed de eerste stoomlocomotief haar intrede, in 1902 en 1905 gevolgd door nog eens twee exemplaren. Het smalspoornetwerk werd in 1897 aangesloten op dat van de net gereedgekomen suikerfabriek van Maribo en beschikte toen over een totaal van bijna honderdtachtig bietenwagons.

Afbeelding 4: In 1961 waren de smalspoorstoomlocomotieven van Højbygaard nog altijd inzetbaar.
Ook na de eeuwwisseling bleef ‘De Danske Sukkerfabrikker’ zich uitbreiden door overnames en nieuwbouw. Zo werd in 1903 de suikerfabriek van Lyngby overgenomen en in 1908 die van Maribo. In 1910 werd de raffinagecapaciteit vergroot door aankoop van de ‘Store Larsbjørnsstraede’ in Kopenhagen. Twee jaar later ging echter haar raffinaderij in Hølsingarsgade verloren door een brand, waarna een grote nieuwe fabriek gebouwd werd in Applebys Plads, gelegen aan het Christianshavn Canal in Kopenhagen. Na stillegging is deze suikerraffinaderij in 1996 verbouwd tot een wooncomplex als onderdeel van de totale herontwikkeling van deze voormalige industriële locatie. Toen was ‘De Danske Sukkerfabrikker’ inmiddels samen met ‘De Danske Spiritfabbriker’ opgegaan in het voedingsmiddelenbedrijf ‘Danisco’. De suikerfabriek van Højbygaard had reeds in 1960 haar laatste campagne gedraaid en werd daarna omgebouwd tot een papierfabriek, die nog tot 1993 in bedrijf bleef. In Denemarken zijn vandaag de dag nog maar twee suikerfabrieken actief, namelijk die van Nakskov en Nykøbing, die beide deel uitmaken van het Duitse Nordzucker-concern.

Afbeelding 5: Op deze foto is de campagne van 1957 in volle gang. Zoals te zien werden toen inmiddels vrachtwagens en tractoren ingezet om de suikerbieten naar de fabriek te brengen.
Nadat de fabrieksgebouwen van Højbygaard ruim tien jaar leeg hadden gestaan, kwamen ze in 2005 in handen van een investeerder die ze grondig liet renoveren. Daarbij bleef uitwendig het industriële karakter nagenoeg onveranderd, hoewel het interieur een onmiskenbaar moderne uitstraling kreeg. In 2011 werd het Visual Climate Center er in ondergebracht, waarna in 2013 het Factory Lodge Hotel met vierendertig kamers volgde. In het Visual Climate Center krijgen de bezoekers in een multimediale presentatie te zien hoe de atmosfeer, oceanen en continenten, maar ook maan en zonnestelsel, zich in de loop van miljoenen jaren ontwikkeld hebben en hun invloed zijn gaan uitoefenen op ons klimaat. Simulaties tonen de verwachtingen omtrent het smelten van het ijs op de polen en de gletsjers in de bergen als gevolg van het versnelde broeikaseffect. Aangezien dit wordt veroorzaakt door de uitstoot van kooldioxide, is een voormalige fabriek in zekere zin geen onlogische locatie om het publiek hier over voor te lichten.

Afbeelding 6: Luchtopname van de fabriek in haar nieuwe rol als hotel en informatiecentrum op het gebied van klimaat.