Afbeelding 1: Reclameaffiche van Warteck met afbeeldingen van de brouwerij en etablissementen waar dit bier geschonken werd, waaronder het stamhuis tegenover de eerste Badischer Bahnhof (wit omkaderd).
Gelegen op het drielandenpunt van Duitsland, Frankrijk en Zwitserland is Basel van oudsher een verkeersknooppunt. Handelswegen kwamen er samen en bovendien was de Rijn vanaf hier bevaarbaar. Tal van herbergen en taveernes verschaften de reizigers onderdak, een maaltijd, maar vooral ook bier in overvloed en sommige uitbaters gingen het daarom zelf brouwen zoals Niklaus Merian-Seeber. Zijn herberg stond bekend als ‘Warteck’, een samentrekking van ‘Warten’ en ‘Ecke’. Letterlijk dus een ‘Hoek’ om te ‘wachten’, maar dan wel op een aangename manier in de zin van ‘verblijven’. Warteck groeide uit tot de merknaam van het bier nadat dit vanaf 1890 grootschalig geproduceerd ging worden in een industriële brouwerij. Deze bleef actief tot 1990 en is sindsdien een locatie waar ambachtelijke ondernemingen en culturele organisaties zijn ondergebracht. Het waren uiteindelijk echter niet de bierbrouwers maar de pillendraaiers die Basel internationaal bekendheid gaven. De farmaceutische bedrijven Sandoz, Ciba-Geigy en Hoffmann La-Roche produceerden hier medicijnen tegen tal van kwalen, maar maakten door de lozing van hun afvalwater de Rijn ‘ziek’. Dit bereikte een dramatisch dieptepunt in 1986 toen door brand in een fabriek van eerstgenoemde onderneming meer dan duizend ton aan chemicaliën in de rivier terechtkwam en tot aan Mannheim een massale vissterfte veroorzaakte. Sindsdien is de situatie aanmerkelijk verbeterd. Niet alleen omdat veel farmaceutische grondstoffen inmiddels in China en India geproduceerd worden, maar ook omdat de resterende fabrieken zijn overgeschakeld op biochemische processen. Hoewel dat op het eerste gezicht misschien modern lijkt, grijpt men daarbij in feite terug op het verleden, want de allereerste biochemie waarvan de mensheid zich bediende was, jawel, het brouwen van bier.
Afbeelding 2: Een recentere reclame-uiting voor Warteck-bier.
In de loop van de negentiende eeuw groeide Basel ook uit tot een knooppunt van spoorwegen en is ook tegenwoordig nog een draaischijf voor het internationale treinverkeer. De Baseler Hauptbahnhof is het grootste grensstation van Europa en daarnaast telt de stad nog vijf andere stations, waaronder de Badischer Bahnhof. Deze vormde het eindpunt van de spoorlijn uit het aangrenzende Baden, een groothertogdom dat later opging in de huidige deelstaat Baden-Württemberg. Het was tegenover dit station dat Niklaus Merian-Seeber in 1860 zijn ‘Gastwirtschaft’ met de naam Warteck opende aan de Clarastrasse. Aanvankelijk was het bier dat daar geschonken werd nog afkomstig uit de brouwerij van zijn broer Benjamin, maar in 1862 begon Niklaus in een bijgebouw een eigen brouwerij. De zaak liep echter matig en daar kwam pas verbetering in na overname door Bernhard Füglistaller-Sprenger in 1869. Hij was een volleerd brouwmeester die ervaring had opgedaan in Beieren, de bakermat van het moderne bier van lage gisting. Füglistaller sloeg zo enthousiast aan het brouwen dat de gistkelder al snel te klein was en hij er in 1872 drie nieuwe liet bouwen aan de Burgweg die eenvoudigweg ‘der Einer’, ‘der Zweier’ en ‘der Dreier’, gingen heten. De onderneming floreerde dusdanig dat beide zonen Bernard en Carl hun moeder Jeanette Sprenger hielpen in de bediening van het drinklokaal, terwijl Bernard senior de brouwerij bestierde, die in de daaropvolgende jaren werd uitgebreid met een mouterij, ketelhuis, ijsopslag en paardenstal. Dankzij een kegelbaan en een terras met een overkapping op gietijzeren kolommen was Trinkhalle Warteck een geliefde bestemming voor de zondagmiddag en daarmee een begrip in Basel.
Afbeelding 3: De brouwerij aan de Burgweg omstreeks 1900.
Toen de vraag naar bier alsmaar bleef stijgen besloot Füglistaller een volledig nieuwe brouwerij te bouwen boven op zijn gistkelders aan de Burgweg. Om aan het benodigde kapitaal te komen richtte hij in 1889 de naamloze vennootschap ‘Brauerei zum Warteck’ op en gaf achthonderd aandelen ter waarde van duizend Frank uit. Reeds in 1890 waren het ‘Sudhaus’ (de brouwzaal), de machinekamer en het ketelhuis klaar en kon de productie worden overgeheveld naar het complex aan de Burgweg. Daarna ondergingen de ‘Gär- und Lagerkeller’ (gistkelders) een forse uitbreiding, die in 1897 kon worden afgerond. De leiding was in 1894 in handen gekomen van zoon Bernard Füglistaller-Schmid. Na de eeuwwisseling begon de Badischer Bahnhof een sta-in-de-weg te worden voor de stedelijke ontwikkeling en daarom werd ze 1913 verplaatst van de Riehenring naar de huidige locatie aan de Schwarzwaldallee. Nog geen jaar later opende Füglistaller tegenover het station een nieuw restaurant, net zoals Merian dat een halve eeuw eerder had gedaan. Het kreeg de naam ‘Zum Neuen Warteck’, terwijl het stamhuis voortaan ‘Altes Warteck’ ging heten. Vanaf de jaren twintig werden ook elders in Zwitserland brasserieën en depots overgenomen om het Warteck-bier af te zetten. In 1930 onderging de brouwerij op haar beurt een modernisering teneinde de productiecapaciteit verder te kunnen verhogen. Er kwam een nieuwe moutsilo, brouwzaal met watertoren en opslagruimte voor bostel.
Afbeelding 4: Het brouwerijcomplex van Warteck in haar huidige gedaante met het ketelhuis (1), brouwhuis (2), watertoren (3), moutsilo (4), gistgebouw (5) en bostelopslag (6).
In 1947 ging de leiding over op de derde generatie in de persoon van Bernard Walter Füglistaller-Schachenmann. De modernisering die hij in gang zette op het brouwerijcomplex had vooral betrekking op de bottelarij, die sterk werd uitgebreid omdat bier van de tap alsmaar meer plaats ging maken voor bier uit de fles. Door de overname van kleine brouwerijen en inrichting van depots voor het beleveren van winkelbedrijven steeg het marktaandeel nog aanzienlijk, hoewel vanaf de jaren zeventig ook in Zwitserland de biermarkt onder druk kwam te staan als gevolg van de toenemende populariteit van frisdrank. Dat werd de uitdaging voor Alexander Peter Füglistaller-Ganter die in 1976 aantrad en met de productie van specialiteiten (alcoholvrij, light en oud) het bierdrinken een nieuwe glans probeerde te bezorgen. Warteck kon echter niet buiten schot blijven in de concentratiegolf die gedurende de jaren tachtig in de Zwitserse brouwerijsector plaatsvond. Het bedrijf kwam in handen van Feldschlösschen Getränke AG die het brouwerijcomplex aan de Burgweg in 1990 liet sluiten en de productie onderbracht op haar thuisbasis in het nabijgelegen Rheinfelden, waar ook nu nog bier onder de merknaam Warteck gebrouwen wordt.
Afbeelding 5: In de voormalige brouwzaal vinden bijeenkomsten, voordrachten en exposities plaats.
Er ontstond al snel draagvlak om de karakteristieke brouwerijgebouwen aan de Burgweg als industrieel erfgoed te behouden. In afwachting van een definitieve herbestemming richtte een groep van kunstenaars en creatieve ambachtslieden het project ‘Werkraum Warteck pp’ op, waarbij de afkorting pp stond voor ‘permanent provisorisch’. De gedachte hierachter was dat het gebruik van de afzonderlijke ruimtes in het complex continu aan verandering onderhevig zoud zijn. Voorbeelden hiervan waren een kleine meubelmakerij, metaalwerkplaats, beeldhouwatelier, kinderdagverblijf en danslokaal. De brouwzaal, ontdaan van koperen ketels, ging dienst doen als voordrachtruimte. In 2002 schonk Warteck Invest AG de historisch waardevolle gebouwen aan de Stiftung Kulturraum Warteck en liet de rest afbreken om plaats te maken voor woningbouw. Ondertussen kent het complex enkele tientallen gebruikers, waaronder bijvoorbeeld een fietsenwerkplaats en restaurant. Door benutting als tentoonstellingslocatie tijdens het jaarlijkse evenement ‘Art Basel’ kreeg de voormalige brouwerij ook bekendheid binnen internationale kunstenaarskringen. In 2014 werd ook de oude moutsilo geschikt gemaakt voor herbestemming met behulp van een zeer opvallende buitentrap, waardoor o.a. een hostel op de derde- en een cultuurcafé op de vijfde etage bereikbaar zijn geworden. Daarvoor moest men ook twaalf verticale silokamers zonder vensters of verdiepingen toegankelijk maken. Minder goed liep het af met het Altes Warteck aan de Clarastrasse. Ondanks veel protesten werd het gehele bouwblok in 2018 gesloopt, waarna een bijna honderd meter hoge woontoren werd opgetrokken die in 2021 als ‘Claraturm’ met bijna driehonderd appartementen gereed kwam. Zum neuen Warteck tegenover de Badischer Bahnhof heeft plaats moeten maken voor een filiaal van een fastfoodketen. In het Warteckmuseum, niet ver verwijderd van de voormalige stamhuislocatie, kunnen liefhebbers sinds 2012 terecht om aan de hand van enkele duizenden objecten herinneringen op te halen aan de gloriedagen van dit biermerk en haar brouwerij.
Afbeelding 6: De voormalige moutsilo is sinds 2014 toegankelijk via een opvallende buitentrap, waarmee o.a. een cultuurcafé of de vijfde etage bereikbaar is.