Afbeelding 1: Arbeiders wandelend in de siertuin met glasfabriek (links) en lampenfabriek (rechts) op de achtergrond.
Spanje was dan wel buiten de Eerste Wereldoorlog gebleven, door revolutie, terreur en sociale strijd was het bepaald geen rustige uithoek van Europa. Het land werd geplaagd door burgeroorlogen die veel slachtoffers kostten en buitenlandse investeerders deden terugdeinzen. Desondanks kreeg een moderne ontwikkeling als elektrificatie rond de eeuwwisseling toch voet aan de grond in een belangrijk stedelijk centrum als Barcelona en ontstond er ook behoefte aan de bijbehorende consumentenproducten. Luis Muntadas y Rovira, telg uit een geslacht van Catalaanse industriëlen, maakte zich de kennis van de elektrotechniek eigen en startte in 1891 in Barcelona een onderneming op dit gebied. Zoals veel bedrijven in deze opkomende sector hield ook La Industria Eléctrica zich aanvankelijk bezig met systemen voor de hele keten, van opwekking (generatoren) en transport (installatietechniek en transformatoren) tot gebruik (pompen en motoren). Toen in die laatste categorie ook de gloeilamp doorbrak, richtte Muntadas hier in 1908 een apart bedrijf voor op: Lámparas Z. Bij zijn vroegtijdig overlijden in 1912 behoorde hij inmiddels tot de meest vooraanstaande industriële ondernemers van Catalonië. Zijn schoonzoon, Julio Capará, zette als opvolger de activiteiten succesvol voort en kwam in contact met Anton Philips. Er werd besloten tot een samenwerkingsovereenkomst om kennis uit te wisselen op het gebied van gloeilampenproductie, maar toen Lámparas Z na de oorlog in financiële moeilijkheden kwam als gevolg van de recessie greep Philips zijn kans en nam het bedrijf over.
Afbeelding 2: De gloeilampenfabriek van Lámaparas Z in de beginjaren van het bedrijf.
Om de productie op een hoger peil te brengen werden er in 1920 machines vanuit Nederland verscheept en geïnstalleerd. De verwachte resultaatsverbetering bleef echter uit. Hoewel Julio Capará een inspirerende en geliefde patroon was voor zijn fabrieksarbeiders, achtte Anton Philips het toch noodzakelijk om productiemanagement te laten moderniseren door kaderpersoneel uit Nederland. Hij liet zijn oog vallen op Jan van der Harst. Deze was in 1920 als werktuigbouwkundige afgestudeerd aan de Technische Hogeschool Delft en direct daarna in dienst getreden bij de afdeling Bedrijfsmechanisatie in Eindhoven. In Barcelona probeerde Van der Harst met veel improvisatievermogen de prestaties van de productielijn te verbeteren door met handen en voeten de arbeiders te instrueren en met zijn kennis van de machines noodzakelijke aanpassingen te plegen. Uit ongeduld was men vanuit Eindhoven inmiddels gloeilampen gaan transporteren naar Spanje om toch aan de vraag van de klanten te kunnen voldoen. Verkoopagenten van Philips wisten deze door het hele land aan de man te brengen, waardoor ze vreemd genoeg de sterkste concurrent voor Julio Capará waren, die de kwalitatief mindere producten van Lámparas Z nu nog maar moeilijk kon slijten. De situatie was onhoudbaar geworden en Capará zag geen andere uitweg dan al het personeel te ontslaan en de fabriek tijdelijk te sluiten.
Afbeelding 3: Het nieuwe fabriekscomplex in aanbouw in de Zona Franca, midden jaren vijftig.
De kwaliteit en leverbetrouwbaarheid waren in 1926 echter dusdanig toegenomen dat Philips haar importen staakte en voortaan alle gloeilampen voor de Spaanse markt door Lámparas Z liet produceren. Het was nu voor Philips ook weer interessant geworden om te gaan investeren in uitbreiding van de productiecapaciteit. De afdeling bedrijfsmechanisatie in Eindhoven was er in geslaagd om de carrousel-machine voor pompen en spoelen van de lampen sterk te verbeteren. Daarmee kon de productiesnelheid worden opgevoerd naar duizend lampen per uur en deze verbeterde machine werd nu ook in de fabriek van Lámparas Z geïnstalleerd. Bovendien werd Barcelona door Philips opgenomen in het omvangrijke nieuwbouwprogramma van eind jaren twintig, dat tevens voorzag in moderne fabrieksgebouwen voor Eindhoven, Mitcham, Leuven en Hamburg. De nieuwe productievestiging verrees in de voorstad Hospitalet, die haar groei vooral te danken had aan de textielindustrie. De fabriek werd in 1929 in gebruik genomen. Het jaar waarin Barcelona haar tweede wereldtentoonstelling organiseerde, maar ook een wereldwijde economische crisis zich aankondigde. Net als tien jaar daarvoor veroorzaakte ook deze recessie veel politieke chaos en liep in 1936 uit op een militaire staatsgreep van generaal Franco, gevolgd door een drie jaar durende burgeroorlog. Spanje raakte opgesplitst in een nationalistisch en republikeins gedeelte, waarvan Barcelona al spoedig de hoofdstad werd. Dankzij militaire steun van Duitsland en Italië wisten de nationalisten aan het front al snel de overhand te krijgen, daarbij profiterend van de verdeeldheid binnen de republikeinse gelederen. Voor Barcelona betekende dit dat anarchisten en communisten elkaar op leven en dood bevochten. Net als in andere bedrijven werd ook binnen Lámparas Z een arbeiderscomité ingesteld dat de leiding van de fabriek overnam. Jan van der Harst probeerde met een staf van trouwe medewerkers de zaken zo goed als mogelijk voort te zetten, maar toen in 1938 de oorlog in een eindfase kwam en Barcelona dagenlang onophoudelijk bestookt werd door Italiaanse bommenwerpers, kreeg hij opdracht de stad te verlaten. Spoedig na de val van Barcelona in januari 1939 eindigde de oorlog in een overwinning voor Franco, wat binnen de Philipstop vrij algemeen als de beste uitkomst van het conflict werd gezien en reden was om de zaken weer snel op gang te brengen.
Afbeelding 4: Het kantoorgebouw (links) en bedrijfsrestaurant (rechts) omstreeks begin jaren negentig.
Ten gevolge van de Tweede Wereldoorlog hadden de zaken voor Philips ook in Spanje op een laag pitje gestaan, maar in de tweede helft van de jaren veertig kwam daar verandering in en Jan van der Harst was weer van de partij. De productie van radiotoestellen kwam goed op gang en de fabriek in Hospitalet moest al spoedig uitgebreid worden voor nieuwe activiteiten. Zo werden er een fijnmechanische afdeling opgezet voor de precisievervaardiging van metaalcomponenten ten behoeve van beeldbuizen, bandrecorders en scheerkoppen. De opkomst van de TL-buis maakte ook een uitbreiding van Lámparas Z noodzakelijk, zelfs zodanig dat hiervoor wederom moest worden uitgekeken naar een nieuwe locatie. Daarbij viel de keuze op Zona Franca, een stadsdeel dat ten westen van de Montjuïc in ontwikkeling was genomen. In 1953 ging de spade de grond in voor een glasfabriek met twee ovens: één voor gloeilampballons en één voor buisglas. Het totale industriecomplex werd op moderne wijze ontworpen rondom een grote binnenplaats, met een lampenfabriek van twee etages en de kantoren in hoogbouw. Niet alleen de royale lichtinval en hoge plafonds van de ateliers en productiehallen droegen bij aan het comfort van de vierhonderd medewerkers, maar vooral ook het ruime bedrijfsrestaurant voor het middagmaal waar de Spanjaarden nu eenmaal groot belang aan hechten. Aanvankelijk bleef het binnenterrein nog leeg, maar toen het volledige complex was ingericht ontfermde mevrouw van der Harst zich hier over. Als botanica van huis uit ontwierp ze een grote siertuin rondom een vijver en was ze zelf direct betrokken bij de keuze en aanplant van de grote verscheidenheid aan exotische bomen, planten en struiken. Hier konden de arbeiders en het kantoorpersoneel zich tijdens de siësta verpozen. Als klap op de vuurpijl werd er voor de jongeren onder hen nog een ware attractie aangelegd: een rolschaatsbaan! In het interview ter gelegenheid van zijn veertigjarig dienstverband bij Philips kon Jan van der Harst hier dan ook met tevredenheid op terugkijken. In die vier decennia had hij het aantal medewerkers van Philips Iberica zien groeien van vijftig naar drieduizend en de hypermoderne fabriek van Lámparas Z beschouwde hij als de kroon op zijn werk.
Afbeelding 5: Bij de herontwikkeling van het complex werd de zuidwestelijke façade van de voormalige glasfabriek voorzien van zonnepanelen.
De lampenproductie van Philips in Barcelona zou de eeuwwisseling nog overleven, maar werd daarna versneld afgebouwd. Spanje was namelijk geen lagelonenland meer en binnen het concern had zich bovendien de trend ingezet om weinig winstgevende bedrijfsonderdelen te verkopen. Wat Jan van der Harst in veertig jaar tijd mee had helpen opbouwen leek daarmee ruim veertig jaar later alweer ten einde te zijn gekomen. Gelukkig was ondertussen ook in Barcelona het bewustzijn gegroeid dat het industrieel erfgoed van de stad de moeite van het behouden waard was indien er een nieuwe bestemming voor kon worden gevonden. De werkzaamheden vingen in 2005 aan met de renovatie van de voormalige lampenfabriek De benedenverdieping werd geschikt gemaakt voor een gezondheidskliniek, de bovenetage voor een bibliotheek (Biblioteca Francesc Candel), waarbij het drievoudige sheddak volledig gehandhaafd bleef om de leeszaal van een overvloedige lichtinval te voorzien. De herinrichting van de siertuin op de binnenplaats van het voormalige fabriekscomplex vond plaats in 2007 en dit openbare park kreeg vanaf toen de naam Jardins dels Drets Humans. Het verkoopgebouw van acht verdiepingen aan de zijde van de Passeig de la Zona Franca werd opnieuw verdeeld in commerciële ruimtes op de begane grond met afzonderlijke kantoorunits daarboven. Het project werd in 2010 afgerond met de oplevering van de voormalige glasfabriek als cultureel centrum voor de danskunst. Omdat de oorspronkelijke dakconstructie, typisch voor industriële ovengebouwen, doet denken aan een graanschuur werd dit de nieuwe naam van het gebouw. Terwijl deze “Graner” aan de zijde van de Carrer de l’Amnistia Internacional haar oorspronkelijke uiterlijk behield, werd de zuidwestelijke gevel geheel bekleed met zonnecellen. Een, waarschijnlijk onbedoelde, knipoog naar het verleden toen de glasfabriek juist de energieslurper van het complex was.
Afbeelding 6: Het interieur van de Biblioteca Francesc Candel, in wat eens de productiehal van de lampenfabriek was.